Jimmy Dijk is gekozen als nieuwe fractievoorzitter van de SP. Daarmee schaart hij zich in een illuster rijtje Drenten en Groningers die in Den Haag leiding gaven aan hun partij.
Een partijleider uit Drenthe of Groningen, daar zag het niet naar uit na de verkiezingen afgelopen maand. Ondanks een dozijn verkozen Kamerleden leek niemand van hen een gooi te doen naar het voorzitterschap van een fractie. Van de zestien nieuw verkozen partijleiders komen er zes uit Zuid-Holland aangevuld met duo’s uit Noord-Holland, Gelderland, Overijssel en Limburg.
De enige Brabantse in het gezelschap, Lilian Marijnissen, gaf er afgelopen weekend de brui aan en maakte daarmee de weg alsnog vrij voor een noordeling: Jimmy Dijk (38). Geboren in Oldenzijl en al weer jaren Stadjer.
Tien van zijn voorgangers op een rijtje. Van jong naar oud. Allemaal geboren in Drenthe of Groningen.
Attje Kuiken (PvdA - Groningen, 1977): twee keer tussenpaus
Attje Kuiken. Foto: ANP
Op Attje Kuiken kun je rekenen bij een partij in crisis. Ondanks dat de PvdA haar nooit echt een hoge plek op de kandidatenlijst schonk, stond ze paraat als ideale tussenpaus. Toen Diederik Samsom in december van 2016 vertrok, nam Kuiken de fractie onder haar vleugels tot de verkiezingen van maart 2017. Toen ook de fractieleiding door de Limburgse Lilianne Ploumen geen onverdeeld succes bleef, greep Groningse-Friezin Kuiken opnieuw haar kans.
In het voorjaar van 2022 won ze de strijd met Groninger Henk Nijboer om de voorzittershamer van de geslonken PvdA-fractie. Lijsttrekker werd ze nooit vanwege de samenwerking van GroenLinks en PvdA met Frans Timmermans als nieuwe kopman. Vorige week op Sinterklaas nam Kuiken afscheid van de Tweede Kamer. Een lintje rijker.
Wiskundeleraar Kars Veling werd in 2002 de eerste lijsttrekker van de christelijke fusiepartij ChristenUnie. Daarvoor was hij al meer dan tien jaar Eerste Kamerlid voor het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Zijn tijd als fractievoorzitter gaat de boeken niet per se in als succesvol. Na de spoedige val van het kabinet Balkenende I hoefde Veling niet te rekenen op een hoge plek op de nieuwe kandidatenlijst. André Rouvoet werd het nieuwe CU-gezicht en Veling vertrok een illusie armer uit Den Haag. Hij keerde terug naar zijn eerste liefde: het onderwijs.
Boerenzoon Wim Meijer kwam uit een liberaal christelijk gezin, maar werd later zelf een van de voormannen van politieke vernieuwingsbeweging Nieuw Links binnen de PvdA. Voor die partij werd hij in 1971 Kamerlid om twee jaar later staatssecretaris te worden in het kabinet van Joop den Uyl. Daarna was hij nogmaals twaalf jaar Kamerlid.
In 1979 vocht hij een tweestrijd met de in Groningen ook niet onbekende Max van den Berg uit om het voorzitterschap van de PvdA. De toen nog kneiterlinkse rakker Van den Berg won. Begin jaren tachtig was Meijer fractievoorzitter toen zijn partij deel uitmaakte van het kabinet- Van Agt. Later werd hij commissaris van de Koningin in Drenthe. Hij is getrouwd met voormalig Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet.
Jur Mellema (CHU - Nieuw-Scheemda, 1923 – 2017): samen uit, samen thuis
Jur Mellema. Foto: Nationaal Archief
Mellema was een Groningse herenboer uit een politiek nest. Zijn broer Sieto was burgemeester in Stedum en zijn vader wethouder van Scheemda en gedeputeerde in Groningen. Mellema werd in 1967 fractievoorzitter van de Christelijke Historische Unie, een van de voorlopers van het CDA. Mellema moest in de CHU de geesten rijp maken voor die fusiepartij. Hij was geestelijk vader van de politieke slogan ‘Samen-uit-samen-thuis’.
In 1968 moest Mellema vertrekken als fractievoorzitter na het veroorzaken van een verkeersongeluk. De politicus had bovendien, en niet voor het eerst, een borrel te veel op na een partijreceptie. Een politiek gezicht in het CDA werd hij dus nooit, wel was hij nog lange tijde de voorman van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren.
In tegenstelling tot Jur Mellema, maakte Roelof Kruisinga wel carrière binnen het CDA. Dat was overigens niet omdat hij een minder stevige drinker was. De half Groninger - half Fries was tot twee keer toe fractievoorzitter van de CHU, zowel in 71 als in 73.
De doopsgezinde arts bleek een behendig politicus door oppositie te voeren tegen Joop den Uyl en gelijktijdig de politieke band met andere christenpartijen warm te houden. Het leverde hem later een ministerpost op in het CDA-kabinet van Dries van Agt. Dat avontuur deed welgeteld drie maanden omdat hij zich als enige kabinetslid uitsprak tegen de productie van de neutronenbom. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Hij kon zijn biezen pakken.
Hendrik Koekoek (Boerenpartij, RVP - Hollandscheveld 1912 – Bennekom 1987): genegeerd in het Haagse
Hendrik Koekoek. Foto: Nationaal Archief
Geliefd op het platteland en gehaat in het parlement. De Drentse leider van de Vrije Boeren zat achttien jaar in de Tweede Kamer en was die gehele periode fractievoorzitter van de Boerenpartij. Halverwege de jaren zestig wist Koekoek zijn achterban uit te breiden van boeren naar andere kiezers die de zittende macht zat waren. Dat leverde hem zeven zetels op.
Dat betekende niet dat zijn aanzien in Den Haag groeide. Andere partijen negeerden hem stelselmatig. Toen weer eens een keer de voorzitter hem het woord niet gaf bulderde hij in het Drents door de Twee Kamer: ,,Ik krijg nooit geen beurt!’’
Onder zeer grote belangstelling van boeren, burgers en buitenlui werd Koekoek in 1987 begraven. Er was niemand uit Den Haag aanwezig. Ook in het parlement werd bij zijn dood niet stilgestaan.
Jan Smallenbroek (ARP , Assen 1909 – Wassenaar 1974): keurvorst van Drenthe
Jan Smallenbroek. Foto: Nationaal Archief
In 1963 werd Smallenbroek fractieleider van de Anti-Revolutionaire Partij. Al voor de oorlog was hij politiek actief als raadslid en wethouder. Tijdens de bezetting bleek Smallenbroek een belangrijke verzetsman. Aan het eind van de oorlog werd hij verraden en in het Oranje Hotel bestempeld als ‘Toteskandidat’.
Na zijn bevrijding was hij kort Tweede Kamerlid en langer gedeputeerde in Drenthe. Het leverde hem de bijnaam De Keurvorst van Drenthe op. Na zijn terugkeer in Den Haag werd hij minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Cals.
In de zomer van 1966 raakt hij in opspraak nadat hij een geparkeerde auto ramde vlakbij zijn huis zonder dat direct te melden bij de politie. De Telegraaf pakte likkebaardend uit met de rel. Smallenbroek werd veroordeeld tot een boete van tweehonderd gulden en kon fluiten naar een nieuwe verkiesbare plek.
Het politieke uniform van de orthodox predikant bestond steevast uit een zwart pak met grijze streepjesbroek. Zandt was recht in de leer en een consequent pleitbezorger van politiek volgens Bijbelse normen. Ondanks zijn preekstoelpolitiek had Zandt last van spreekangst. Wanneer hij echter wel sprak klonk een Gronings accent. Op de dag van zijn teraardebestelling bleef de vergaderzaal van de Tweede Kamer leeg. Tot dan toe een unicum in de geschiedenis.
Dirk Jan de Geer (CHU – Groningen 1870 – Soest 1960): deed het licht uit
Dirk Jan de Geer. Archief DVHN.
Twee keer was De Geer minister-president van Nederland, eind jaren twintig en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren dertig was hij fractievoorzitter van de CHU. Kwam altijd op de fiets naar zijn werk en droeg daarom geen ‘geklede jas’. Stond bekend als harde werker die menig nacht zelf het licht uit deed in Den Haag.
Vertrok in mei 1940 met zijn kabinet naar Londen. Koningin Wilhelmina, met wij hij sowieso een moeizame band had, ontsloeg hem daar een paar maanden later. Zijn vredespleidooi met nazi-Duitsland maakte hem niet populairder. Na de oorlog stond hij voor het hekje bij de bijzondere strafrechter vanwege opzettelijke benadeling van de staat tijdens de oorlog. Later werd zijn naam weliswaar gezuiverd, maar mede op last van Wilhelmina verloor hij zijn onderscheidingen en andere titulatuur.
Alexander de Savornin Lohman (CHU – Groningen 1837 – Den Haag 1924): nog steeds zichtbaar
Niet de socialistische rooien, maar de christelijke politiek bleek in de afgelopen tweehonderd jaar hofleverancier van Noordelijke politiek leiders. De protestantse politicus en rechter De Savornin Lohman was daarin een belangrijke wegbereider. Hij was Tweede Kamerlid, senator, minister en aan het eind van zijn carrière fractievoorzitter van de antirevolutionairen.
Als staatsman had hij het gewillige oor van Wilhelmina en daardoor bleef hij lange tijd invloedrijk in het Haagse. Op verschillende plekken in Nederland bleef hij ook na zijn dood zichtbaar omdat hij naamgever werd van verschillende scholen en straten. In het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen staat een borstbeeld van hem.
De tien voorgangers van Dijk zijn gekozen op basis van de databank van Parlement.com. Selectiecriteria was de daar genoemde geboorteplaats.