Spraaktherapie: 'Moderne therapeuten richten zich op ‘leren leven met stotteren'.' Foto: Shutterstock
Ook de stem van iemand die stottert verdient het om gehoord te worden, stellen Daan de Kort en Steven de Jong. Op Wereldstotterdag (22 oktober) pleiten zei voor meer acceptatie en roepen ze werkgevers op meer open te staan voor stotteraars op de werkvloer.
‘Weg naar een plek waar niemand hem kon zien. Naar een plek waar het stil was.’ Zo begint het nieuwe kinderboek Panter wil niet praten van de stotterende schrijver Kaj Driessen en illustrator Iris van der Veen. Over een panter op de vlucht. Niet voor de gevaarlijke dieren – daartoe behoort hij zelf – maar voor de afwijzende reacties op zijn spraak. Panter stottert.
Het is gelukkig een modern boek. Panter gaat niet op spraakles om zijn stotteren ‘te overwinnen’. Nee, hij ontmoet een kip met een opvallend accent. Kip leert hem dat er niet alleen vrijheid van meningsuiting is, ook vrijheid van articulatie. Dat helpt! ‘Als je goed naar de ogen van Panter keek, zag je dat die nu heel anders stonden. Ze straalden kracht uit.’
Stil talent
Dit prentenboek lijkt op de biografie O-o-o-Oranje van Remco Kock, over oud-Vitesse-speler Martin Laamers, die twee keer voor Oranje uitkwam. Een talent dat vrijwel alle posities op het veld beheerste. Maar zodra een cameraploeg op hem afliep rende hij weg ‘naar een plek waar niemand hem kon zien, naar een plek waar het stil was.’ Martin Laamers stottert.
‘Na zijn loopbaan ontdekte hij de fruitautomaat, want tegen zo’n gokkast hoef je niks te zeggen’, aldus de NOS toen hij onlangs op 58-jarige leeftijd overleed aan een hartaanval. Waar andere oud-internationals aan de bak konden als trainer, ondernemer of commentator, verdiende hij de kost door in de avonduren, in stilte, kantoren schoon te maken.
Hoezo normaal praten?
Martin Laamers was een panter: topfit, gevoelig en sociaal. Maar waar Panter vluchtte voor hyena’s en nijlpaarden, daar vluchtte Laamers voor de norm van vloeiendsprekers.
Die werd in 2024 nog eens bevestigd toen voetbalmarketeer Chris Woerts bij Voetbal Inside over de stotterende Feyenoord-speler Lutsharel Geertruida zei: „Ook voor zijn carrière, als hij naar Bayern München gaat, of een andere club, en hij komt dan stotterend die kleedkamer binnen, dan begin je met een achterstand. Dus voor zijn ontwikkeling is het heel belangrijk dat hij gewoon normaal kan praten.”
Gewoon normaal kan praten? Vul dat eens in voor andere handicaps. Ja, stotteren is verwarrend – wie stottert, stottert niet altijd. De meeste kinderen ontgroeien het zonder logopedie. Sommigen hebben later alsnog baat bij een methode, maar cijfers daarover zijn discutabel. Moderne therapeuten richten zich daarom op ‘leren leven met stotteren’, waarin er steeds vaker iets van de omgeving wordt gevraagd.
Aanleg verschilt per persoon
Maatschappelijke acceptatie is er nog nauwelijks. Menigeen denkt dat wie ‘nog steeds’ stottert er onvoldoende aan gewerkt heeft. Maar stotteren is een neurofysiologische conditie. De aanleg verschilt per persoon. Zij die er het hardst aan werken, blijven helaas vaak stotteren. Moeten we die dan verliezers noemen?
Martin Laamers is een winnaar! In 2018 was hij het beu dat hij moest schuilen op een plek ‘waar niemand hem kon zien, een plek waar het stil was’. Hij had een verhaal te vertellen. Hoe het is om altijd beoordeeld te worden op hoe je praat, in plaats van wat je zegt.
Toen zijn boek af was, ging hij dat gewoon zelf presenteren bij Voetbal Inside. De stamtafel waarvoor preekpoliticus Frans Timmermans urenlang mediatraining kreeg – daar ging Martin Laamers heen in de wetenschap dat hij totaal geen controle heeft over hoe zijn woorden eruit komen.
Hoe voelt stotteren? Ook dat wordt in zijn boek duidelijk: alsof je netjes een brief probeert te schrijven en iemand duwt steeds tegen je schouder. Laamers’ woorden schoten ook in die studio steeds uit, maar dat boeide niks. Johan Derksen was bereid er een reclameblok voor op te offeren. Een memorabele uitzending die veel andere stotterende mensen – onder wie ondergetekende – de kracht gaf om ook vaker buiten de eigen vertrouwde kring te stotteren.
Terugvechten
Zowel de stotterende panter als de stotterende sporter vochten zich terug. ‘Panter wil niet praten’ gaat juist over een panter die héél graag wil praten, maar liever niet in een dierenrijk waarin iedere stotter mikpunt van spot is.
O-o-o-Oranje gaat over een stotterende voetballer die maar wat graag voor de camera’s verscheen, maar liever niet in een mensenwereld waar geen ruimte voor stotteren is. Beide boeken normaliseren het stotteren als variatie in de spraak. Misschien is het niet zo handig om mensen die stotteren luchtverkeersleider te maken, maar veel andere praatfuncties kunnen heel goed.
Als werkgevers daar ruimte voor maken, gebeuren er wonderen. Zoals ook andere groepen – mensen die slechtziend zijn, slechthorend, lichamelijk beperkt of een ontwikkelingsstoornis hebben – bewijzen.
Werkgevers moeten ‘schijt’ hebben
Wij zijn vóór een arbeidsmarkt waarin iedereen meedoet. De beperking zit vaak in het hoofd van de werkgever. Die worstelt met vragen als: hoe zullen klanten reageren als zij door een stotterende verkoper, ambtenaar, adviseur, monteur of verpleegkundige worden geholpen?
Johan Derksen prees Martin Laamers dat hij er op een gegeven moment ‘schijt’ aan had wat mensen over zijn stotteren dachten. Wat echt nodig is zijn werkgevers die ook ‘schijt’ hebben aan wat klanten van hun stotterende medewerkers vinden. Wij zien hier vooral kansen.
Zeker 15 procent van de mensen heeft een ‘beperking/conditie/uitdaging’. Zij zullen zich meer in jouw organisatie herkennen als die vertegenwoordigd wordt door mensen zoals – ja, zoals ondergetekenden.
Er stotteren 175.000 mensen in Nederland, van wie 25.000 hevig. Hun stem verdient het om gehoord te worden, net zoals die van ieder ander. Gewoon: door te luisteren.
Daan de Kort is Tweede Kamerlid voor de VVD. In 2008 werd hij plotseling nagenoeg blind. Steven de Jong is oprichter van het platformDe Stotterbond en auteur van ‘Gelieve niet te stotteren op onze inclusieve werkvloer’. De Kort stelde vorig jaar Kamervragen over een UWV-adviseur die het niet zag zitten als een keukenmonteur stotterend bij de mensen thuiskomt.
Onderzoek ‘Stotterend solliciteren’
Het platform De Stotterbond komt voort uit het boek Gelieve niet te stotteren op onze inclusieve werkvloer. Onderzoeker Steven de Jong vroeg daarvoor tachtig werkgevers of hun vacature openstaat voor stotterende sollicitanten. 22 van de 80 werkgevers reageerden niet. 22 welwillend (voorzichtig tot enthousiast). 21 neutraal/ontwijkend, hoewel ook in die reacties mitsen en maren doorklonken (’Als ergotherapeut is het belangrijk om goed te kunnen communiceren.’) En 14 reageerden negatief (stotteren een no-go). De exacte vraagstelling: ‘Namens Stichting Support Stotteren ben ik op zoek naar vacatures die geschikt zijn voor ‘personen die matig tot hevig stotteren’. Zou u kunnen aangeven of het voor deze mensen de moeite waard is om te sollicteren op deze functie? Zo nee, wat zouden dan mogelijk de bezwaren zijn?’
De UWV-ambtenaar die bemiddelde in de vacature ‘leerling keukenmonteur’ mailde: ‘In dit werk heb je veel directe contacten met mensen. Beetje stotteren geen probleem. Heftig stotteren wel. Zonder rijbewijs maak je ook geen kans als chauffeur.’ Uitzendbureau Randstad wees, namens KPN, een sollicitant voor de functie verkoopmedewerker af: ‘Het is helaas niet mogelijk om kandidaten voor te dragen die veel last hebben van stotteren. Orderpicker, glasvezel aanleggen… Misschien zijn dat mooie mogelijkheden.’ Bij Amnesty-tijdschrift Wordt Vervolgd reageerde de hoofdredacteur: ‘Voor hevige stotteraars denk ik dat het lastig kan zijn om soepel te bellen en overleggen met auteurs, wat een groot onderdeel is van werken op een redactie.’
Weinigen reageerden met een positieve reactie zoals: ‘Wat betekent stotteren voor jou en wat kunnen wij doen om de eventuele moeilijkheden die daarmee gepaard gaan voor jou te verlichten?’ Zo’n reactie zou conform het VN Verdrag Handicap zijn. Vaak hoeft de functie niet eens aangepast te worden. Het vertrouwen – het ‘recht om te stotteren’ zoals een internationale verklaring luidt – doet al wonderen. Dit onderzoek is onlangs gepubliceerd in het boek Gelieve niet te stotteren op onze inclusieve werkvloer (Uitgeverij Durden).