De naam van de legendarische Groningse Commissaris van de Koningin Carel Coenraad Geertsema leeft voor in de Carel Coenraad- ofwel CC-polder, hier bezien vanaf het herinneringsmonumen op de zeedijk. Foto: Huisman Media
‘Elitaire regentenkliek’: in het Nederland van 2026 is het niks minder dan een scheldwoord. Maar de steenrijke patriciërsfamilies die in Groningen eeuwenlang de dienst uit maakten, hebben de provincie veel gebracht, schetsen historici.
Als zoon van de minister van Binnenlandse Zaken was hij al niet onbemiddeld. Maar toen Carel Coenraad Geertsema in 1893 werd benoemd tot commissaris van de Koningin in zijn geboorteprovincie Groningen was hij ronduit schathemelrijk.
Als bankier van de florerende Groninger graanhandel had de nieuwe commissaris al op zijn 50ste een fors fortuin opgebouwd. Bij zijn aantreden op het provinciehuis was hij dan ook een invloedrijk man, die zijn netwerk tot in de hoogste Haagse kringen bijna een kwart eeuw lang zou inzetten voor Stad en Ommeland. Toen hij in 1917 afzwaaide, liet hij Groningen een meer dan imposante nalatenschap na.
Eén man steekt er bovenuit
Als hoogleraar Dirk Jan Wolffram de lange rij Groningse provinciebestuurders naloopt die hij samen met zijn vier co-auteurs en collega-historici beschrijft in het vorig jaar verschenen boek Voortgang & Tegenwind, steekt één man er met kop en schouders bovenuit: Carel Coenraad Geertsema.
„Als je vraagt naar een held uit twee eeuwen provinciebestuur, dan kan je niet om hem heen”, zegt Wolffram. De langstzittende commissaris die Groningen ooit heeft gekend, was een uitgesproken vertegenwoordiger van de bestuurdersdynastieën die hier generaties lang de dienst uitmaakten.
Geslachten die, van de eerste adellijke gouverneurs tot de latere aristocratie en uiteindelijk de herenboerenfamilies, als vanzelfsprekend de macht onder elkaar verdeelden. Regenten die, binnen hun eigen ‘kaste’ en zonder tegenspraak van buiten, bepaalden wat er moest gebeuren.
(Tekst gaat verder onder de foto)
De legendarische Carel Coenraad Geertsema was bijna een kwart eeuw Commissaris van de Koningin in Groningen (foto vermoedelijk gemaakt tussen 1925 en ‘28). Foto: Foto Folkers/Groninger Archieven
Carel Coenraad Geertsema (1843-1928) kwam uit zo’n dynastie. Nazaat van de Stadse burgemeester Johan Geertsema (als staatgezind politicus in 1748 hardhandig weggejaagd bij de opstand der Oranjegezinden), zoon van de Groningse gedeputeerde en latere minister Johan Herman Geertsema én grootvader van VVD-kopstuk Willem Jacob ‘Molly’ Geertsema, minister in de jaren zeventig en later commissaris van de Koningin in Gelderland.
Een telg, kortom, uit een lange lijn van bestuurders die van vader op zoon gewend waren aan de touwtjes te trekken. Zoals er meer voorname families door de Groningse geschiedenis heen het bestuur binnen en buiten de provinciegrenzen domineerden. Tot het algemeen kiesrecht vanaf 1919 ook andere lagen van de bevolking toegang tot het bestuur gaf, ging politieke macht gelijk op met economische macht.
‘Plucheplakkers’ zouden zulke bestuurders tegenwoordig waarschijnlijk heten, in deze populistische tijden. ‘Regenten’ en ‘zakkenvullers’ die al sigaren rokend de baantjes verdelen en ondertussen vooral het eigenbelang dienen: van de oude landadel tot de herenboeren die in de negentiende eeuw, gedragen door de gouden graanhandel, uitgroeiden tot de nieuwe elite.
Uitbuiting? Ja, maar dat is niet het hele verhaal
„Ik wil het niet mooier maken dan het is”, zegt Wolffram. „Er is heel veel geld verdiend ten koste van heel veel sociaal leed. De exorbitante winsten van de grote boeren, vooral in de ‘graanrepubliek’ in het Oldambt, gingen gepaard met genadeloze uitbuiting van de landarbeiders. Ja, die keerzijde is niet over het hoofd te zien. Maar dat is niet het hele verhaal.”
Juist Groningen heeft een traditie waarbij de elite in het provinciebestuur het eigenbelang op nuttige doch aangename wijze wist te verknopen met het brede algemene belang.
„Boerenbestuurders streden aan het eind van de negentiende eeuw hard voor nieuwe waterwerken, zoals het Eemskanaal. Die verbeterden de afwatering van landbouwgrond en dus hun oogsten. Maar ze zorgden óók voor betere scheepvaartverbindingen, vooral met Groningen en Veendam, en daarmee voor economische groei en welvaart.”
Hoogleraar Dirk Jan Wolffram. Foto: Geert Job Sevink
Voor de bestuurderselite van die tijd was dat ook een zaak van ‘noblesse oblige’, ofwel: adel verplicht. Dat gold bij uitstek voor Carel Coenraad Geertsema, zegt Wolffram. Hij was een drijvende kracht achter grootse projecten in de Groninger historie, zoals de oprichting van het academisch ziekenhuis (de voorloper van het huidige UMCG) in 1903 en van het eigen Provinciaal Elektriciteitsbedrijf in 1913, met een van de eerste energiecentrales van het land.
Zijn naam leeft voort in CC-polder
„Geertsema was overal bij betrokken, hij zat als een spin in het web”, zegt Wolffram.
„Behalve CdK was hij ook jarenlang president‑curator aan de universiteit. Zijn portret hangt nog altijd prominent in de curatorenkamer van het Academiegebouw, dat mede dankzij hem in 1909 is gebouwd. Hij was bovendien zelf een gerespecteerd wetenschapper, met publicaties over onder meer waterschapshistorie. Wat dat betreft is het mooi dat zijn naam voortleeft in de Carel Coenraadpolder, het laatste stuk van de Dollard dat werd ingepolderd. Dat is gebeurd in 1924, vier jaar voor zijn dood. Dat is een passend eerbetoon.”
(Tekst gaat verder onder de foto)
Tekst op het monument op de zeedijk ter herinnering van de aanleg van de CC-polder. Foto: Huisman Media
Ook de lijnen met het Stadhuis waren kort. „Daardoor kreeg hij binnen die driehoek van stad, provincie en universiteit veel voor elkaar’’, zegt Wolffram.
Geertsema paarde visie aan vasthoudendheid. „Hij zag dat een ziekenhuis zowel van belang was voor de opleiding van nieuwe artsen, als voor de zorg aan arme Groningers. En toen Den Haag op de rem trapte, bleef hij net zo lang aandringen tot het alsnog lukte. Zijn eigen schaapjes had hij allang op het droge, maar hij heeft ongelooflijk veel betekend voor Groningen.”
Kon minder
Kon minder is een typisch Groningse serie over Groningers en over Groningen. Laat je verwonderen en inspireren of steek wat op. Want: is dit Gronings? Inderdaad. Dit is Gronings. Kon minder.
Twee eeuwen provinciebestuur in zeven lezingen
Streekcultuurorganisatie Erfgoed in Groningen houdt dit jaar samen met de Rijksuniversiteit en de provincie Groningen een lezingenserie over tweehonderd jaar provinciebestuur. De historici die meeschreven aan het boek Voortgang & Tegenwind gaan daarin nader in op markante periodes uit de geschiedenis.
De eerste (uitverkochte) lezing, in Leek, ging op 28 januari over de aristocraten en notabelen die eeuwenlang aan het roer van de provincie stonden (zie het interview). Morgen (26 februari) volgt de tweede, in het provinciehuis: ‘’Mannenbolwerk aan het Martinikerkhof’. Zie voor locaties, data en thema’s van de overige afleveringen: www.erfgoedingroningen.nl