Akkerbouwer Berjan Westerdijk probeert zijn kostbare pootaardappelen met gaas te beschermen. Foto: Anjo de Haan
Luizen vormen een groeiend probleem voor boeren in het noorden van Groningen. Dit jaar zetten de akkerbouwers voor het eerst op grote schaal een nieuw wapen in om hun kostbare pootgoed te beschermen.
Akkerbouwer Berjan Westerdijk uit Garsthuizen baant zich een weg door de zuigende klei op de akker tegenover de boerderij die hij met zijn vader en broer runt. Hij inspecteert de ruggen waarin ze onlangs kostbare knolletjes hebben gestopt. Die moeten koste wat kost beschermd worden tegen vijand nummer één: de luis.
„We hebben tegenwoordig veel meer last van luizen dan in de jaren 90”, stelt Berjan Westerdijk. Hij vertelt dat luizen ziektes verspreiden die de groei van de aardappelplant ernstig belemmeren.
Naar oorzaken moet de akkerbouwer gissen. „Misschien heeft het te maken met warmere zomers. Of doordat er minder wind van zee komt. Schone wind van zee bevat veel minder luizen dan aflandige wind. Hoe dan ook: er zijn er gewoon heel veel.”
Omdat het gebruik van bestrijdingsmiddelen sterk ingeperkt is, moesten de boeren op zoek alternatieven om luizen te weren. Westerdijk en tientallen van zijn collega’s hebben dit jaar een nieuw wapen aan hun arsenaal toegevoegd.
Het fijnmazige gaas vormt een ondoordringbare barrière voor de luizen. Foto: Anjo de Haan
Het is luizengaas, met mazen van 0,8 bij 0,4 millimeter waar de kleine luizen niet doorheen komen. Het gaas wordt over de pas gepote aardappels gelegd. Akkers in het pootaardappelgebied in het noorden van Groningen kleuren hierdoor her en der wit.
De Westerdijks hebben 110.000 knolletjes in anderhalve hectare klei gepoot. „Ze zijn geteeld in een laboratorium, en wij gebruiken ze als uitgangsmateriaal dat we gaan vermeerderen”, zegt Berjan Westerdijk. „Ze kosten 60 cent per stuk.”
Logisch dus dat ze alles op alles zetten om het kostbare pootgoed te beschermen, zodat de investering zich kan terugverdienen.
Berjan Westerdijk heeft de meest kwetsbare aardappelrassen met gaas bedekt. Foto: Anjo de Haan
Pootgoed gaat over de hele wereld
Iedere knol levert gemiddeld acht nieuwe exemplaren, die op hun beurt ook weer vermeerderd worden. Ieder klein knolletje heeft op die manier na drie jaar aan de wieg gestaan van ruim vijfhonderd hoogwaardige pootaardappels. Het pootgoed gaat naar boeren over de hele wereld. Die gebruiken het om consumptieaardappels te telen.
Om uiteindelijk goede oogsten te krijgen is het van groot belang dat de knol in het eerste jaar ‘schoon’ blijft. De nakomelingen zijn dan ook zo gezond mogelijk. Berjan Westerdijk: „Als we het gaas gebruiken houden we 99 procent van de luizen tegen. Er is geen enkel ander middel waarmee we dat resultaat kunnen halen.”