Nederland is in de bijna dertig jaar dat hij hier woont zijn thuis geworden. Maar desondanks stroopt sportjournalist Toru Nakata (60) nog altijd de stadions van de Lage Landen af om Japanse landgenoten in actie te zien. Voor Ronald Koeman heeft hij trouwens slecht nieuws: „Oranje gaat er in Dallas met grote cijfers aan.”
„Weet je wat nu echt een heel bijzondere dag was”, zegt Toru Nakata met glinsterende oogjes in een authentiek Japans restaurant in de Amsterdamse Beethovenstraat: „Het was een zondag, laat in november van het afgelopen jaar.”
De Japanse voetbaljournalist grijpt met zijn stokjes geroutineerd een stukje geroosterde zalm uit zijn bentobox en laat dan zijn Nederlandse interviewer plus fotograaf niet langer in spanning: „Het was 23 november. De vrouwen van Feyenoord speelden op Varkenoord tegen HERA United en de mannen van Feyenoord in De Kuip tegen NEC. In die twee duels heb ik tien Japanners zien voetballen.”
Correspondent in Nederland
Ze zijn niet meer weg te denken uit Nederland, de voetballers uit het Land van de Rijzende Zon, en Toru Nakata al helemaal niet. Vlak na de eeuwwisseling besloot hij te reageren op een advertentie van een Japans sporttijdschrift, dat een correspondent zocht om het Nederlandse voetbal te volgen. Hij werd aangenomen, ook al had hij geen ervaring als journalist.
Het zal wellicht hebben geholpen dat Tanaka knettergek is van sport. Een perskaart had hij niet. „Dus kocht ik gewoon een kaartje. Op zich ging dat prima, want eigenlijk schreef ik alleen over de wedstrijd. Spelers interviewen deed ik niet, ik was ook helemaal niet geïnteresseerd in wat zij buiten het veld deden.”
„Er is respect voor Oranje, maar geen angst." Foto: René Bouwman
Maar dat veranderde in één klap toen Shinji Ono bij Feyenoord binnenwandelde. Hordes Japanse journalisten streken neer in Rotterdam en moesten alles weten van de eerste Japanse voetballer die een Europa Cup zou winnen. Om weer huiswaarts te keren toen de wondervoetballer uit Numazu na vier jaar uit De Kuip vertrok. Allemaal, behalve Toru Nakata.
Hij bouwde in zijn woonplaats Aalsmeer een eigen leven op, met veel Japanse vrienden om zich heen. Hij, exoot uit de buurt van Yokohama, liet zich onderdompelen in de Nederlandse cultuur.
Hij kent inmiddels zijn klassiekers: „Zoals Cruijff zegt: elk nadeel heb z’n voordeel”, meldt hij ineens midden tijdens het interview. Nadat hij een tempuragarnaal heeft weggespoeld met een slok Japanse thee: „Boerenkool is mijn favoriete Nederlandse gerecht. Met een gehaktbal, geen worst, hè. Bijna net zo lekker als sushi.”
Tactiek en voetbaltrends
Nakata volgt het Nederlandse voetbal al een kwart eeuw. Bijna die gehele periode werkt hij voor het gezaghebbende Japanse (online) voetbaltijdschrift Footballista, dat zich geen moer interesseert voor human interest-verhalen. „Wij maken diepgravende stukken over tactiek en voetbaltrends.”
Iemand moet het doen. Geen Japanner weet zoveel van Oranje als Toru Nakata, de vriendelijkheid zelve, maar altijd scherp. Hij kijkt er niet van op dat het Nederlandse elftal momenteel niet in bloedvorm verkeert: „Ik heb door de jaren heen ups & downs gezien bij Oranje. Mooie en saaie teams. Oranje is als een parabool: na iedere opleving volgt een inzinking. En omgekeerd.”
Geen angst voor Oranje
Van de ploeg van Ronald Koeman verwacht hij dit WK niet veel. Hij vindt het bijna onbeleefd om het in Nederlands gezelschap te zeggen, maar vooruit: „De kans dat Japan met grote cijfers van Oranje wint, acht ik hoger dan een kleine zege van Oranje. Er is respect voor Oranje, maar geen angst.”
De wedstrijd van zondag heeft hem vreselijk veel werk opgeleverd. „Eigenlijk is het jammer dat het gelijk de eerste wedstrijd is. Het belang van een tweede of derde groepswedstrijd is meestal groter.”
Toru Nakata verwacht dat de kwartfinale het eindstation wordt voor de Blauwe Samurai. Foto: René Bouwman
Hij verwacht dat de kwartfinale het eindstation wordt voor de Blauwe Samurai. „Dat is ook de doelstelling. De tijd dat ik zoals in 1998 moest huilen omdat we alle groepsduels verloren van Argentinië, Kroatië en Jamaica, is voorgoed voorbij.”
Overigens is Toru Nakata ook redelijk vaak in België te vinden. Daar voetballen op het hoogste niveau zelfs twee keer zoveel Japanners als in Nederland: twintig. „Bij Sint-Truiden stonden er dit seizoen zelfs zeven in de basis. Die club heeft een Japanse eigenaar en werd keurig derde. Als je een paar Japanse spelers bij elkaar zet, gaan ze beter voetballen. Dat zag je ook bij NEC.”