Erik Muntendam, jeugdtrainer van Leandro en Juninho Bacuna, met een shirt met daarop de handtekeningen van alle drie de Bacuna-broers. Foto: Corné Sparidaens
De Groningse kern van het WK-elftal van Curaçao werd groot op Corpus den Hoorn in de jeugdopleiding van FC Groningen en bij FC Emmen. Hun belangrijkste jeugdtrainers waren Peter Moltmaker, Bas Sibum en Erik Muntendam. Over kippensoep, het gebroken been van Theo Lucius en pubers. ‘We hadden Leandro meer vastigheid moeten geven.’
Alle drie zaten ze in de jeugdopleiding van FC Groningen. Jearl Margaritha (26) slechts een jaartje, waarna hij verder rijpte bij FC Emmen. Leandro (34) en Juninho (28) Bacuna doorliepen de complete jeugdopleiding van FC Groningen.
Erik Muntendam (50) trainde niet alleen de twee Bacuna’s, die zondag met Curaçao tegen viervoudig wereldkampioen Duitsland spelen. Het begon allemaal met de oudste van de drie Bacuna-broers, Johnsen. „Die was gescout door sc Heerenveen, waar ik begon als jeugdtrainer”, zegt de Groninger. „Ik reed een paar jaar met hem op en neer naar Friesland. Johnsen was ook een geweldige voetballer: technisch goed, klein maar heel behendig. Hij moest na een paar jaar weg uit de opleiding daar. Ik denk wel eens dat we te weinig geduld hebben gehad met hem, dat we te snel afscheid hebben genomen.”
Na die beslissing was het over met de profvoetballoopbaan van Johnsen, maar achter hem kwamen nog twee voetballers die het ver zouden schoppen: Leandro (nu 34) en Juninho, die nu 28 is. Muntendam kent de laatste al bijna letterlijk vanaf diens geboorte. „Ik bracht Johnsen vaak thuis in Vinkhuizen toen Juninho net was geboren. Stond ik met die kleine op mijn arm. Van Lucille, moeder Bacuna, kreeg ik vaak een bakje kippensoep mee naar huis. Ontzettend lieve mensen.”
Juninho Bacuna (rechts) in oktober 2015 als 18-jarige speler van FC Groningen in duel met Sherel Floranus van Sparta Rotterdam, met wie hij nu samenspeelt bij Curaçao. Foto: Jan Kanning
Vooral moeder Lucille was een goede voetballer
De Bacuna’s hadden het voetbaltalent niet van een vreemde, zegt Muntendam. „Hun vader John was een goede voetballer bij Velocitas; hij stond bekend als John the Bull, de stier. Maar let op: Lucille was een nog betere voetballer. Heb ik begrepen van mensen die het kunnen weten. Dus ze hadden uitstekende voetbalgenen.”
Leandro’s talent werd al snel ontdekt door FC Groningen, waarna hij in de aan de FC gelieerde voetbalschool terechtkwam en vervolgens in de jeugdopleiding. Juninho was altijd mee, weet Muntendam nog goed. „Met een bal, altijd. Als jongetje van een jaar of vijf, zes stond hij dan vaak bij de dug-out te pielen met die bal. Hij werd echt de mascotte van het D1-team waar Leandro in zat.”
Mascotte Juninho op het verkeerde been
Die mascotte werd door Muntendam bij een toernooi in Heerenveen eens stevig op het verkeerde been gezet. „We hadden Juninho vaak een tenuetje van de FC aangedaan. Liep -ie naast het veld, terwijl Leandro de wedstrijden speelde in de D1, met zo’n shirtje aan met die bal.”
Juninho Bacuna in 2017 als speler van FC Groningen. Foto: Jan Kanning
Muntendam herinnert het zich nog goed. „Het was tijdens de wedstrijd tegen Feyenoord D1. Ik riep: Juninho, warmlopen! Hij meteen serieus warmlopen, hij wist als zesjarige al precies wat -ie moest doen. Met een heel gedreven blik. Maar ja, hij kon natuurlijk niet echt invallen tussen die grote jongens. Toen hij na de wedstrijd door begon te krijgen dat ie niet ging spelen, werd hij woest. ‘Erik! Jij zei dat ik mocht invallen!”, grijnst Muntendam. „Die passie, dat typeert Juninho.”
Puberbreinen
Peter Moltmaker (63), alweer jaren als scout van FC Groningen actief, begon rond de eeuwwisseling als jeugdtrainer op Corpus den Hoorn. Hij maakte de beide Bacuna’s vooral als pubers mee, in de O-14 en de O-17. Dat ze onlangs tijdens een interview in de voorbereiding op het WK juist hem als een van de bepalende jeugdtrainers (samen met Muntendam) noemden, verrast de Drent, opgegroeid in Veenhuizen, eigenlijk enigszins. „Ik denk dat het er misschien mee te maken heeft dat ik me redelijk verdiept had in hoe puberbreinen werken”, zegt Moltmaker thuis in Vries.
Leandro Bacuna (rechts) in juni 2013 als 22-jarige naast zijn toenmalige teamgenoot Virgil van Dijk bij het afscheid van Ruud Hesp als keeperstrainer. Foto: Jan Kanning
„Ik kreeg wel eens van spelers te horen: bij u mag net iets meer dan bij andere trainers. Dat had er dan vooral mee te maken dat ik wat losser was, dat ik ook niet op een militaristische, hiërarchische manier training gaf”, zegt de man die zelf begin jaren tachtig als UNIFIL-militair diende in Libanon. „Dat zal daarbij geholpen hebben, denk ik. Ik legde eerder een hand om hun schouder. Niet aanspreken op fouten in de groep, maar één op één. Zeker bij Juninho.”
Peter Moltmaker, jeugdtrainer van Juninho en Leandro Bacuna, thuis in zijn kantoor in Vries. Foto: Jaspar Moulijn
Natuurlijke leider én tv-presentator
Leandro was de natuurlijke leider, vindt zowel Muntendam als Moltmaker. „Open, spontaan, altijd vrolijk”, zegt Moltmaker. „In het begin met zo’n staartje op het hoofd”, weet Muntendam nog. „Had Juninho later ook. Leandro was gewoon een geweldige jongen om mee te werken. Hij wilde altijd, had fysiek en technisch heel veel mee en was niet snel onder de indruk. Of hij nou tegen Ajax of PSV speelde, het maakte Leandro niet uit.”
Leandro Bacuna (rechts) met teamgenoot Marvin Peersman kort nadat FC Groningen in 2024 is gepromoveerd naar de eredivisie. Foto: ANP/Cor Lasker
Muntendam zorgde ervoor dat Leandro zelfs even een loopbaan had als tv-presentator. Hij presenteerde twee seizoenen lang Mijn Club, het tv-programma van RTV Noord over FC Groningen en SC Veendam. „Peter Jeltema, destijds hoofd jeugdopleiding, kwam bij me met de vraag wie geschikt zou zijn. Daar hoefde ik niet eens over na te denken: Leandro natuurlijk. Die was spontaan, altijd vrolijk, had een aanstekelijke lach. Hij deed het ook hartstikke goed.”
‘Leandro was zo ontzettend goed’
Juninho is duidelijk anders dan Leandro, stellen Muntendam en Moltmaker. „Technisch misschien iets vaardiger”, zegt Moltmaker. „Hij kan zo ontzettend veel met de bal, ook fysiek. Maar hij heeft soms momenten dat hij niet aan staat. Als hij dat nog verbetert, als hij nóg vaker er is op het veld, dan ben ik ervan overtuigd dat hij nog een stap kan maken. Naar de top van de eredivisie? Ja, misschien wel.”
Leandro Bacuna in actie namens FC Groningen. Foto: Cor Lasker
Leandro heeft als voordeel dat hij bijna elke positie op de rechterflank kan bezetten, zegt Moltmaker. „Hij was zo ontzettend goed. Hij stond vroeger ook net zo makkelijk in de spits of centraal achterin. Dat was voor mij als trainer makkelijk, want Leandro was ook gelijk op elke positie de beste voetballer. Maar ik denk wel eens: misschien hadden we hem meer vastigheid moeten geven. Ik zie hem het liefst als rechtsback of als ‘6’ of ‘8’. Box-to-box, die dynamiek. Juninho is toch veel meer de technische middenvelder die verbindt. Die de bal opeist uit de laatste linie en de beslissende pass geeft aan de voorhoede.”
‘Leo is completer’
Muntendam is het daar deels mee eens. „Vaak wordt gezegd dat Leandro technisch iets minder is, maar daar ben ik het niet mee eens. Ik vind ‘Leo’ completer. Hij was in de jeugd altijd een geweldige voetballer, op elke positie stak hij er bovenuit. Maar een ander type dan Juninho, opener, spontaner.”
Juninho Bacuna poseert in juni 2018 als nieuwe aan winst van toenmalig Premier League-club Huddersfield Town. Foto: John Early
Van Juninho krijg je minder snel hoogte, zegt ook Moltmaker. „Die moest je wel eens aansporen om het maximale uit zichzelf te halen. Sommige spelers hebben dat van nature, kijk naar Arjen Robben, kijk naar Björn Meijer. Dat had Leandro wat meer dan Juninho. Maar daarbij moet ik wel zeggen: het líjkt bij Juninho ook vaak wat flegmatiek, terwijl ik ervan overtuigd ben dat hij op dat soort momenten wel degelijk áánstaat.”
Het gebroken been van Lucius
Leandro hoefden de trainers nooit aan te zetten, die ging altijd wel. Muntendam herinnert zich nog dat hij als nieuwkomer in de selectie van Ron Jans al op de eerste training zijn visitekaartje afgaf. „Leo ging zo fel een duel in met Theo Lucius dat -ie het been van Lucius brak. Ik weet nog dat Ron zei: de meeste jonkies die meetrainen zijn wat bedeesd, maar Leandro niet. Haha, dat typeert hem.”
Moltmaker had zijn eigen manier om de Bacuna’s te prikkelen. „Dat deed ik altijd na een wedstrijd waarin ze goed hadden gespeeld. Dat moet je bij pubers niet doen als ze net een wedstrijd hebben verloren, dat werkt niet. Dus als ze opgetogen uit de wedstrijd kwamen zei ik: dit is de norm, ik wil dat je dit niveau altijd haalt. Dat werkte denk ik wel. Op dat moment kwam zo’n boodschap binnen.”
‘Ze wisten dat ze prof gingen worden, school was erbij’
Nee, dat de beide Bacuna’s het schopten tot gewaardeerde Premier League-voetballers en nu in Turkije hun brood verdienen, dat verbaast beide voormalige FC-trainers geenszins. Muntendam, die als vmbo-docent Juninho ook nog in de klas had: „Ze wisten gewoon dat ze profvoetballer wilden worden. School móest even, zo zagen ze dat. Ze hadden altijd hun voetbal. Dus nee, dat ze prof zijn geworden was hun doel. Dat is ze gelukt.”
Leandro Bacuna (midden achter) in 2023 bij FC Groningen met moeder Lucille (links), partner Xafira en zoontjes Leandro, Lexandro en Leandrinho. Foto: DVHN
Hun ouders John en Lucille Bacuna zijn bij hun ontwikkeling tot voetbalprof altijd heel belangrijk geweest, zegt zowel Muntendam als Moltmaker. „Geweldige mensen”, vertelt Muntendam. „John en Lucille waren altijd respectvol, altijd meedenkend. Nooit opstandig of veeleisend. John zei altijd, met zo’n Curaçaos accent: als ze maar plezier hebben en hun stinkende best doen. Dan is het goed. Nou, dat is het geworden.”
Bas Sibum: Jearl was een jongen van de straat
Jearl Margaritha (in het blauw van de Blue Wave) zet voor in de uitzwaaiwedstrijd van Curaçao tegen Aruba, afgelopen zondag. Foto: AFP/Pong Pong
Jearl Margaritha kende een heel andere route naar het profvoetbal en het Curaçao-team van bondscoach Dick Advocaat dan de beide Bacuna’s. Hij moest al vroeg weg bij FC Groningen en kwam daarna via GVAV Rapiditas in de jeugdopleiding van FC Emmen Bas Sibum tegen als trainer. Die was volgens hem bepalend voor zijn carrière. „Bas heeft echt op een knopje gedrukt waardoor ik voor voetbal ben gaan leven”, zei Margaritha onlangs in een interview met deze krant tijdens de voorbereiding op het WK in Noordwijk.
Bas Sibum als hoofdtrainer van Heracles Almelo. Foto: ANP/Olaf Kraak
Sibum (43), daarmee geconfronteerd, denkt wel te weten op welke knop hij drukte. „Jearl was een jongen uit de Stad, uit Groningen, maar ook een jongen van de straat. Een jongen die heel erg goed kon voetballen, dat kon je meteen zien. Die dribbel, die snelheid, die actie. Maar ook een jongen waar een rafelrandje aan zat. Privé en op school gingen er dingen niet altijd goed geloof ik, al weet ik daar het fijne niet van. Ik ben altijd heel duidelijk tegen hem geweest en daar ging hij goed op, geloof ik. Ik vertelde wat hij ervoor over moest hebben om profvoetballer te worden. Wat ik precies zei? Dat is niet voor de krant. Maar Jearl is een goeie jongen, een goede voetballer. Ik volg hem nog steeds en hoop dat -ie het ver schopt met Curaçao.”