Curaçao-internationals Leandro (midden) en Juninho Bacuna (links) en Jearl Margaritha op de trappen van de statige trap van Hotel Huis ter Duin. Foto: Phil Nijhuis
Curaçao is de grootste verrassing van alle deelnemende teams op het WK voetbal. Het team van trainer Dick Advocaat heeft een forse Groninger inbreng: de broers Leandro (34) en Juninho (28) Bacuna en ook Jearl Margaritha (26), alle drie geboren in ‘Stad’, staan doorgaans in de basis. En oud-international Angelo Cijntje (46) uit Veendam is performance coach. Een gesprek in Noordwijk over geloof, Curaçaose trots en de doelman die er niet meer is.
Hotel Huis ter Duin in Noordwijk, dinsdag 26 mei. In de felle zon zitten vooral bejaarde, chique geklede gasten op het terras, dat uitkijkt op de Noordzee. Op de parkeerplaats wemelt het van de BMW’s, Mercedessen en Audi’s, maar er staan ook Porsches en een enkele Ferrari, die van de succesvolle conceptueel-visueel kunstenaar Joseph Klibansky, zo staat erop te lezen.
Chique ambiance
Binnen in het enorme hotel, nog altijd in Nederlandse handen, is het vooral donkerroze marmer en goud wat de sfeer bepaalt. Hotelbedienden lopen in pakjes zoals je ze uit oude films kent, maar ze zijn uitermate vriendelijk. Een eenvoudige tosti kost er 13,50 euro, koffie 5,50.
In die chique ambiance komen de spelers in het koningsblauw van Curaçao relaxed aanwandelen na de besloten ochtendtraining op het veld van SJC, een kwartiertje van het hotel. Geinend en lachend, helemaal achteraan, de Groningse club: Leandro en Juninho Bacuna en Jearl Margaritha.
Leandro Bacuna komt aan bij het trainingscomplex voorafgaand aan een training van het nationale team van Curaçao. De spelers bereiden zich onder leiding van bondscoach Dick Advocaat bij SJC voor op het WK voetbal. Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP
Voetballen op straat
Op een Chesterfield bank en - stoelen gaan ze zitten. Ze kennen elkaar uit de Curaçaose gemeenschap in Groningen. Margaritha, opgegroeid aan de Korreweg, kende via de broer van zijn vader de Bacuna’s, die samen met hun oudere broer Johnsen opgroeiden in Beijum. „We voetbalden wel op pleintjes samen, op straat”, zegt de flankaanvaller die onlangs met SK Beveren kampioen werd van de Challenger Pro League, het tweede Belgische niveau. „Niet bij clubs. Ik ben natuurlijk ook veel jonger dan Leandro en scheel ook bijna drie jaar met Juninho. Maar we kenden elkaar wel.”
Als een droom. Zo beleven de drie Stadjers het komende avontuur in de Verenigde Staten vooral. Maar wel eentje die ze echt gaan beleven. „Ik was gewend”, bijt Leandro met een grijns het spits af, „om met familie en vrienden naar het WK voetbal te kijken. Gezellig, met elkaar. Dan dacht ik altijd: wat zou het mooi zijn om daar te staan. En nu gaan we er zelf spelen, op het allerhoogste podium. Dat is wel gek om me te realiseren, soms.”
Geloof in eigen kunnen en in God
Het is het gevolg van een proces, zegt de aanvoerder, die in 2019 de aanvoerdersband overnam van Cuco Martina. „We hebben hier met zijn allen naar toe geleefd, dit is echt iets waar we jaren aan hebben gewerkt.”
Daarbij was geloof cruciaal, zeggen de drie. Geloof dát het kon, het rotsvaste geloof dat het eilandje waar 150.000 mensen wonen zich zou kunnen kwalificeren voor het hoogste internationale voetbalpodium. Eigenlijk bizar om dat te geloven, maar toch deden de Bacuna’s en Margaritha dat.
Niet alleen geloven dat Curaçao zich misschien wel zou kunnen plaatsen voor het WK, maar vooral ook dat een externe macht hen daarbij ging helpen. „Het geloof in God is heel belangrijk op ons eiland”, zegt Leandro. „Dat geloof bindt ons allemaal. Dat uit zich in dingen als je bekommeren om andere mensen, dat je respect hebt voor ouderen en elkaar helpt waar het kan. Maar het geloof om dit te bereiken is daar wel mee verbonden. Niet dat God ervoor heeft gezorgd dat we nu het WK gaan spelen. Wel dat we geloven dat zo overtuigd zijn dat er Iemand is die achter ons staat.”
Doelman Jairzinho Pieter was gangmaker
Tot 9 september 2019 was er één international van Curaçao die ook geloofde in de WK-droom. Jairzinho Pieter, destijds 31 jaar oud, was de gangmaker van het toenmalige elftal, waarin Leandro Bacuna al een van de gevestigde namen was en waarbij Juninho net aansloot.
Leandro Bacuna komt het veld op tijdens een training op het complex van SJC in Noordwijk. Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP
De tweede doelman van het team was altijd degene die voorging in het gezamenlijke gebed, en ook degene die de spelers van Curaçao vurig op het hart drukte dat een WK voetbal halen mogelijk was. Op die fatale dag in september, bijna 7 jaar geleden, overleed hij volkomen onverwacht aan hartfalen in het spelershotel in Port-au-Prince, waar Curaçao zich toen voorbereidde op de Nations League-wedstrijd tegen Haïti.
Aanvoerder Leandro (links) en Juninho Bacuna delen in Noordwijk handtekeningen uit aan fans. Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP
‘We nemen hem mee in ons hart’
Leandro weet het nog goed. „Jairzinho was een van mijn beste vrienden”, zegt hij met een starende blik. „Het is een heel triest verhaal. We dragen hem altijd mee in ons hart.”
„Hij was een van de eersten die er altijd in geloofde en altijd zei: wij gaan het WK halen”, zegt Juninho. „Hij belde mij op om te vragen of ik er ook bij zou komen, hij wilde graag dat ik bij Curaçao ging spelen. De eerste keer dat ik er toen bij was, gebeurde het.”
Juninho Bacuna op de persdag van het team van Dick Advocaat tijdens een interview. Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP
Margaritha kent de legende die Pieter inmiddels is geworden. „Ik speelde destijds nog niet voor Curaçao, maar ik weet het. Natuurlijk raakt zoiets je. Hij komt altijd langs in de verhalen.”
Besef moet nog komen
Op 14 juni is het zover. Dan is nota bene viervoudig wereldkampioen Duitsland de eerste tegenstander van Curaçao. In de eindfase van de voorbereiding speelt het team van Dick Advocaat een week daarvoor nog de uitzwaaiwedstrijd tegen Aruba, in Willemstad zelf. „Het besef is er nog niet helemaal”, zegt Leandro Bacuna. „Dat komt denk ik pas als we in Amerika zijn. Maar het is wel een jongensdroom die uit gaat komen. Op het allerhoogste podium spelen.”
Hoe WK al wel leeft op het eiland zelf, dat weten de Stadjers van de Blue Wave wel. „We krijgen alles mee. Alle muziek, alles”, zegt Juninho. „Als je dat ziet, dat is niet normaal.”
Margaritha beaamt dat. „We zien veel. Wij zitten midden in de voorbereiding, we beseffen het daardoor misschien niet altijd. Maar als we die beelden van Curaçao zien, van mensen in het blauw, dansend, dan is dat heel erg mooi. Dat straalt zo’n blijdschap uit, prachtig.”
Kinderen erbij
Advocaat laat veel toe bij Curaçao. De voorheen strenge bondscoach laat zelfs de spelersvrouwen en -kinderen toe in de buurt van de selectie. Margaritha laat zijn zoontje van 3,5 thuis, maar de zoon van Juninho gaat naar Texas en ook de vier kinderen van Leandro zijn erbij, daar in Amerika. „En alle familie is erbij”, lacht Leandro. „Dit wil je meemaken. Dit is een droom die uitkomt.”
Angelo Cijntje: ‘Het onhaalbare is gehaald’
Tussen alle Ferrari’s en Porsches op de parkeerplaats van Hotel Huis ter Duin staat ook de zwarte Citroën Berlingo van Cijntje Personal Fit uit Veendam, de wagen van performance coach en oud-international Angelo Cijntje (46). „Mooi hè”, lacht Cijntje. „Dure gasten hier. Maar de meeste van die dure bakken zijn ook niet van de spelers hoor.”
Angelo Cijntje op de trap van Hotel Huis ter Duin in Noordwijk. Foto: Phil Nijhuis
Cijntje was begin deze eeuw twaalf wedstrijden international van Curaçao en speelde naast SC Heerenveen (2000-2002) en het Finse KuPS Kuopio vooral als back voor BV Veendam (2002-2013), maar ook een jaartje voor FC Groningen (2013-2014), waarna hij afbouwde bij ACV (2014-2016) en Veendam 1894 (2016-2019).
„In mijn tijd als international is eigenlijk al het proces in gang gezet dat nu uitmondt in ons eerst WK”, zegt Cijntje. „Toen was Curaçao al op weg naar zelfstandigheid en speelden we al niet meer voor de Nederlandse Antillen, maar voor Curaçao. Daarom is dit ook zo prachtig.”
„Je voelt aan alles dat dit anders is dan alles wat we tot nu toe hebben gedaan”, zegt de snelle back die als flankflitser gold als archetype van een ‘Veenkoloniaal voetballer’. „Deze setting in zo’n hotel, de dynamiek in de groep. Iedereen voelt dat dit heel bijzonder is. Ik voel me gezegend dat ik deel uitmaak van dit begeleidingsteam, het onhaalbare is gehaald. Dit gaat één grote reis worden, het is superuniek om dit mee te mogen maken.”
Cijntje houdt zich als performance coach vooral bezig met de fitheid en belasting van spelers. Hij leest de hartslagmeters en andere inspanningsfysiologische apparatuur uit, hij weet welke bloedwaarden welk verhaal vertellen. „Ik let er vooral op of spelers fit genoeg zijn voor de belasting die we ze geven en als ze dat niet zijn: hoe ze dat worden”, zegt de Veendammer. „Maar let wel: ik ben onderdeel van het team, ik doe het absoluut niet zelf. We hebben heel goede mensen in de staf. Maar we zijn hier ook niet in een speeltuin.”
Wat het geheim is van Curaçao? „Spelen met het hart”, lacht Cijntje, „maar dat zegt iedereen al. Wat is dat dan? Ik denk dat we vooral heel trots zijn, met ons hele hart. Dit zet het eiland op de kaart.”
Zijn sportschool in Veendam moet het even zonder een van de twee bazen stellen, maar dat moet geen problemen opleveren, zegt Cijntje, die als enige van de vier Groningse Curaçaonaars is geboren op het eiland, in Willemstad. „Mijn compagnon neemt het nu over en daar ben ik heel dankbaar voor. Ik kan nu hier bij de groep zijn doordat het daar in Veendam goed doorloopt, ook zonder mij. Dat is heel fijn.”
‘Ik was geen makkelijke jongen’
Jearl Margaritha begon bij Groninger Boys, waar hij al snel werd gescout door FC Groningen. Maar daar viel hij ook snel af. „Ik was niet de makkelijkste”, vertelt hij, zonder uit te willen wijden. „Laat ik het zo zeggen: ik was niet op mijn mondje gevallen.”
Jearl Margaritha Foto: Phil Nijhuis
Via GVAV Rapiditas kwam Margaritha als 15-jarige bij FC Emmen Onder-17 terecht, waar Bas Sibum hem inspireerde. „Bas heeft me wel geraakt”, zegt Margaritha. „De manier waarop hij me duidelijk maakte dat ik een stap moest zetten, die werkte bij mij. Vanaf dat moment ging ik echt voor het voetbal.”
Toch verliep zijn carrière ook daarna niet bepaald zonder slag of stoot: na FC Emmen Onder-19 moest de Stadjer weer terug naar de amateurs. Hij ging spelen bij vv Hoogeveen, en met die club won hij het Protos Weering zaalvoetbaltoernooi.
Maar direct daarna was hij alsnog profvoetballer: eerst haalde Almere City FC hem en daarna speelde Margaritha twee seizoenen voor TOP Oss, voordat hij werd gehaald door Sabah FK uit Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan. Enkele dagen nadat hij daar met gedoe was vertrokken en voor eerst was teruggekeerd naar zijn ouderlijk huis aan de Groningse Korreweg, belde Phoenix Rising, de club van Didier Drogba, in de Verenigde Staten.
Daar speelde Margaritha één seizoen, 2024-2025. Het afgelopen seizoen voetbalde hij weer een stuk dichter bij huis, in Beveren, vlakbij Antwerpen. „Het was even aanpassen daar”, zegt Margaritha, „want ik kon die mensen vaak moeilijk verstaan. Ze spreken wel Nederlands, maar met van die klemtonen waardoor ik het vaak niet goed begreep. Ik ben ook een echte Groninger natuurlijk hè, haha. Maar de laatste tijd gaat het een stuk beter. En de beleving daar is echt geweldig, het is top om daar te voetballen.”
‘Ik wilde op het vizier van de bondscoach blijven’
Juninho Bacuna kwam na verre en minder verre omzwervingen in februari eindelijk weer in Nederland voetballen. Met FC Volendam degradeerde hij onlangs in de finale van de nacompetitie tegen Willem II.
Juninho Bacuna Foto: Phil Nijhuis
De bijna 29-jarige middenvelder groeide op bij FC Lewenborg en GRC Groningen, voordat hij werd gescout door de FC en daar in de jeugd speelde, totdat hij als 17-jarige zijn debuut maakte in de hoofdmacht. De jongste Bacuna speelde 82 wedstrijden voor FC Groningen, waarna Huddersfield Town FC hem haalde.
In zijn eerste seizoen daar degradeerde die club met Bacuna vanuit de Premier League naar de Championship. Na een halfjaartje Rangers FC in Schotland volgden 2,5 seizoenen in de Championship met Birmingham City FC, waarmee hij in 2024 degradeerde naar de League One. Toen verkaste Bacuna naar Al-Wehda, op het tweede niveau in Saoedi-Arabië. Na een jaartje in de woestijn haalde Gaziantep FK hem, een Turkse club uit de Süper Lig. Daar staat hij nog steeds onder contract en daar keert hij na het WK waarschijnlijk ook terug.
Maar niets is zeker in de voetbalwereld, weet Bacuna zelf heel goed. „Ik ben, mede op aanraden van Dick Advocaat, naar FC Volendam gegaan om zo ook op het vizier van Curaçao te blijven. Rick Kruys [een paar dagen geleden ontslagen door FC Volendam, red.] was ook een prima trainer volgens Dick. Ik heb er ook met veel plezier gespeeld, jammer dat we het niet redden. En dus ga ik in principe gewoon terug naar Turkije. Tenzij er natuurlijk een mooie club langskomt. Het WK is natuurlijk wel een prachtig podium om jezelf te laten zien.”
FA-Cup-finale en drie seizoenen Premier League
Leandro Bacuna voetbalt in Turkije, op het tweede niveau: bij Igdir FC. Daar kwam hij in januari van dit jaar terecht na een loopbaan die begon bij Velocitas 1897 en via GVAV Rapiditas voerde naar FC Groningen, waar hij tot zijn 22ste speelde.
Leandro Bacuna Foto: Phil Nijhuis
Toen maakte Bacuna een prachtige transfer naar Premier League-club Aston Villa FC, dat op 20 mei de Europa League won. Bacuna haalde in 2015 met Aston Villa de FA Cup-finale, waarin hij na rust inviel maar die werd verloren van Arsenal (4-0). In 2017 degradeerde Bacuna met de Engelse grootheid en vertrok hij naar Reading FC, waarna nog Cardiff en Watford FC volgden, voordat hij in 2023 terugkeerde in Euroborg.
Daar werd Bacuna, meestal als rechtsback, een van de drijvende krachten achter de promotie van FC Groningen naar de eredivisie. Vorig jaar trok ook de oudste van de twee Bacuna’s – hun nog oudere broer Johnsen is inmiddels gestopt als voetballer op topamateurniveau – ook naar Turkije, naar Bandirmaspor, op het tweede niveau. In januari verkaste Leandro naar divisiegenoot Igdir FK, aan de uiterste oostgrens van het land, dichtbij de grens met Iran. „Maar ik woon in Ankara”, zegt de verdediger. „We trainen ook in Ankara en vliegen voor thuiswedstrijden naar Igdir.”