Annette Versluys-Poelman (1853-1914): medeoprichtster en eerste presidente van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Foto uit boek Vraauwlu.
Het is afwachten hoeveel het er na de verkiezingen zijn, maar een vrouw in de Tweede Kamer is al heel lang niet bijzonder meer. Mede dankzij Groningse vrouwen, die ruim een eeuw geleden streden voor het vrouwenkiesrecht.
Bij de komende Tweede Kamerverkiezingen zijn 8 van de 27 lijsttrekkers vrouw. Een beetje weinig, afgezet tegen de samenstelling van de Nederlandse bevolking. Daarmee wordt ook geen recht gedaan aan de strijd voor het vrouwenkiesrecht. Een aantal Groningse vrouwen speelde daarin een grote rol.
Twee van de zeven waren Gronings
De Rotterdamse Suze Groeneweg was in 1918 de eerste vrouw in de Tweede Kamer, maar toen mochten nog alleen mannen stemmen. Vrouwenkiesrecht werd pas in 1919 ingevoerd. Na de daaropvolgende verkiezingen, in 1922, kwamen zeven vrouwen in de Tweede Kamer, van wie twee uit het Noorden.
Als het om vrouwenrechten gaat wordt steevast Aletta Jacobs (1854-1929) uit Sappemeer genoemd. De eerste vrouwelijke arts en eerste vrouw die afstudeerde aan een Nederlandse universiteit maakte zich daar inderdaad sterk voor, maar zij was niet een van de twee.
Aletta Jacobs (1854-1929): de eerste vrouw die afstudeerde aan een Nederlandse universiteit, eerste vrouwelijke arts en voorvechtster van het vrouwenkiesrecht. Foto: Groninger Archieven.
Onbekend, maar veel betekend voor kiesrecht
„Betsy Bakker-Nort en Agnes de Vries-Bruins vertegenwoordigden het Noorden”, legt historicus Sanne Meijer uit. Zij heeft met Iris van den Brand, eveneens historicus, het boek Vraauwlu geschreven. Hierin staan bekende en onbekende Groningse vrouwen centraal die een belangrijke rol in de geschiedenis hebben gespeeld.
„Hoewel die twee eerste vrouwelijke leden van de Tweede Kamer uit het Noorden vrij onbekend zijn, hebben ze veel betekend voor het kiesrecht en de rechten van de vrouw.”
Iris van den Brand (links) en Sanne Meijer, auteurs van Vraauwlu, over belangrijke Groningse vrouwen. Foto: Nienke Maat
Betsy Bakker-Nort
Betsy Bakker-Nort (1874-1946) nam in 1922 namens de Vrijzinnig-Democratische Bond plaats in de Tweede Kamer. Zij was een van de oprichters van de Groninger afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK).
De Stad-Groningse promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op de rechtspositie van gehuwde vrouwen. Ze voegde de daad bij het woord en ageerde tegen de wet die getrouwde vrouwen als handelingsonbekwaam bestempelde. Hierdoor waren ze na het huwelijk gedwongen om te stoppen met werken.
Betsy Bakker-Nort: juriste en politica die in 1922 als één van de eerste zeven vrouwen in de Tweede Kamer werd gekozen. Foto: P.B. Kramer, Groninger Archieven
Agnes de Vries-Bruins
Agnes de Vries-Bruins (1874-1957) zat voor de Sociaal Democratische Arbeiderspartij in de Tweede Kamer en zette zich met vergelijkbare energie in voor vrouwenrechten.
De Fries-Groningse, die in Stad een eigen praktijk had als zenuwarts, werd in 1945 zelfs tweede voorzitter van de Tweede Kamer. Ze genoot in haar partij aanzien als medisch specialist, zat in de Provinciale Staten van Groningen en in de gemeenteraad van Den Haag en was actief in de bestrijding van tuberculose.
In Vraauwlu wordt ze gekenschetst als een ‘symbool voor alle Groningse vrouwen die in de politiek de grenzen verlegden’.
Agnes de Vries-Bruins: arts en politica die na de invoering van het vrouwenkiesrecht als gemeenteraadslid, Statenlid en Tweede Kamerlid werd gekozen. Foto uit Vraauwlu/Resources Huygens KNAW.
Onderdak aan ongehuwde moeders
Meijer noemt ook Annette Versluys-Poelman (1853-1914) uit Holwierde. Zij richtte met Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs de invloedrijke Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK) op en was de eerste voorzitter van het landelijk bestuur.
Ze bepleitte bij ministers de belangen van vrouwen en meisjes op de arbeidsmarkt en in het onderwijs en reisde door Nederland om lokale afdelingen van de VVK op te richten. Versluys-Poelman richtte ook Tehuis Annette op. De instelling verleende onderdak aan en ondersteunde ongehuwde moeders en hun kinderen.
Annette Versluys-Poelman heeft heel veel gedaan, maar er is in Holwierde niks naar haar vernoemd. Foto uit Vraauwlu.
Minstens zo belangrijk als Aletta Jacobs
Meijer: „Zij was minstens zo belangrijk als Aletta Jacobs, heeft waanzinnig veel gedaan, maar lijkt totaal vergeten. Er is in Holwierde niks naar haar vernoemd, geen straat, plein, of wat dan ook.”
Ze overleed in 1914 en maakte de invoering van het vrouwenkiesrecht dus niet mee: „Bij de uitvaart liepen echter alle feministen achter de kist. Die optocht werd gezien als een stil verzet, een statement.”
Onzichtbaar werk dat vrouwen deden
En er is wel meer vergeten, aldus Meijer. De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898 in Den Haag bijvoorbeeld.
„Een expositie over het onzichtbare werk dat vrouwen deden en dat, als ze dat niet meer deden, de maatschappij zou instorten. Het werd georganiseerd vanuit de Groningse vrouwenbond en drijvende krachten waren de Groningse Cato Pekelharing-Doijer en Dientje Dull uit Winschoten. Het duurde tweeënhalve maand, trok 90.000 bezoekers en was een enorm succes. Omdat het in Den Haag plaatsvond, werd vergeten dat het een noordelijk initiatief was.”
Als paddenstoelen uit de grond
Naast Annette Versluys-Poelman trokken anderen eropuit om vrouwen in dorpen en steden wakker te schudden. Het gevolg: lokale afdelingen schoten als paddenstoelen uit de grond, van Ulrum tot Ter Apel en van Winschoten tot Grijpskerk.
Betsy Bakker-Nort en Aletta Jacobs hoorden bij de eerste pioniers. Jacobs schreef er over in haar autobiografie Herinneringen (1924) en Bakker-Nort deed verslag in publicaties van de VVK.
‘Niets dan plichten tegenover haar man...’
De eerste avond in Hotel de Unie in Veendam op 28 februari 1906 was meteen een succes. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef: ‘De vrouw ziet nu in het kiesrecht een middel om tot meerdere vrijmaking, tot meerdere rechten te komen. Tot op dit moment heeft zij niets dan plichten, tegenover haar man, tegenover haar gezin (…).’
Hotel ‘De Unie’ in Veendam, ca. 1900-1905. Foto: Groninger Archieven.
Een dag later werd de VVK-afdeling Veendam-Wildervank opgericht. Na Veendam ging het naar Stadskanaal. Auto’s waren er amper, dus de vrouwen namen de paardentram en soms liepen ze.
In Herinneringen schreef Jacobs:‘Het was mooi weer en ’t zou nog een paar uur aanhouden voor het paardetrammetje ons naar Stadskanaal zou brengen (…). We besloten om niet op de tram te wachten, maar liever zoo lang te wandelen tot zij ons inhaalde.’
‘Das allende veur groode luu’
Ze kwamen na een paar kilometer bij een huisje waar drie vrouwen hen verwelkomden. Het drietal had naar de bijeenkomst in Veendam gewild, maar hun mannen hadden gezegd: ‘Dat is niks veur jou, das allende veur groode luu.’
Een van de vrouwen: ‘Ze binnen bang dat we heur over de kop zullen gruien, ze waiten wel, dat het een schande is, dat we zoo hard mouten metknuien veur ’t daogliksch brood en net als onmondig kinder niks te zeggen hebben, as der wat te verhakstukken valt. Krek of vrouwluu nait even goud heur verstand hebben as ’t manvolk.’
Veel sterke vrouwen in de Veenkoloniën
Die houding verraste. Bakker schreef: ‘Zoo vonden we daar midden in de Groninger veenkoloniën, in een eenzaam huisje aan ’t kanaal, eenige eenvoudige vrouwen uit het volk, die zonder dat ooit iemand haar over vrouwenkiesrecht gesproken had, door haar eigen verstand en ervaring de rechtvaardigheid en ’t nut daarvan inzagen. (…).’
Meijer: „Er waren veel sterke vrouwen in de Veenkoloniën, die zonder dat ze het wisten intrinsiek feminist waren.”
8 van de 27 lijsttrekkers vrouw te weinig
Het is mede dankzij het pionierswerk van bekende en onbekende Groningsen dat vrouwen al ruim een eeuw stemmen en in de Tweede Kamer zitten. Ook al mogen dat er wel wat meer zijn.
Meijer: „Van de 27 lijsttrekkers maar 8 vrouw is natuurlijk te weinig. De Tweede Kamer dient een afspiegeling van de samenleving te zijn, dus dat moet eigenlijk de helft zijn. Ik voel mij ook niet vertegenwoordigd door een man in een pak.”
Kon minder
Meer sterke vrouwen
De lijst met Groningse vrouwen die zich voor het kiesrecht en nog van alles sterk maakten is lang. Een kleine greep.
Wabina, ‘Wabien’ Mansholt Andreae (1874-1966).
Uit Zuidhorn. Was in 1919 een van de eerste vrouwen in Nederland die gemeenteraadslid was én lid van Provinciale Staten. Werd drie jaar later gevraagd voor de Tweede Kamer, maar liet dat vanwege ‘moederverplichtingen’ over aan vriendin Agnes de Vries-Bruins.
Hanneke Jagersma (1951)
De geboren Friezin zat namens de Communistische Partij Nederland in Provinciale Staten en werd op 1 april 1982, toen 31 jaar oud, burgemeester van de gemeente Beerta. De eerste en enige communistische van Nederland.
Jagersma was maatschappelijk zeer actief en de eerste burgemeester die zwangerschapsverlof opnam, hoewel daar wettelijk niks voor geregeld was.
Hanneke Jagersma (1951): de enige communistische burgemeester van Nederland, bij haar benoeming de jongste burgemeester van Nederland en de eerste burgemeester die tijdens haar ambtsperiode zwanger was. Foto: Hans van Dijk, Anefo/Nationaal Archief.
Mariet Jeanette-Baale (1875-1947)
De eerste vrouwelijke doctor in de klassieke letteren van Europa. Betrokken bij de vrouwenkiesrechtbeweging en de politiek voor de Liberale Unie/Vrijheidsbond.
Vrouwelijke premier
Vrouwen kregen in 1917 het recht om te worden gekozen. Suze Groeneweg (SDAP) was in 1918 de eerste vrouw in de Tweede Kamer en Carry Pothuis-Smit (SDAP) twee jaar later de eerste vrouw in de Eerste Kamer.
Het percentage vrouwen is sindsdien toegenomen, maar in het parlement nog nooit 50 procent of meer geweest.
Marga Klompé (KVP) was in 1956 de eerste vrouwelijke minister. In 1977 was Ria Beckers (PPR) de eerste vrouwelijke lijsttrekker en in 1998 werd Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA) als eerste vrouw voorzitter van de Tweede Kamer. Jeanine Hennis (VVD) was in 2012 de eerste vrouwelijke minister van Defensie. Het wachten is op de eerste vrouwelijke premier (www.parlement.com).
Jeannine Hennis, op de foto op Vliegbasis Leeuwarden, was in 2012 de eerste vrouwelijke minister van defensie. Foto: Catrinus van der Veen