,,Het is meer dan een bruin café'', zegt Arnold Ensing. Foto: Corné Sparidaens
Feest in café Wolthoorn & Co in Groningen dit weekend. Het bestaat 100 jaar. Aan het woord uitbater Arnold Ensing en vaste gasten over het geheim van het klassieke café. „Het is een warm bad.’’
Café De Wolthoorn? Arnold Ensing (51) had er nog nooit van gehoord toen hij 19 jaar was. Ook de Ellebogenbuurt was hem vreemd. Hij werkte in die tijd net een jaartje achter de bar in ‘t Golden Fust, het feestcafé van zijn vader in de Poelestraat waar alles kon en alles mocht. Hij schrok toen zijn vader zei dat hij die zaak van de hand had gedaan en daarvoor in de plaats De Wolthoorn had gekocht.
„Ik zag m’n toekomst verdwijnen’’, zegt Arnold.
Hij zit aan een tafel in het achterzaaltje van café Wolthoorn & Co, dat klassieke bruine café waar hij toentertijd aan moest wennen en waar hij sinds 1996 het vaste gezicht is. In 2004 namen hij en zijn broer Jeroen - die jaren later voor een baan in de zorg koos - de zaak over van hun vader.
Arnold valt even stil. „Als ik er nu over nadenk, is het mijn vaders beste beslissing ooit geweest om De Wolthoorn te kopen. Het is meer dan een bruin café, het is een instituut.’’
Het klassieke bruine café. Foto: Corné Sparidaens
Van politicus tot metselaar
De Wolthoorn bestaat dit jaar honderd jaar, dankt zijn naam aan Henk Wolthoorn die het in 1955 kocht en kreeg zijn huidige interieur toen kastelein en meesterschilder Koos Huizenga (1942 - 2015) de zaak begin jaren 80 overnam. Hij wist een sfeer te creëren waarin iedereen gedijde, van politicus tot metselaar, van kunstenaar tot wetenschapper. Dat bleef, ook toen Lacko Benedek er de scepter zwaaide en daarna Herman Ensing, met in het kielzog zijn zoons.
En de muziek staat er nooit hard.
Olga Wiese vindt er de wereld
„Ik denk dat ik de oudste bezoeker van De Wolthoorn ben. Niet in leeftijd, maar in het aantal jaren dat ik er kom’’, zegt kunstenaar Olga Wiese (79) van wie een aantal schilderijen in het café hangt. ,,Ik kwam er voor het eerst in 1964, ik heb Henk Wolthoorn nog meegemaakt. In die tijd was de lambrisering weg getimmerd met donkerrode formica platen. Het was zogezegd gemoderniseerd in de vijftiger jaren, met een wit met groen behangetje. Koos Huizenga heeft het mooi en bruin gemaakt.’’
Ze herinnert zich de vroegere tijden toen er veel gezongen werd als muzikant Roelof Stalknecht achter de piano kroop, toen ze er steevast vrienden en collega’s trof als was het café een tweede thuis. Dat is niet meer zo, zegt ze. ,,Maar ook al komen er nu heel veel mensen die ik niet ken; het is een soort van hetzelfde gebleven.’’
Vandaar dat ze er praktisch elke nacht om 12 uur binnen stapt, voor een kop koffie, een glaasje kraanwater, sporadisch een glaasje wijn. ,,Ik heb een eenzaam beroep, ik zie overdag weinig mensen en wil dan ‘s nachts het gevoel hebben dat er ook nog een wereld is.’’
Die vindt ze in het geroezemoes van De Wolthoorn. ,,Het is een prettige plek voor iedereen, jong en oud, ongeacht wie je bent. Je gaat er gemakkelijk binnen, of je nu een hoge pief bent of een vrouw alleen. Ik heb er veel tijd liggen en een café waar je vaak komt, daar hecht je je aan.’’
‘De barmannen weten wat de gasten drinken’
Dat beaamt schrijver Jaap Ploeger (42) die als student hoogstzelden in De Wolthoorn kwam, maar er sinds een aantal jaren vaste gast is. ,,Ik ontdekte het café via een borrel van het werk. Een keer per maand werd een keer per week. Van de zomer heb ik het bont gemaakt en kwam ik er bijna elke dag. Niet om me vol te gieten, maar om even te zitten, even te praten. Heel gezellig, al die verhalen van al die verschillende mensen.’’
Naast de sociale functie van het café roemt hij het vakmanschap van het barpersoneel. ,,De barmannen kennen de gasten, weten wat ze drinken en maken tijd voor een praatje.’’ Hij noemt het een echt bruin café door de schilderijen, de sfeer. ,,Het is een huiskamer in de binnenstad, in het bijzonder van onze buurt, het A-Kwartier. Ik woon op honderd meter afstand, waarom zou ik verder lopen voor een café?’’
Waar moet het heen met de stad?
Precies hetzelfde heeft architect en buurtbewoner Jurjen van der Meer (70) die De Wolthoorn leerde kennen in 1981. Hij woonde in Berlijn en was in Groningen omdat zijn vader daar in het ziekenhuis lag. ,,Ik had gehoord dat Koos Huizenga, die ik kende van Schiermonnikoog, het café had overgenomen. Hij was een echte gastheer en had er een café van gemaakt zoals hij die had bestudeerd in België. Hij had De Vlaamsche Reus, De Drie Gezusters en De Blauwe Engel al in het leven geroepen en dat staaltje sublimeerde hij in De Wolthoorn.’’
Later toen hij een architectenbureau begon in Groningen, kwam hij er veel met zijn collega’s, ze dronken er voor het vaderland weg, altijd op rekening. Evengoed kwam hij er aan het einde van de middag graag alleen. ,,Dan trof ik er schilders, kunstenaars, journalisten. En politici. Wethouder Ypke Gietema hield er kantoor, het ging er altijd over waar het heen moest met de stad.’’
Nog bezoekt Van der Meer het café geregeld. ,,Ik heb me een tijdje afgevraagd of er niet te veel oude mensen kwamen, waartoe ik zelf ook behoor, maar Arnold en de zijnen hebben het voor elkaar dat er nu ook veel jonge mensen zijn. Het gaat weer ergens over. En tegelijkertijd houden ze de traditie van het biljart in stand. Prachtig!’’
‘Waar tref je ouwe zakken, studenten en de plaatselijk wethouder door elkaar?’
Cafékenner bij uitstek is bioloog Midas Dekkers (77) die zijn favoriete bruine cafés beschreef in het boek Volledige Vergunning. Dat De Wolthoorn 100 jaar bestaat, bejubelt hij. ,,Er zijn vast een boel cafés die er prat op gaan een, twee of drie eeuwen te bestaan, maar een eeuweling als De Wolthoorn, die trouw is aan zijn eigenheid, daar mag je apetrots op zijn.’’
Hij noemt De Wolthoorn het klassieke café omdat het volgens hem de drie-eenheid klandizie, kastelein en interieur perfect op orde heeft. „Als Randstedeling word je jaloers dat alle rangen, standen en leeftijden er door elkaar heen lopen. Misschien romantiseer ik het hoor, maar waar tref je ouwe zakken, studenten en de plaatselijk wethouder samen? En Jean Pierre Rawie natuurlijk met zijn coterie. Ik heb er zo ongelooflijk veel plezier beleefd. Het is een warm bad: verrukkelijk om daar een uurtje, althans dat was altijd de bedoeling, te zijn. Dan kon je er weer tegen.’’
‘Een schitterend oud café’
Dat warme bad, daarin kan Hebe King (75) - vaste gast sinds pakweg 1975 - zich vinden. „Voor mij brengt De Wolthoorn vrijheid van bewegen en het blijft vaak verrassend wie er al dan niet komt opdraven.’’ Ook zij voelt zich er prettig in haar eentje, omdat er altijd wel iemand is om mee te praten en zo niet, dan is er genoeg om naar te kijken. ,,En de mensen achter de bar zijn over het algemeen tegemoetkomend en discreet.’’
Ze vindt het belangrijk dat er geen ‘hinderlijke muziek’ te horen is en heeft het altijd als het fraaiste en bruinste café van de Ellebogenbuurt gezien. „Het was en is een schitterend oud café waar ik me acuut tot aangetrokken voelde.’’
Is er dan niks mis? Ze denkt even na. „Nou, oorspronkelijk was het achterzaaltje er niet, daar was een heerlijk tuintje waar we graag vertoefden. Via de wc-raampjes vingen we de vreemdste flarden van geheimen op. Toen die tuin opgeofferd werd voor een achterzaal aan het café vonden we dat unaniem een beroerde beslissing, maar we waren er ook zomaar aan gewend.”
Arnold Ensing in zijn 100-jarige café. Foto: Corné Sparidaens
Arnold begint bijna te fluiten
Arnold Ensing staat in de startblokken om bij te springen achter de toog. Er is net een groep buitenlandse studenten binnengestapt, vandaar. Net als de rest van de barmannen - hij wenst weer eens een vróuw achter de bar - is hij gestoken in een zwarte pantalon, een wit overhemd met een vlinderstrik en een keurig gilet. Hij begint bijna te fluiten, hij houdt van zijn werk.
Hij blikt het café in. „Hé, de directeur’’, zegt hij en zwaait hartelijk naar een grijze man op leeftijd die door de zaak schuifelt. Het is zijn vader.
Beste café van Nederland
De Wolthoorn werd in 2007 uitgeroepen tot Beste café van Nederland. Ook dat werd volop gevierd, net zoals De Wolthoorn zondagmiddag in besloten kring z’n 100-jarig bestaan viert.