Groningen 20160901. Max Hendrikse, reeds 25 jaar barkeeper bij cafe De Wolthoorn. foto: Pepijn van den Broeke Pepijn van den Broeke
Een bescheiden feest zondagmiddag in café De Wolthoorn in Groningen. Max Hendrikse staat er een vijfentwintig jaar achter de bar. ,,Hij die groot is in het kleine.’’
Haast onzichtbaar beweegt hij zich door café De Wolthoorn, terwijl voor hem niets onzichtbaar blijft. Viltjes vervangt hij in een moordend tempo, vandaar dat hij ook wel als de koning van de dróge viltjes door het leven gaat. Verdriet merkt hij op, prille liefdes, heimelijke verbintenissen, een kwaaie dronk. En vanzelfsprekend glazen, die moeten worden gevuld. Niets maar dan ook niets ontgaat barman Max Hendrikse (50), die morgen z’n 25-jarig jubileum bij café De Wolthoorn in de Ellebogenbuurt viert.
Altijd kijken, alles zien – ook in de late uurtjes – vergt concentratie. Vandaar dat hij veelal werkt met een fronsend gelaat. ,,Hee, kun je niet lachen?’’, krijgt hij weleens naar z’n hoofd geslingerd. Dat kan hij wel, al een half leven fietst hij goedgemutst naar het bruine café om zijn bardienst te draaien. ,,Ik kan me weinig andere cafés voorstellen waar ik zo lang zou kunnen werken. De Wolthoorn vind ik na De Sleutel het mooiste café van de stad. En het publiek is er mooi gemêleerd.’’
Professoren zitten er en studenten, werklozen, politici, kunstenaars en alles daar tussenin. Hendrikse houdt van die mix. Het is misschien zijn achtergrond, tandartszoon uit Brummen, opgegroeid met de etiquette en evengoed een verwoed klaverjasser in het plaatselijke jongerencentrum, waar hij zijn eerste biertjes tapte. Hij weet niet beter of hij is behept met de wil om te begrijpen, of het nou gaat om wiskundige vraagstukken of om menselijk gedrag.
Hij besluit om econometrie te gaan studeren in Groningen, maar vindt daarin niets terug van de inzichtelijke wiskunde die hem goed ligt. Hij maakt de overstap naar psychologie, waar hij na twee jaar strandt op het stampwerk van fysiologie.
Hij vindt dan een baantje bij café Cum Laude en leert zijn vriendin kennen, die werk vindt bij Herman Ensink in De Wolthoorn. Niet veel later gaat hij daar ook aan de slag. Een kwart eeuw geleden inmiddels, het café had nog een tuin in plaats van het huidige achterzaaltje, het was er immer druk en behalve gedronken werd er volop gerookt.
Veel ook is onveranderd. Nog steeds, zegt Hendrikse, heeft het café de naam een oud publiek te trekken, nog steeds gaat het personeel er eender gekleed – met vlinderstrik en gilet – en nog steeds moet de muziek zijn als behang. Onopvallend.
Hendrikse werkt er graag en koestert het cadeau dat hij van bevriende obers kreeg bij zijn koperen jubileum. Het is een kelnersmes met inscriptie . Hij die groot is in het kleine. ,,De onbelangrijke’’, vertaalt Max, zonder frons.