Hugo Beukema, vanavond voor het laatst achter de bar in café Alto. Foto Geert Job Sevink Geert Job Sevink
Geboren kastelein Hugo Beukema (65) tapt zaterdagavond zijn laatste biertje. Café Alto in Groningen sluit de deuren, Beukema verlaat de horeca en gaat de muziek achterna.
Het café en Hugo Beukema: daar is geen speld tussen te krijgen, dat is een twee-eenheid. Hij heeft getracht eronderuit te komen, een ander pad in te slaan, maar steeds kwam hij terug bij het café of het café bij hem. Gezworen vrienden zou je ze kunnen noemen, gezworen vijanden evengoed.
Of, zoals hij het zelf zegt: ,,De horeca is een virus, daar is geen antibioticum tegenop gewassen.’’ Een virus bovendien dat hem in het bloed zit. Hij groeide op in het café van zijn ouders – De Oude Snikstal aan de Rodeweg. Was hij als kind niet daar, dan zat hij een deurtje verder, bij café De Groot, dat bestierd werd door zijn grootouders.
Tactiek
Het vak heeft hij voornamelijk geleerd van zijn moeder. ,,Zij had de tactiek om zo’n bedrijf te runnen. Schort om en aan het werk. Problemen oplossen, geduld betrachten, mensenkennis. Ze was het vak zelf.’’
Hij hielp als jongen vanzelfsprekend een handje mee en had er toen al lol in om het voor iedereen leuk te maken. En hij ontdekte er de muziek. Pianisten, volksmuziek, het circusorkest. ,,Dat was wat! Ik wist niet wat ik hoorde!’’ Hij zet een deuntje in waardoor je je zomaar in een willekeurige circusvoorstelling waant. ,,Maar die jongens hadden zo veel meer in hun mars!’’ Het duurde tot na zijn dertigste voor hij voor het eerst de saxofoon ter hand nam.
Verscheidenheid
Hij had ondertussen geen idee wat hij wilde worden, ging aan de slag als administratief medewerker bij een bank en verkoos toch De Oude Snikstal als zijn werkplek. ,,Fantastisch, die verscheidenheid aan mensen’’, zegt hij. Hij nam de zaak over van zijn ouders, trachtte zijn liefde voor jazz er in te brengen, maar zag dat mislukken. ,,Het was een volkscafé. Buurtbewoners vonden de jazzmuziek verschrikkelijk en betaalden de muzikanten om ze een ander deuntje te laten spelen.’’
Dat was voor Beukema een teken om te vertrekken. ,,Ik was in dat café geboren, opgegroeid, ik was er getrouwd en gescheiden. De cyclus was rond.’’
Alto
Hij maakte van café De Drie Uiltjes zijn café, verkocht dat na zeven jaar om op avontuur te gaan in Spanje, Frankrijk en terug naar Groningen. Hij grossierde in baantjes.
Vijf jaar terug, na een verbroken relatie, vond hij een huis in de binnenstad. Hij maakte een rondje door de buurt en verrek, hij zag dat het Paard van Troje leeg stond. Hugo Beukema en een leegstaand bruin café. Eén en één is twee. Café Alto was geboren. ,,Een plek waar mensen niks hoog te houden hebben. Met jazz als kers op de taart. Dat wilde ik. En dat lukte.’’
Hij schiet in de lach, nog een anekdote, nog een verhaal, een hand door zijn haar. Dan, serieus, blikt hij terug. ,,Het is een fantastisch café, maar ik kan het niet meer: elke dag aandacht geven, de sfeer bepalen. Het is toch een soort eenakter, je bent een Bert Visscher in het klein.’’
Los zand
Hij is 65, de piano is het café al uit. Hij vervolgt: ,,Alles wordt gewoon. Ik heb op de taxi gezeten, ik was gék op alle verhalen die ik in de taxi hoorde, ik schreef ze ook op. Maar alles wordt gewoon. Het café ook. Het café is omzeilen, je vindt er altijd mooie verhalen en altijd mensen aan de bar. Maar achteraf had ik mezelf een leven gegund dat minder los zand was geweest.’’
Ach, hij klaagt niet, hij verheugt zich op de toekomst en op vanavond, de allerlaatste avond van café Alto. Zijn oude moeder van 94 is er eregast, hij tapt rond tien uur zijn laatste biertje en dan meldt hij zich af. Dan speelt hij saxofoon met Shake Some Dust. Ergens in de nacht draait hij de deur in het slot en zegt de horeca voorgoed gedag. Al is voorgoed een rekbaar begrip bij Hugo Beukema.