Oscar Torres Fernandez probeert alle geleerde technieken in praktijk te brengen. Foto: Dijks Media
Oscar Torres Fernandez start zaterdag aan de vierde editie van de Wintertriatlon. De Spanjaard volgt sinds een jaar schaatslessen. Is dat genoeg om hem naar de winst te helpen?
Voor het bronzen Elfstedenbeeld trekt Oscar Torres Fernandez (32) nog een aantal sprintjes. De triatleet is bezig met de laatste minuten van zijn warming-up voor hij van start gaat in de Wintertriatlon in Leeuwarden. Om hem heen worden de laatste fietsen naar de wisselzone gebracht, startnummers opgespeld en her en der eet iemand nog snel een banaan om de energievoorraad aan te vullen.
Schaatslessen
De grote glimlach op zijn gezicht spreekt boekdelen. Fernandez kan niet wachten tot het startschot klinkt. Hoewel zijn groenblauwe schaatspak anders doet vermoeden, kan de ervaren triatleet het beste uit de voeten op de eerste twee onderdelen, lopen en fietsen. „Dat schaatsen blijft een beetje moeilijk.”
Dat is ook geen wonder. Fernandez bracht de eerste twintig jaar van zijn leven door in Zuid-Spanje, niet per se de plek waar op elke hoek van de straat een ijsbaan te vinden is. Hij verhuisde naar Zwolle en begon daar zijn eigen bedrijf als wielmaker van racefietsen. Na acht jaar reguliere triatlons te hebben gedaan, waagde hij zich aan het schaatsen. „Het is een speciale sport in Nederland, ik wilde dat een keer proberen.”
Oscar Torres Fernandez is koploper na het hardlopen. Foto: Dijks Media
De Spanjaard kreeg de techniek maar niet onder de knie. Hij verloor twee wintertriatlons veel tijd op het ijs en besloot zich daarom in te schrijven bij een schaatsvereniging. Trouw stond hij het afgelopen jaar twee keer per week op het ijs.
Treintje
Voor hij zijn kunsten in de Elfstedenhal mag laten zien, staan eerst de 5 kilometer hardlopen en 22 kilometer wielrennen op het programma. Na het klinken van het startschot pakt Fernandez meteen de koppositie, om die de rest van het onderdeel niet meer af te staan.
Terwijl Fernandez als koploper zijn rondjes op de fiets afwerkt en mag dromen van het podium, stappen de deelnemers op de lange afstand op het ijs. Het ritmische getik van de klapschaatsen van koplopers Ronald Kruijer (36) en Quinten Heerma (23) verbreekt de stilte in de hal. Kruijer betrad met een kleine achterstand het ijs, maar zette dit als oud-marathonschaatser in korte tijd om in een voorsprong.
Ontspannen werkt hij het ene na het andere rondje af, terwijl de ijsbaan vol stroomt met deelnemers uit allerlei categorieën. De snelle rijders weten Kruijer te vinden en als een waar stoomlocomotief rijdt de leider op kop met een handvol deelnemers in zijn spoor.
Na 54 rondes kan Kruijer zijn armen in de lucht gooien en de overwinning vieren. „Ik verloor tijdens het fietsen maar 20 seconden en ik wist dat ik dat op het ijs wel weer goed ging maken”, vertelt hij na afloop.
Ronald Kruijer rijdt overtuigend naar de winst op de lange afstand. Foto: Dijks Media
Anderhalf uur rijden
Bij de vrouwen is het een stuk spannender. Nelleke Baldé (43) leek met zeven rondes voorsprong eenvoudig op de winst af te stevenen. Maar terwijl ze achter zanger Syb van der Ploeg rondje na rondje afwerkt, komt Evelyn Jeeninga (29) steeds dichterbij. Gelukkig voor Baldé komt de finish net op tijd en houdt ze nog ruim een halve minuut voorsprong over.
Verrast dat ze bijna werd ingehaald, is de winnaar niet. „Ik kom uit Zeeland, daar hebben we helemaal geen schaatsbaan.” Om toch uren op het ijs te maken, rijdt ze elke week ruim een uur heen naar Breda en weer terug.
De Zeeuwse heeft het er graag voor over. „Schaatsen is de mooiste sport die er is. Het voelt alsof je vliegt. Ik zou er misschien zelfs voor naar Friesland verhuizen, dan ga ik precies tussen Leeuwarden en Heerenveen in wonen”, vertelt ze enthousiast. „Kijk, dit heb ik speciaal voor vandaag gedaan”, wijst ze naar haar schaatsveters waarop pompeblêden zijn afgebeeld.
Winnaar bij de vrouwen: Nelleke Baldé op het ijs. Foto: Dijks Media
Ingeburgerd
Fernandez is ondertussen ook begonnen aan het laatste onderdeel. Met één hand op de rug en licht gebogen knieën stapt hij moedig over in de bochten. De eerste paar rondjes lukte dit een keer of drie per bocht, maar al snel heeft de techniek te lijden onder de vermoeidheid.
Met handen op zijn knieën laat hij zich uitglijden richting de bocht. Zijn snelheid is voldoende om op het volgende rechte eind uit te komen, waarna hij weer een paar slagen maakt naar de volgende bocht. Terwijl concurrenten hem links en rechts voorbij schaatsen met rondjes die net boven de halve minuut uitkomen, zet Fernandez alles op alles om zijn rondetijden onder de minuut te houden.
Van zijn goede klassering is weinig meer over, maar het deert de Spanjaard niet. „Schaatsen is heel lastig, maar door de lessen gaat het beter. Ik heb heel erg genoten en ben nu echt ingeburgerd.”