Bestuursleden Wybe de Boer (links) en Wiebe Cazemier op de nieuwe ijsbaan in Tolbert. Foto: Geert Job Sevink
Traditionele ijsbanen bevriezen bijna niet meer in onze kwakkelwinters. IJsverenigingen willen daarom graag een asfaltbaan waarop in mum van tijd een laagje ijs kan groeien. Maar hoe kom je als club aan het benodigde geld?
De vrijwilligers van de ijsvereniging in Tolbert konden eind december hun geluk niet op. Het asfalt op de nieuwe ijsbaan was nog maar net uitgehard, of het begon vlak voor de kerstdagen te vriezen. Door de baan met water te besproeien groeide er heel snel een laagje ijs, waardoor Tolbert een van de eerste plaatsen in Groningen was waar geschaatst kon worden. De ijsclub stond zelf versteld van dit snelle succes.
‘Het water veranderde supersnel in ijs’
„Toen het kwik daalde hebben we met een gietertje wat water op het asfalt gesprenkeld”, herinnert vice-voorzitter en ijsmeester Wiebe Cazemier zich. „En dat veranderde supersnel in ijs. Toen zijn we los gegaan.” Met een ouderwetse giertank sproeide hij water over het verse asfalt. „IJs van anderhalve centimeter dik, dat was voldoende.”
Met bestuurslid Wybe de Boer loopt hij op een druilerige dag in februari over de zwarte baan. Het ijs is inmiddels al lang verdwenen, maar de trots blijft.
De baan in Tolbert is eigenlijk nog niet af. Later dit jaar komt er nog een toplaag op het asfalt. en het middenterrein moet nog worden ingericht. Maar de kans om in december alvast te kunnen schaatsen kon de ijsclub niet aan zich voorbij laten gaan. „We hebben in de tien dagen dat we open waren duizenden bezoekers gehad”, zegt Wybe de Boer. Het hele parkeerterrein stond tjokvol.”
Waarom ze de 360 meter lange asfaltbaan hebben laten aanleggen? Het antwoord is heel simpel. „We willen gewoon schaatsen”, zegt Cazemier. „En dat kon op de oude baan bijna nooit meer.”
Drukte op de splinternieuwe ijsbaan in Tolbert. Foto: Arend Jan Zwarteveen
Een halve dag open
Die oude ijsbaan in Tolbert ligt een paar honderd meter verderop. Het is een grasveld dat je onder water kunt zetten met daarnaast een kantine voor warme chocolademelk en koffie. Er staan lichtmasten om ook in het donker te kunnen schaatsen. Maar van schaatsen kwam het daar dankzij het opwarmende klimaat bijna niet meer. De laatste keer was twee jaar geleden, toen het ijs een schamele halve dag dik genoeg was.
Dat betekende tegelijkertijd ook de zwanezang van de baan, die na die halve dag nooit meer open is geweest. „Je hebt misschien wel vier of vijf dagen stevige vorst nodig voor een goede ijsvloer”, zegt ijsmeester Wiebe. „En dat gebeurt niet vaak meer.”
Tolbert is niet de enige plaats die de luxe van een asfaltbaan geniet. Noordlaren en Alteveer hebben er bijvoorbeeld een. Ook over de provinciegrens kun je glijden over asfalt, bijvoorbeeld in Nieuw-Buinen en Gieterveen. En bij ijsvereniging Vooruitgang Is Ons Streven (VIOS) in Hollandscheveld hebben ze vergevorderde plannen.
Driest besluit
Nadat er in die Drentse plaats al jaren over gesproken werd, namen bestuurleden Jan ten Cate en Albert Lok van VIOS na de zomer een driest besluit. Niet langer dralen, maar vol inzetten op een asfaltbaan. „Altijd zorgden de verwachte kosten voor grote terughoudendheid en verdween het plan voor een asfaltbaan weer in de ijskast”, schetst Lok. „En daar hebben we deze prachtige accommodatie met kantine niet voor gebouwd.”
Bestuurslid Jan ten Cate en voorzitter Albert Lok van ijsvereniging VIOS in Hollandscheveld bij de baan. Foto: Gerrit Boer
Voor de zomer een ton binnen
Lok en Ten Cate hebben goede hoop dat van de benodigde ruim twee ton dankzij crowdfunding en andere acties al vóór de zomer ongeveer de helft binnen is.
Als dat lukt kan het grondwerk beginnen. „We hopen in het najaar genoeg geld te hebben om ook het asfalt aan te kunnen brengen. En lukt dat niet, dan hopelijk in 2027”, zeggen de bestuursleden van VIOS. Ze rekenen bovendien op inzet van de plaatselijke bevolking.
‘Baan kost een half miljoen euro’
Dat zal nodig zijn want die begroting van twee ton in Hollandscheveld lijkt wel erg optimistisch, vinden ze in Tolbert. „Ik denk dat we voor de aanleg van onze baan wel over de half miljoen euro gaan”, schat Wybe de Boer. „Daar hebben we dan wel een baan voor die op een tien centimeter dikke isolatielaag ligt. In de toplaag worden witte steentjes verwerkt die het zonlicht weerkaatsen, zodat het ijs langer goed blijft.”
Dat klinkt goed. Maar hoe komt een relatief arme ijsclub aan zoveel geld?
Verkoop oude baan levert veel op
Dat heeft te maken met de strategische ligging van de oude ijsbaan, in een bocht van de doorgaande weg door Tolbert. De gemeente kocht een deel van de grond om die bocht te kunnen verruimen, de rest van het terrein ging naar een projectontwikkelaar die woningen wil bouwen op de plek waar Tolberters jarenlang pootje over gingen. Door de verkoop kreeg de ijsclub ineens een half miljoen euro in kas. „Daar moeten we het ongeveer voor kunnen doen”, zegt De Boer.
Een ding is zeker: schaatsen op asfalt kost veel geld. In Alteveer moesten ze vijftien jaar geleden ook al diep in de buidel tasten om de baan mogelijk te maken. „We hadden 350.000 euro nodig”, weet voorzitter Johan Zuidema van de plaatselijke ijsclub. „We kregen een Europese subsidie en ook de gemeente Stadskanaal betaalde mee. En er is veel werk verzet door vrijwilligers.”
In Tolbert moet nog veel geklust worden voor de ijsbaan écht klaar is. Zo wil het bestuur graag een eigen put slaan en een sproei-installatie aanleggen. Dan hoeft Wiebe Cazemier niet meer met een trekker rondjes te rijden als het vriest. „Maar dat is toekomstmuziek”, zegt hij. „We richten ons eerst op de officiële opening van de baan, in oktober.