De grondstoffen raken op, de klimaatdruk is hoog. En tóch moeten we ongelooflijk veel bouwen de komende jaren. Hergebruik is het logische antwoord. Er wordt hard gewerkt aan methodes om dat mogelijk te maken.
Camera op de buik, camera op de rug, camera op het hoofd. Sommige bedrijven zijn al heel ver in het opsporen en vermarkten van gebruikt bouwmateriaal. Bij Dusseldorp infra, sloop- en milieutechniek – dat ook een vestiging heeft in Midwolde – verkennen medewerkers sloopgebouwen met visuele technologie. Zo’n heel gebouw wordt minutieus in kaart gebracht en de te hergebruiken onderdelen gecategoriseerd.
,,Kijk, vroeger haalden we de ramen en deuren eruit, die we ergens in de opslag deden’’, vertelt Jan Wessels. Hij is grondstoffenmakelaar bij Dusseldorp. ,,Als er dan iemand langskwam dan was het van: neem maar mee, doe maar een tientje. Als we nu een project hebben, dan maken we een complete materiaallijst. Die oude materialen zijn nu weer wat waard. En dat is precies de kant die we op moeten.’’
Puin wordt omgezet in bouwstoffen
Op verschillende plekken in het land ontstonden de afgelopen jaren zogeheten reststoffencentra. Afvalrecyclers en sloopbedrijven zien er steeds me er brood in om materiaal uit slooppanden actief te koop aan te bieden. Dusseldorp opende ook vijf van zulke centra, allemaal in het Oosten van het land. Puin wordt er omgezet in bouwstoffen als granulaat.
Wessels: ,,Dat gebeurt al een tijd. Nieuwer is de opkomst van hubs. Dat zijn centrale plekken waar waardevolle onderdelen uit slooppanden worden verzameld. Wij hebben bijvoorbeeld een hub voor plafondplaten, in het midden van het land. Het idee is dat bouwers eerst daar kijken of ze vinden wat ze nodig hebben, en niet automatisch nieuwe plafondplaten bestellen. Maar zoiets moet groeien, tussen de oren komen.’’
Daar zegt Wessels wat. De nieuwe manier van werken betekent voor de hele keten wat. Slopers hanteren geen kogel meer, maar een keukentrapje om voorzichtig materialen te verwijderen en netjes op te slaan. Bouwers moeten eerst aan hergebruikte grondstoffen denken, voordat ze de groothandel bellen. En architecten zouden ook anders naar projecten moeten kijken.
Losmaakbaar bouwen
Jelle Pama: Nieuw gebouw moet weer helemaal uit elkaar kunnen worden gehaald. Foto: Jan Willem van Vliet
,,Wist je dat 10 procent van wat in bouwcontainers wordt afgevoerd, nieuw is? Daar zie je aan dat de manier waarop we altijd gebouwd hebben, anders moet’’, vindt Jelle Pama. Hij is hoofddocent Constructief Ontwerp aan de Hanzehogeschool en innovator en programmaleider van BuildinG, het Groningse kennis-en innovatiecentrum voor bouw en infra, de proeftuin van Kenniscentrum Noorder Ruimte van Hanze. ,,De bouwwereld moet de transitie door naar meer circulair. Dat is moeilijk, maar we hebben geen keus.’’
Die circulaire gedachte wint om die reden wel sterk aan terrein. Bij BuildinG wordt er volop mee geëxperimenteerd. Met vlas als isolatiemateriaal bijvoorbeeld, of met gevels van hout die het CO2-uitstoot-onvriendelijke baksteen en beton zouden kunnen vervangen. Pama: ,,Bij nieuwbouw wordt steeds vaker gekeken naar hergebruik van materialen en flexibiliteit van het gebouw voor de toekomst. Je wilt dan ook losmaakbaar bouwen. Dat stellen meer en meer opdrachtgevers ook als eis. In de praktijk betekent dat dat zo’n gebouw in wezen weer helemaal uit elkaar gehaald kan worden zodat de materialen bouwelementen van waarde zijn in een nieuw gebouw.”
Lego-fanaten als voorbeeld
Dat doet denken aan populair Deens speelgoed. Je bouwt een huis, en als je er klaar mee bent, haal je het weer uit elkaar. De slimme Lego-fanaten ordenen de stukjes, zodat ze er meteen weer mee aan de slag kunnen. Precies wat er in de echte bouwwereld aan het gebeuren is in de vorm van de eerder genoemde hubs. Grondstoffenmakelaars, materialenscouts, steeds meer sloop- recycling- en bouwbedrijven hebben specialisten rondlopen die op zoek zijn naar het goud in te slopen panden.
Dusseldorp maakt gebruik van sociale werkplaatsen om ‘Legoblokjes’ op te kalefateren voor de inzet in nieuwe gebouwen. ,,Die plafondplaten bijvoorbeeld, laten we grondig schoonmaken. Soms komt er een likje verf op, zodat ze weer als nieuw zijn. Datzelfde doen we met kozijnen en deuren, maar bijvoorbeeld ook met bestrating. Er zijn zelfs voorbeelden waarbij in gebouwen oude, geknipte trottoirtegels worden gebruikt. De vraag naar dit soort gebruikte materiaal stijgt, maar het mag wel wat harder gaan.’’
Dat is weer die mindset in de bouwwereld, die moet veranderen. Het liefst revolutionair. Om terug te komen op de Lego: creatieve bouwers zien onderdelen liggen. Een mooie deur, een groot raam, een set dakpannen of een paar lange staven. Die leggen ze aan de kant om vervolgens te gaan denken hoe ze er een mooi bouwwerk mee en omheen kunnen maken. Dat is de ultieme stap in circulair bouwen en die wordt al in de praktijk gebracht.
Gebruikte materialen vormden het uitgangspunt, niet het ontwerp
De opening van het Swettehûs in Leeuwarden in 2022. Foto: Marchje Andringa
Het beste voorbeeld in het Noorden, is het Swettehûs in Leeuwarden. Dat is de centrale plek van waaruit zo’n veertig bruggen worden bediend in de provincie. Het is ook het circulaire icoon van Friesland op het gebied van bouwen. Twee en een half jaar geleden werd het opgeleverd, nadat bouwers, architecten en opdrachtgevers samen met studenten tot in detail nadachten over de circulariteit.
Dat heeft geresulteerd in een opvallend gebouw waarin de gebruikelijke volgorde is omgegooid. Eerder gebruikte materialen vormden het uitgangspunt, niet het ontwerp. Meest in het oog springend zijn de houten kolommen op de begane grond. Het zijn oude meerpalen uit de Friese wateren. En die zijn niet kaarsrecht, dus de tekeningen moesten op die specifieke palen worden aangepast.
En zo is er veel meer. Van al het gebruikte materiaal is 44 procent hergebruikt. 12 procent is bovendien biobased. De damwanden in de haven komen uit een vorig provinciaal project. Gevels zijn opgetrokken met hergebruikte koelcelpanelen. De isolatie bestaat deels uit een residu van gerecyclede kranten. Voor de fundering is gebruik gemaakt van beton dat voor 30 procent bestaat uit hergebruikt granulaat.
In Groningen wordt het Minerva Paviljoen volgens dezelfde filosofie gebouwd. Studenten van Alfa-college en Hanzehogeschool werken samen met regionale bedrijven om een zo circulair mogelijk gebouw neer te zetten. Twee gesloopte gebouwtjes bieden het basismateriaal. Pama: ,,Voor de ‘professionals in opleiding’ is het goed om nu al kennis en ervaring op te doen in het circulair en biobased bouwen. Zij zijn al klaar voor de transitie naar een circulaire economie.’’
Statiegeld op kanaalplaten
Het kan dus. Maar het is niet altijd even makkelijk, zegt Jelle Pama. ,,Het vraagt behoorlijk wat flexibiliteit van de architect en het bouwteam. Maar ook de regelgeving werkt nog niet altijd even hard mee. In de bouw moet je heel wat certificeringen kunnen overleggen. Heeft allemaal te maken met prestatiegaranties en veiligheid. Bij hergebruikte materialen is dat soms lastig. Dus daar zal een nieuw soort regelgeving voor moeten komen.’’
Intussen gaat de markt gewoon door. Sloopprojecten bestaan eigenlijk niet meer. Bedrijven schrijven veeleer in vanwege de waarde van de materialen die nog in een slooppand aanwezig zijn. Pama: ,,Je ziet een nieuw model ontstaan vanwege de waarde van materiaal. Leveranciers van bouwmateriaal komen met een terugnamegarantie, zeg maar statiegeld op bijvoorbeeld kanaalplaten. Dat is een heel goede ontwikkeling. We moeten recyclen, we gaan recyclen.’’