'Wat is er nu mooier dan een tuin waar het zoemt van de bijen en waar vlinders van bloem naar bloem fladderen?' Foto: Shutterstock
Biodiversiteit. Oftewel: een variatie aan levensvormen die ervoor zorgt dat er een evenwichtig en gezond leefmilieu ontstaat. Voor mens, flora en fauna. Dat klinkt misschien als een ver-van-je-bed-show maar dat is het zeker niet: „Biodiversiteit begint al in je tuin”, zegt tuinman Martin Knol.
Je leest tegenwoordig veel over biodiversiteit. „Maar eigenlijk gaat het om balans in de natuur. Wij, mensen dus, brengen de wereld om ons heen in onbalans met allerlei zaken die slecht zijn voor het milieu”, aldus Martin. „Denk aan wegen, auto’s, fabrieken… zaken waar we niet zonder kunnen. Hierdoor is er veel vervuiling en worden natuur én wij ongezonder. Denk aan toename van astma, hoge bloeddruk, stress. En in de natuur zijn er zaken als essentaksterfte, iepziekte, buxus die doodgaat… dat heeft allemaal met onbalans te maken.”
Gezond en aangenaam
Nu kun als sterveling niet alle wereldproblemen oplossen, maar je kunt wel een steentje bijdragen aan de biodiversiteit. Naast de vraag ‘hoe’ is het ook belangrijk om voor jezelf na te gaan ‘waarom’ je de natuur een handje zou willen helpen. Martin weet wel waarom hij het doet. „Omdat ik in een gezonde en aangename omgeving wil leven en omdat ik begaan ben met de natuur. Wat is er nu mooier dan een tuin of balkon met veel groen waar het zoemt van de bijen en waar vlinders van bloem naar bloem fladderen?”
Je hebt niet per se een tuin nodig om een bloemenpracht te creëren. Foto: Shutterstock
Dan het ‘hoe’. Hoe maak je je tuin of eigen omgeving een beetje meer biodivers? Martin wil eerst een misverstand uit de wereld helpen. „Je leest vaak dat als je maar inheemse planten plant, dat het dan goed komt. Dat is te kort door de bocht. Biodiversiteit begint met een gezonde bodem met plaats voor bodemdieren, bacteriën en andere organismen.
Vervolgens heb je een opbouw in lagen nodig: lage plantjes, heesters en bomen. Daarna zorg je voor verbindingen met andere groene plekken in je omgeving zodat vogels, vlinders en bijen zich kunnen verplaatsen. En dan komen pas de planten waar beestjes zich happy voelen. Ze hebben planten nodig om te verblijven, voor nectar, als schuilplaats, om te eten, om zich te kunnen voortplanten en om te overwinteren. Eigenlijk de hele levenscyclus. Als dat mooi in evenwicht is, is dat goed voor plant, dier, insect en mens. We kunnen niet zonder elkaar. Dat leer je al bij de eerste biologieles.”
Ook exoten
Die planten, dat hoeven echt niet alleen inheemse exemplaren te zijn, exoten kunnen ook. „Een liguster of laurierhaag bijvoorbeeld doet het prima als eet-, schuil-, nest- en slaapplaats, zolang je ze niet elk jaar terugsnoeit”, vertelt de tuinman. „Dan gaan ze in het voorjaar bloeien en in het najaar geven ze besjes. Wist je dat een niet-inheemse laurierhaag wel honderd organismes kan herbergen? Bovendien is een haag een mooie plek voor vogels om in te schuilen.”
Een bij-vriendelijke tuin of balkon creëer je met bloeiende bomen, struiken en/of planten. Martin: „Zorg er dan wel voor dat het open bloemen zijn. Denk aan kamperfoelie, vlinderstruik, lavendel, rozen of wilde bloemen. Mijn toverhazelaar bloeit mooi in de winter, maar heeft dichte bloemen, daar komt geen bij of hommel binnen, terwijl die er al wel zijn in februari, maart.”
Martin adviseert om de tuin in lagen op te bouwen: lage plantjes, heesters en bomen. Foto: Shutterstock
Ook de klimaatverandering speelt een rol in het creëren van een biodiverse tuin. „En niet in negatieve zin dit keer”, stelt Martin. „Doordat in Nederland de bodem steeds droger wordt, hebben we over honderd jaar geen eiken en beuken meer. Erg vervelend. Maar er zijn ook planten die hier juist goed op gaan zoals lavendel, rozemarijn, sering, kattenkruid, dropplant, prachtkaars en brandkruid. Die hoefde ik vroeger op de tuinbouwschool niet te leren omdat ze niet winterhard waren. Die doen het nu erg goed en trekken veel beestjes aan.”
Je hebt ze vast wel eens gezien: zo’n mooie rand vol veldbloemen langs weilanden of in bermen langs de openbare weg. „Goed voor de biodiversiteit, zou je denken. Dat is ook zo, ware het niet dat dit soort akker- en bermranden na de bloei vaak omgeploegd worden. Daarmee bereik je juist het omgekeerde”, aldus Martin. „Hommels en bijen hebben hun nestjes en holletjes in de grond. Hier leven en overwinteren ze. Maar als je de boel omploegt, vernietig je de beestjes die je juist wilde aantrekken. Weg biodiversiteit. Dat geldt ook voor je tuin: niet omspitten. Zo ben je het hele jaar door goed bezig.”