De kerncentrale in het Zeeuwse Borssele. Foto: ANP Lex van Lieshout
Noord-Nederland staat op een kruispunt. Jarenlang werd Groningen klaargestoomd als dé waterstofprovincie van Europa, met miljardeninvesteringen en politieke steun. Maar een koerswijziging van het kabinet richting kernenergie zetten dat toekomstbeeld onder druk. Wat zijn de voors en tegens van toch inzetten op kernenergie?
Vorige week werd duidelijk dat netbeheerder Tennet in de Eemshaven de meest logische plek voor nieuwe kerncentrales ziet, terwijl daar tot voorkort nog veelal werd gerept van een ontwikkelgebied voor waterstof. Wordt Groningen een centrum voor groene industrie, of opnieuw vooral een plek waar energie voor de rest van het land wordt opgewekt?
Een koerswijziging met gevolgen
Na het sluiten van de gaskraan is fors geïnvesteerd in een nieuwe energie-economie in Groningen. Bedrijven en overheden – Europees, nationaal en regionaal – investeerden miljarden in plannen om windstroom van de Noordzee aan te land te brengen in de Eemshaven en deels om te zetten in groene waterstof, via bestaande gasleidingen.
Een belangrijke pijler was dat een aanzienlijk deel van de Noordzeestroom in het Noorden zou aanlanden. De afspraak met het Rijk was dat dat dertig procent zou zijn, en dat werd vervolgens vastgelegd in Nij Begun, het miljardenprogramma waarmee Den Haag de provincie Groningen en Noord-Drenthe nieuw perspectief wil geven na zestig jaar gaswinning.
Vorige week werd dat perspectief opgeschud. Dinsdag besloot het kabinet de aanlanding van windstroom te beperken. Drie dagen later werd duidelijk waarom: als de Eemshaven grote hoeveelheden windstroom moet verwerken, is er nauwelijks ruimte voor kerncentrales.
Volgens netbeheerder Tennet zijn kerncentrales moeilijk in te passen zijn op de Maasvlakte of in Zeeland, door ruimtegebrek en een overvol elektriciteitsnet. De Eemshaven geldt juist als geschikt. Nu wordt al eenderde van de Nederlandse stroom in de Eemshaven geproduceerd en daar liggen al kabels voor. Er komt al een extra zware kabel van Vierverlaten door Friesland naar de Noordoostpolder.
Het kabinet neemt het advies van Tennet over. In het Noorden wordt dat gezien als een breuk met eerdere verwachtingen. Bestuurders en energiebedrijven vrezen dat de basis onder de waterstofambities verzwakt. Ze spreken ook over gebroken beloftes.
Het kabinet houdt het op een ‘noodzakelijke heroverweging’, ingegeven door beperkingen zijn in het landelijke elektriciteitsnet: grote energieprojecten moeten komen waar ze technisch het beste passen.
Actievoerders protesteerden met dit beeld eerder al tegen een kerncentrale in de Eemshaven. Foto: Anjo de Haan
Waarom Den Haag naar kernenergie kijkt
Vanuit Den Haag en de energiewereld gezien is de redenering eenvoudig: grote centrales maken veel stroom en moeten die ook kwijt kunnen. Juist dat is lastig in het westen en zuiden van het land, waar het stroomnet al zwaar belast is met alle industrie en steden.
Kernenergie levert continu elektriciteit, onafhankelijk van zon en wind. Die stabiliteit is volgens voorstanders cruciaal in een energiesysteem dat steeds meer afhankelijk wordt van wind en zon. Bovendien stoten ze nauwelijks CO2 uit en is de technologie wereldwijd beproefd.
Een ander argument is de leveringszekerheid. Kernenergie kan binnen Nederland worden opgewekt terwijl de energie benodigd voor waterstof naar verwachting deels ingevoerd moet worden uit landen met goedkope duurzame energie. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van waterstof achter, onder meer door hoge kosten en beperkte vraag vanuit de industrie.
Waarom Groningen inzet op waterstof
In Groningen ligt de nadruk op een andere vraag: wat levert de energietransitie de regio op? Er is afgelopen jaren fors geinvesteerd in waterstofprojecten, infrastructuur en kennis. Gasunie werkt aan een landelijk waterstofnetwerk, grotendeels via bestaande gasleidingen.
De plannen gaan uit van voldoende duurzame stroom in de regio. Minder aanlanding kan projecten vertragen of veranderen. Ook de uitbreiding van de Eemshaven met de Oostpolder is gericht op waterstof en duurzame energie.
Een nieuwe regionale economie
Voorstanders zien waterstof als motor van een nieuwe regionale economie, met bedrijvigheid rond productie, opslag en transport. Met veel nieuwe bedrijvigheid en banen. Daar staat tegenover dat kernenergie na de bouw relatief beperkt werkgelegenheid biedt en vooral stroom levert voor het landelijke net. De kerncentrales zelf worden naar verwachting gebouwd door Franse of Zuid-Koreaanse bedrijven.
Daarnaast kan waterstof helpen om schommelingen in duurzame energie op te vangen. Er zijn geen batterijen groot genoeg om alle wind- en zonnestroom op te slaan. Maar je kunt het wel omzetten in waterstof. De huidige kolencentrale en gascentrale in de Eemshaven kunnen bovendien snel bijregelen; kerncentrales doen dat trager.
Tegelijkertijd is waterstof nog onzeker. De infrastructuur ontbreekt grotendeels en veel projecten zijn afhankelijk van subsidsies. Maar dat geldt ook voor kerncentrales.
Een heel dure tunnel
Er zijn praktische problemen met het aan land brengen van stroom voor waterstof. Noord-Nederland wil het niet bij één kabel laten maar pleit meteen voor een tunnel vanaf de Noordzee onder de Waddenzee, langs de vaargeul naar de Eemshaven. Dat zou een van de grootste werken van Nederland worden. Zeer kostbaar en qua omvang vergelijkbaar met de Kanaaltunnel.
Het kabinet kiest voorlopig voor een alternatieve kabel via Schiermonnikoog en achterlangs de Noord-Groningse zeedijk, over land. Die kan alleen de stroom aan van het eerste windpark dat vanaf 2032 moet draaien op zee, Doordewind. Maar niet alle toekomstige windparken.
De Oostpolder bij de Eemshaven. Foto: Bron provincie Groningen
Daarnaast speelt de vraag waar elektrolyzers, om waterstof te maken uit elektriciteit, moeten komen: bij de bron van elektriciteit of bij de industrie die de waterstof gebruikt. Het Noorden rekende op productie op zee. Maar daar heeft het kabinet-Schoof de rem op gezet.
Voorstanders van kernenergie wijzen erop dat het bestaande gasnet niet zomaar geschikt is voor waterstof. Dat zou lekkages geven en onveilig zijn en daarom voor veel geld omgebouwd moeten worden.
Meer dan een technische afweging
Wat op papier een technische discussie lijkt, raakt aan diepere vragen: vertrouwen, regionale ontwikkeling en de verdeling van lusten en lasten na zestig jaar gaswinning. Wordt Groningen een broedplaats voor een nieuwe, brede energie-industrie? Of blijft het vooral een plek waar energie voor de rest van het land wordt geproduceerd?
In Den Haag wijzen veel signalen in die richting, terwijl in Groningen het verzet groeit. Tegenstanders van kernenergie mobiliseren zich. Zo willen bussen vol Groningers het Kamerdebat over kernenergie op 2 juli bijwonen en wordt gewerkt aan een protestmanifestatie op 15 november. De affiches liggen al bij de drukker.