Vanmiddag kreeg ik een maaltje nieuwe aardappels mee van mijn vader. Hij had zich vorig jaar voorgenomen om geen aardappels meer te verbouwen, maar kon het in de lente toch niet laten om er een paar te poten. En nu had hij dus een paar mooie stammetjes voor het huis staan. Hij had ze al gegeten en vond ze heel goed. Toch miste hij een beetje het ‘aolerwetse smaakie van eerder’. Toen ik thuiskwam, heb ik meteen een aardappeltje schoongeboend en gekookt in gezouten water. Even puur om te proeven. Fantastisch. Toch begreep ik wat mijn vader bedoelde met dat ouderwetse smaakje. Het verlangen naar hoe het ooit smaakte. Dat is vaak het lekkerste eten. Heimwee-eten.
Ik sprak ooit met een oude Indische meneer. Over Indisch koken. Daar ben ik vanaf mijn achttiende al veel mee bezig. Deze meneer had nog in voormalig Nederlands-Indië gewoond en sprak haast emotioneel over de geuren en de kleuren van de eetkraampjes daar op straat. Hij probeerde elke dag te koken hoe hij het zich herinnerde van Java. Dit gesprek was jaren geleden. Destijds kon je in Nederland daun djeruk purut (blaadjes met een soort limoenaroma die je meekookt in gerechten) alleen nog maar gedroogd krijgen. De oude meneer miste die verse blaadjes heel erg. Hij vertelde dat je op Java overal die geur kon ruiken. Vandaag de dag zijn die blaadjes vers te krijgen, of uit de diepvries. Ik hoop dat die meneer dat nog mee heeft kunnen maken. Ik ben zelf inmiddels op Java geweest en als ik thuis zo’n blaadje djeruk purut even tussen mijn vingers wrijf en eraan ruik, ben ik ook zo weer daar.
Heimwee-eten maken de Mexicanen in Amerika ook. Ik mocht eens een keer achter een hotel in Noord-Californië met wat Mexicaanse werklui meedoen met hun vrijdagmiddagborrel. Ze staken er ook een klein barbecuetje bij aan. Soft tacos, dun, gegrild rundvlees en salsa die een van de jongens op de hotelkamer zelf gemaakt had. Tomaat, verse korianderblaadjes, ui, knoflook, limoensap, jalapeño. Toen hij me vertelde dat hij al jaren probeerde de smaak van zijn moeders salsa te benaderen, schoot hij vol.
Iets koken om een verlangen naar een plek of een tijd te vervullen. Tijdreizen via smaak en geur. Overal gebeurt het. Als je het proeft, weet je het. Maggiplant in de kippensoep. Dan hoor ik oma zelfs weer zingen: Hup Marjanneke, stroop in ’t kanneke.