Het wrak van de W38 bij Süderoogsand in Duitsland. Foto: Pieter de Vries
Weinig is veranderlijker dan het wad. Fotograaf Pieter de Vries legde het gebied vanuit de lucht vast en selecteerde ter ere van de Dag van het Wad zes foto’s uit zijn rijke archief.
Pieter de Vries (76) is natuur- en kunstfotograaf. Hij komt van Texel en verblijft veel op de camping in Dedgum. Zaterdag vieren Visit Wadden en de Waddenvereniging met een ontbijt op tien locaties op de Waddendijk het 17-jarig bestaan van de Unesco Werelderfgoedstatus.
Rond de tijd dat de Waddenzee in 2009 werelderfgoed werd, ging De Vries er regelmatig met zijn bevriende Texelse piloot Piet Standaart in een gehuurd sportvliegtuigje op uit om de schoonheid van het wad vast te leggen. Zijn foto’s zijn als schilderijen. „Het zijn plaatjes voor de eeuwigheid. De vormen en de kleuren van het wad zijn elke keer weer anders.”
Pieter de Vries. Eigen foto
Drones kunnen zijn werk niet na doen, stelt De Vries. „Met een drone mag je niet hoger dan 120 meter fotograferen en je moet op zichtafstand blijven. Al mijn foto’s zijn op een hoogte van tussen de 300 en 1500 meter gemaakt”, zegt De Vries, die hoopt dat zijn duizenden foto’s van het waddengebied bewaard blijven als hij er straks niet meer is. „Het zijn unieke foto’s. Dit is mijn ode aan het wad.”
Fanø, Denemarken
Fanø Foto: Pieter de Vries
„Ik wilde een mooie foto maken van de Ho Bugt. Een ondiepe baai boven Esbjerg, het einde van de Waddenzee. En getverderrie, net dan komt dat heel grote containerschip langs varen, de Tor Britannia aan de noordkant van het Deense eiland Fanø. Opeens zag ik die hekgolf lopen. Eerst klein, toen deze vorm. Ik was zo verbaasd dat ik bijna vergat te fotograferen. Daarna blééf ik schieten. Het duurde zes seconden, toen was die golf weg en die krijg je ook nooit meer terug.”
Süderoogsand, Duitsland
Süderoogsand. Foto: Pieter de Vries
„Dit is het wrak van een lichter, de W38. Het ligt er sinds 8 januari 1920. Een lichter is een klein schip waarop goederen worden overgeladen van een groter schip. Deze lichter werd versleept van Wilhelmshaven naar Cuxhaven. De sleepboot kreeg in slecht weer machinepech boven het eiland Norderney. Toen hebben ze de lichter losgegooid, die is afgedreven naar Süderoogsand. De bemanning is gered door de bewoners van het eilandje Hallig Süderoog.”
„Deze foto illustreert de veranderlijkheid van het wad. Het schip ligt bijna altijd onder het zand, maar net toen wij er een keer overvlogen, lag het toevallig open. Wist ik veel dat dat wrak er lag. De geschiedenis heb ik na wat research gehoord van Herr Kuhn van het Waddencentrum in Tönning. Die was verrukt, zij hadden nog niet zo’n foto van dit schip.”
Nieuwe Statenzijl, Groningen
De Dollard bij Nieuwe Statenzijl Foto: Pieter de Vries
„Kees Dijkema, een Texelse bioloog die niet kon zwemmen en bekend stond om zijn duizenden wadlooptochten, had me al gewaarschuwd: in de Dollard zien de geulen eruit als dooie takken. Deze geulen noemen ze ook wel prielen. Hij had niks te veel gezegd. Dit is bij het gehucht Nieuwe Statenzijl, op de grens met Duitsland.”
Noarderleech, Friesland
Noarderleech. Pieter de Vries
„Dit is het Noarderleech in herfstkleuren, een buitendijkse kwelder in het noorden van Friesland. Dit is qua kleur en vorm gewoon mooi.”
Vliehors, Vlieland
De Vliehors. Foto: Pieter de Vries
„Mijn piloot belde: ‘…Slufter... onderwater... nu… vliegveld’. Het was springtij met windkracht 7 uit het noordwesten en de zon scheen. De Slufter, een inham vol kreken op Texel, stond helemaal onder water. Dat gebeurt niet vaak, dus ik kleedde me razendsnel aan. Maar ik wilde ook doorvliegen naar de Vliehors. Zo zie je het bijna nooit, met zo’n watermassa. Zeker niet vanuit de lucht. Dit is dus waar het drenkelingenhuisje voor dient: een vluchtplaats. Nou maar hopen dat de deur niet op slot zat.”
Hoornder Nieuwland, Noord-Holland
Graanveld in het Hoornder Nieuwland. Foto: Pieter de Vries
„Dit vind ik héél bijzonder, dit rijpende graanveld is op een poldertje bij ons op Texel. Hoornder Nieuwland is in 1492 ingepolderd. De voormalige geulen van de Waddenzee zijn meer dan 500 jaar later nog duidelijk herkenbaar als donkere banen in het graanveld. In het voorjaar was het groen en zag ik die banen ook al, bij rijping ben ik nog een keer teruggegaan en toen kreeg ik deze heel mooie goudkleur.”