Jongeren 'bezetten' het gemeentehuis van Assen en vragen daarmee aandacht voor het tekort aan betaalbare woningen in hun stad. Foto: Marcel Jurian de Jong
De meeste jongeren uit het Noorden blijven in de provincie wonen waar ze zijn opgegroeid. Het beeld dat hoogopgeleide jongeren massaal wegtrekken uit het Noorden, klopt niet volgens onderzoekers.
Dat blijkt uit de Talentmonitor, een onderzoek van de Rijksuniversiteit en Hanzehogeschool in Groningen naar de arbeidsmarkt in de drie noordelijke provincies.
Landelijk woont iets meer dan de helft van de jongeren op hun 28e nog in dezelfde gemeente als waar ze zijn opgegroeid. Driekwart woont nog in dezelfde provincie. In Groningen ligt dat aantal op 77 procent, in Friesland op 68 en in Drenthe verliest de provincie relatief veel jongeren met gemiddeld 58 procent blijvers.
Emmen bovenaan de lijst
De verschillen tussen gemeenten zijn groot. In het Noorden staat Emmen op nummer 1. Daar woont 65 procent van de jongeren op hun 28e nog steeds of weer. Dat is opvallend, aangezien de gemeente al jarenlang onderaan de lijst bungelt van aantrekkelijke gemeenten om te wonen.
„Emmen trekt misschien weinig nieuwe mensen aan, maar er is wel veel binding met de plek”, denkt Femke Cnossen, docent-onderzoeker aan de RUG. „Dat merk ik ook aan mijn studenten die uit Emmen komen. Veel wonen nog thuis of willen terugkeren."
Ook Leeuwarden en Groningen scoren met 64 procent bovengemiddeld. Opvallend is het aantal jongeren op Ameland: 60 procent van de jongeren woont op hun 28e weer op het eiland.
Noord-Drenthe kleurt rood
Tynaarlo, Schiermonnikoog en Aa en Hunze weten in het Noorden de minste jongeren te binden. Daar vertrekt ongeveer 70 procent uiteindelijk naar een andere gemeente. Met als kanttekening dat op het Waddeneiland een te kleine groep is onderzocht om daar duidelijke conclusies aan te verbinden.
Dat het in Noord-Drenthe rood kleurt, is niet per se zorgelijk volgens Cnossen. „Die jongeren verhuizen hemelsbreed niet ver, maar waarschijnlijk naar de stad Groningen.”
Aandeel blijvers daalt
Grote steden weten jongeren beter vast te houden dan plattelandsgebieden. Dat kan volgens de onderzoekers te maken hebben met de keuze van een studie. Als jongeren vertrekken voor een opleiding, verhuizen ze mogelijk minder snel terug.
Landelijk gezien blijven de meeste jongeren in Urk (80 procent). In Bloemendaal vertrekken de meesten (slechts 14 procent blijft of keert terug), waarschijnlijk door de hoge huizenprijzen.
Over een lange periode gezien, vertrekken steeds meer jongeren uit hun ‘opgroeigemeente’. Het aandeel blijvers dat tussen 1980 en 1990 geboren is, ligt net boven de 50 procent. Daarna zakt dat cijfer. „Millennials en gen X’ers lijken dus minder vaak in een regio te blijven wonen of terug te komen”, vat Cnossen samen.
'Braindrain is een mythe'
Ook blijkt dat veel jongeren in het Noorden blijven wonen. In Groningen is dat op 28-jarige leeftijd het meest met 85 procent. In Friesland woont 79 procent er nog, in Drenthe is dat 77 procent.
Het beeld dat jongeren massaal wegtrekken uit het Noorden klopt dus niet, benadrukt Harm-Jan Rouwendal, mede-onderzoeker aan de RUG. Een paar jaar geleden was er zelfs een terugroepactie van Marketing Groningen gericht aan jonge noordelingen in de randstad. „Het probleem is niet zo groot als wordt verondersteld. Het is een mythe waar we als onderzoekers al langer tegen vechten”, zegt hij.
Hoewel veel afstudeerders weliswaar vertrekken uit Groningen, blijft een deel van hen hangen. Zonder universiteit of hogeschool waren ze er überhaupt niet komen wonen. Rouwendal: „Bovendien is ook hier voldoende werk en krapte op de arbeidsmarkt. Ook uit andere gebieden trekken mensen naar de randstad, maar daar hoor je nooit over braindrain.”
Wat precies de beweegredenen zijn voor jongeren om te vertrekken, weten de onderzoekers niet. Ze hebben alleen gekeken of 28-jarigen nog in dezelfde gemeenten wonen als op hun 16de verjaardag, aan de hand van data van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS).
Vooral laagopgeleiden zijn honkvast
Of ze vertrekken hangt in elk geval samen met het opleidingsniveau. Laagopgeleiden en mbo’ers zijn meer honkvast, terwijl hoogopgeleiden vaker en eerder vertrekken. Vooral universitair geschoolden trekken weg en keren nauwelijks terug.
Ook de woning- en arbeidsmarkt spelen waarschijnlijk een rol. „De factoren verschillen per provincie en gemeente. In Friesland kan taal bijvoorbeeld meespelen. Ook peer-effecten hebben mogelijk invloed. Als veel mensen iets doen, nemen anderen dat gedrag over’, legt Cnossen uit.
De cijfers kunnen volgens haar van belang zijn voor gemeenten. „Om inzicht te krijgen in wie blijft, wie vertrekt en waarnaartoe En wat ze daartegen kunnen doen.”