Anniek Ottens ziet dat jonge noorderlingen die in de Randstad terecht zijn gekomen veel drempels voelen om terug te keren. Foto: Nienke Maat
Een ‘terugroepactie’ gericht aan jonge noorderlingen in de Randstad trok afgelopen winter veel bekijks. Het brein achter de campagne blikt een half jaar na dato terug. „Het is echt ontploft.”
Honderden felrode posters in Amsterdam en Utrecht brachten in december vorig jaar een flinke discussie teweeg. Ze waren gericht aan young professionals, productiejaar: 1988 tot 1998. Kom terug naar Groningen, was de boodschap, de arbeidsmarkt zit om jullie te springen.
„Heel veel mensen vonden er wat van”, zegt Anniek Ottens (36), die de ‘terugroepactie’ bedacht in opdracht van Marketing Groningen. In regionale en landelijke media gingen de reacties van geamuseerd naar kritisch. Het is niet waar dat jong talent massaal wegtrekt uit de regio, zei de één. Dat gebeurt juist wel, zei de ander, maar laten we het niet telkens benoemen.
Voor Ottens was daarmee het doel bereikt. „We deden al langer campagnes rondom het behouden van jong talent, maar die waren wat braver. Dit was natuurlijk een campagne met een heel dikke knipoog. Het bracht de discussie op gang.”
‘De grote namen trekken’
Die discussie gaat Ottens ook nu nog graag aan. Want er zijn nogal wat misverstanden over de noordelijke arbeidsmarkt uit de wereld te helpen, benadrukt ze.
De meest voor de hand liggende: dat er geen carrière valt te maken in het Noorden. „Er zijn juist zoveel innovatieve bedrijven.” Het probleem is dat jonge werkzoekenden niet altijd van het bestaan van die bedrijven afweten, denkt Ottens. „De grote namen trekken, natuurlijk. En die bedrijven weten hoe ze zichzelf moeten verkopen. Op banenbeurzen hier staan vaak recruiters uit de Randstad.”
Wat betreft de kansen bestaan er zeker verschillen tussen sectoren, geeft Ottens toe. „En de krapte op de arbeidsmarkt is natuurlijk een landelijk probleem. Daarin is het Noorden niet uniek. In de stad Groningen gaat het bijvoorbeeld best goed, in het Ommeland minder.”
‘Jongeren werken niet meer alleen voor geld’
Als communicatieadviseur ziet Ottens soms een overmatige bescheidenheid bij bedrijven uit het Noorden. „Onze nuchterheid speelt ons wat dat betreft echt parten.” Marketing wordt soms gezien als een vies woord, weet ze. „Maar het gaat erom dat je als bedrijf kan vertellen waar je voor staat, wat je impact is.”
Voor jonge werkzoekenden is dat belangrijk, benadrukt ze. „Jongeren werken niet meer alleen voor geld. Ze willen iets bijdragen aan de maatschappij.” Een bedrijf dat werkzoekenden die kans geeft, heeft meer kans een jong talent te strikken, denkt Ottens.
Niet alleen de grote namen houden jonge noordelingen in de Randstad, weet Ottens. Ze ervaren meer drempels, ook als ze eigenlijk best terug zouden willen keren. „Sommigen zien het echt als een stap terug, een soort falen. Het beeld is: carrière maken, dat doe je in de Randstad. Daar moeten we echt wat mee.”
‘Mensen weten niet waar ze moeten beginnen’
En voor wie gestudeerd heeft in, zeg, Amsterdam en daar is blijven plakken voor werk, kan ook het gebrek aan een professioneel netwerk in het Noorden de overstap spannend maken. „Veel mensen weten niet waar ze moeten beginnen.” Haar advies? „Ga op onderzoek uit. Drink koffie met mensen en bij bedrijven die je interessant vindt. Je wordt makkelijk verder geholpen, want mensen kennen elkaar. En de meesten helpen graag.”
Ja, ook Ottens dacht lang dat ze uiteindelijk in Utrecht, Amsterdam of Rotterdam terecht zou komen. Ze groeide op in Westerbork, studeerde in Groningen en Nijmegen, maar voor werk leek de Randstad de vanzelfsprekende eindbestemming. Toch belandde ze in het Noorden. „Of dat een bewuste keuze was? In het begin niet, het is zo gelopen. Daarna is het een beetje een bewuste keuze geworden. Ik zou het niet anders meer willen.”
„Begrijp me niet verkeerd, ik vind Amsterdam ook hartstikke leuk. En ik snap heel goed dat het wat heeft, om op de Zuidas tussen allemaal gedreven mensen rond te lopen.” Maar die zijn er in het Noorden ook volop, benadrukt Ottens.
„Misschien moeten we ons perspectief op carrière maken wel bijstellen. Het kunnen de grote namen zijn, of een werkweek van 80 uur. Maar het kan ook gaan om impact maken, en een fijne balans hebben tussen werk en privé. Dat kan hier heel goed.”