Dagmar Daae komt alleen nog voor dagjes uit terug naar Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Groningen wil talentvolle oud-Stadjers terughalen naar het Noorden, maar is dat wel realistisch? Drie Groningers over waarom ze naar de Randstad zijn vertrokken en niet meer terugkomen.
Het is een ludieke campagne: een terugroepactie voor talentvolle oud-Groningers die geboren zijn tussen 1988 en 1998. Robin Gringhuis (31), Dagmar Daae (35) en Thomas van Til (32) vallen precies in de doelgroep. Ze zijn hoogopgeleid en komen uit Groningen, maar wonen al jaren in de Randstad, waar ze carrière maken en hun sociale leven hebben opgebouwd. Het drietal is niet geneigd dat leven gauw op te geven.
Na zijn studie International Business aan de Rijksuniversiteit (RUG) zei Robin Gringhuis uit Scheemda in 2017 het Noorden vaarwel. Thomas van Til uit Ten Post besloot al na het voortgezet onderwijs Groningen in te ruilen voor een studie communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). En Dagmar Daae belandde tijdens haar studie Vastgoed en Makelaardij aan de Hanzehogeschool per toeval in Utrecht.
Alumni kennen Groningse werkgevers niet
Dat jong talent na een studie wegtrekt uit Groningen is al langer bekend. Twee jaar na het afstuderen is de helft van de RUG-alumni alweer vertrokken. Zes jaar na het afstuderen is dat al bijna twee derde, blijkt uit onderzoek van Arjen Edzes van de Rijksuniversiteit.
Het Stadse onderzoeksbureau LEF zocht in opdracht van de gemeente Groningen uit waarom ze dat doen. Thijs de Vries van LEF sprak daarvoor met zo’n veertig mensen die hier gestudeerd hebben en elders carrière maken. Daaruit blijkt dat vooral baangaranties, arbeidsvoorwaarden en ambitie mensen naar de Randstad trekken. Mensen die puur naar Groningen komen om te studeren, zijn überhaupt niet van plan om te blijven. „En door sociale druk in vriendengroepen verlies je ook mensen uit de regio aan de Randstad. Dat is in de beleving van veel mensen de plek waar het gebeurt en waar je carrière kunt maken.”
Daar komt bij dat pas afgestudeerden volgens hem vaak geen flauw benul hebben van de mogelijkheden in Groningen. „Het absolute gebrek aan kennis over werkgevers in de stad en regio vond ik het meest opvallend”, zegt De Vries. „Het UMCG kennen ze nog wel en DUO ook, maar dan houdt het echt op. Dat maakt dat weggaan niet echt een keuze is. Er wordt niets afgewogen als je niet weet wat Groningen te bieden heeft.”
Robin Gringhuis werkt nu op het hoofdkantoor van Deloitte in Amsterdam. Foto: Eigen foto
‘Ik verdwaalde niet meer in Groningen’
Zes jaar lang woonde Robin Gringhuis tijdens zijn studie in Groningen. Maar toen hij klaar was, werd hem al snel duidelijk dat blijven geen optie was. Het werk dat hij wilde doen, zat in de Randstad. „Maar er was nog een reden om weg te gaan”, voegt hij toe. „Ik kon niet meer verdwalen in Groningen. Het is een hele prettige stad, maar het werd mij te klein.” En dus verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij nu werkt op het hoofdkantoor van Deloitte.
De in Ten Post opgegroeide Thomas van Til kende de stad op zijn duimpje na de jaren op het Praedinius Gymnasium en het dorp waar hij vandaan kwam had hij al helemaal gezien. „Ik wilde Groningen uit”, vertelt hij kort maar krachtig. Een van zijn beste vrienden ging studeren in de hoofdstad. Dat trok ook Van Til over de streep. In 2010 verhuisde hij naar Amsterdam, om niet meer om te kijken. Hij werkt daar nu als marketeer bij een start-up.
Dagmar Daae werkt sinds haar studie als makelaar in Utrecht. Foto: Corné Sparidaens
Dagmar Daae is opgegroeid in Eelde en studeerde in Groningen, maar maakt als makelaar carrière in Utrecht. Dat was niet altijd al het plan, maar door toevalligheden is dat wel de plek waar ze al tijdens haar studie belandde. Haar stage in Heerenveen ging op het allerlaatste moment niet door. Een alternatief in Utrecht greep ze met beide handen aan. „Na mijn stage kreeg ik meteen een contract aangeboden”, legt ze uit, om daarna niet meer weg te gaan.
Is eenmaal weg, altijd weg?
Het zijn stuk voor stuk voorbeelden die Thijs de Vries in zijn onderzoek tegenkwam. Gringhuis, Daae en Van Til hebben weliswaar goede herinneringen aan Groningen, maar ze komen niet terug. Wel om vrienden en familie te bezoeken, niet om te wonen en te werken. „Als je op de grote hoofdkantoren wilt werken, dan kan dat niet in Groningen”, zegt de onderzoeker. „Als een vriend van je naar de Randstad gaat, is de stap voor jouzelf minder eng. En als je eenmaal carrière maakt, is het heel moeilijk om terug te gaan. Zelfs voor de meest verstokte Groninger.”
De keuzes die iemand na de studietijd maakt, hebben volgens De Vries bovendien grotere gevolgen dan keuzes tijdens de studententijd. „Je bouwt iets op in een fase van je leven waarin alles permanenter is. Je krijgt een relatie, sticht een gezin of koopt een huis.” En dan is de drempel om iets anders te gaan doen ineens een stuk groter.
‘Carrière maken doe je vanaf Zwolle of lager’
Of Thomas van Til ooit heeft overwogen terug te keren naar Groningen? „Nee, nooit”, zegt hij. Hij hoeft er niet eens over na te denken, ondanks zijn fijne tijd in de stad. Waarom niet?Je kunt in het Noorden betaalbaarder wonen dan in de Randstad, er zijn genoeg banen en zeker in Groningen veel start-ups. Het zijn de argumenten waarmee de regio mensen terug wil laten komen. „De stad is wel aantrekkelijker geworden”, erkent Van Til. Maar hij zou er te veel voor op moeten geven. „Het is nog steeds ellendig ver weg. Mijn vriendin wil liever niet in het Noorden wonen en ik zou heel veel van mijn vrienden minder zien als ik naar Groningen zou verhuizen.”
Thomas van Til uit Ten Post is gelukkig in de wereld van de start-ups in Amsterdam. Foto: Eigen foto
„Je kunt afstand nou eenmaal niet veranderen”, vult Gringhuis aan. „Ik vind dat Groningen zijn eigen charmes heeft. Het biedt ontzettend veel, maar niet de grote hoofdkantoren.”
Daae is op persoonlijk vlak juist gek op Groningen, zegt ze. Het is relaxter, rustiger en breder opgezet dan Utrecht. Ze komt regelmatig een dagje terug naar de stad. „Ik zou er zo gaan wonen. Het is een hele fijne stad, maar zakelijk komt het niet eens in me op. Als ik iets met mijn carrière en doorgroeimogelijkheden wil, dan begint dat bij Zwolle en lager. En mijn hele netwerk zit hier.” Vrijwel al haar klasgenoten van de studie Vastgoed en Makelaardij zijn naar Zwolle, Utrecht, Rotterdam of Amsterdam vertrokken, vertelt ze.
Twee momenten om (oud-)studenten te binden
De Vries zegt dat er feitelijk maar twee momenten zijn waarop de regio (oud-)studenten aan zich kan binden. De eerste kans istijdens de studie zelf. „Want dan wonen mensen hier al.” Een student die meteen een baanaanbod krijgt, zoals Dagmar Daae hem kreeg in Utrecht, is volgens hem eerder geneigd te blijven. Zelf heeft hij ook overwogen weg te gaan uit het Noorden, maar een eigen onderneming hield hem in Groningen. Hij is er achteraf blij mee. „Een stad als Amsterdam is mij een tikkeltje te druk. We doen wel opdrachten in de Randstad, alleen dan vanuit Groningen. Ik heb het beste van twee werelden.”
Het tweede moment om alumni te binden, en dat is waar de terugroepcampagne voor bedoeld is, is wanneer iemand zich wil settelen en de drukte van een Randstad wil inruilen voor meer rust. „Maar het gevaar is dan inderdaad dat iemand een relatieheeft met iemand uit de Randstad en ze alsnog niet terugkomen”, zegt De Vries met een lach. „Hoe dan ook is het heel erg moeilijk.”
De terugroepactie om oud-Groningers terug te krijgen heeft weliswaar de sympathie van Thijs de Vries, maar hij is ook kritisch. „Je zit nog steeds met het gebrek aan bekendheid van werkgevers in Groningen. Daar moet de regio echt iets aan doen. Op banenmarkten van universiteiten lopen recruiters rond van Deloitte, PWC of Heineken. Maar bedrijven uit Groningen zie je daar onvoldoende. Dat maakt het één grote landingsbaan voor Amsterdam.”
Voor Daae, Van Til en Gringhuis komt de terugroepactie te laat. Ze zitten op hun plek in de Randstad, al dreigt Amsterdam voor Robin Gringhuis ook te klein te worden. Hij richt zijn pijlen op het buitenland. „Het is mijn doel om locatieonafhankelijk te kunnen werken.” Dat kan ook in Groningen, toch? Hij lacht: „Het is een supergezellige stad met een hoge kwaliteit van leven, maar ik denk niet dat ik dat na zes jaar alweer ga doen.”