Gezelligheid tijdens de KEI-week. Foto: Archief Corné Sparidaens
Jongvolwassenen in Drenthe, Groningen en Friesland zijn honkvast. 80 procent van hen woont op zijn 28ste nog steeds of weer in een van deze drie provincies. Vrouwen vertrekken overigens aanzienlijk vaker uit het Noorden dan mannen.
Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool. Voor de Talentmonitor onderzochten wetenschappers de loopbanen van noordelijke Nederlanders. Waar groeien ze op? Welke studies volgen ze? Waar gaan ze werken na hun afstuderen? In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kiest de overgrote meerderheid voor een leven in het Noorden.
In Groningen volgden de onderzoekers bijvoorbeeld mensen die tussen 1995 en 2008 16 jaar werden. Vraag was: waar wonen ze op hun 28ste? Dat is de leeftijd waarop de meeste jongeren hun opleiding hebben afgerond en aan het werk zijn. Het blijkt dat 80 procent van deze groep nog steeds in een van de drie noordelijke provincies woont; de grootste groep in de gemeente Groningen. Verder blijkt dat enkele grote steden in de Randstad (Amsterdam, Den Haag) veel Groningers trekken, maar ook Enschede en Apeldoorn in het oosten van het land.
Opvallend is dat mannen vaker in Groningen zijn gebleven dan vrouwen. Van de mannen die 16 waren in 2008 (en 28 in 2020), woont een op de vijf niet meer in de provincie, tegenover een op de vier vrouwen.
Vrouwen volgen vaker hun man
,,Vrouwen kiezen over het algemeen net een hogere opleiding. En het is een groep die ook wat mobieler is. Iets anders is, wat trouwens lastig is hard te maken, dat vrouwen toch wel wat vaker hun man volgen dan andersom. Ook daar zie je een effect. Als een man een vrouwelijke partner vindt blijft hij vaker op zijn plek dan de vrouw. De trailing wife, de volgende partner wordt dat genoemd’’, aldus de Groninger hoogleraar economische geografie en arbeidsmarktdynamiek Sierdjan Koster.
Een vrouwelijke braindrain dus? ,,In die zin dat die vaker weggaan, ja’’, aldus de Groninger onderzoeker. ,,Er verdwijnen meer vrouwen dan mannen en dat heeft echt met die hoge opleiding te maken.’’
De stad Groningen lijdt daar volgens hem niet echt onder, door de voortdurende instroom van nieuwe studenten. ,,Daar komen uiteindelijk wel voldoende hoogopgeleiden terecht. In het Noorden lukt het twee plekken hoogopgeleiden aan zich te binden: Groningen en Leeuwarden. Tegelijk zie je dat vooral universitair- en hbo-opgeleiden uit Oost-Groningen vertrekken. Er is daar een dubbel effect. Aan de ene kant hebben de Oost-Groningers een kleinere kans naar universiteit of hbo te gaan. En als ze wel zo’n opleiding volgen, keren ze vaak niet terug naar die regio. Daar is dat zeker erg, het beperkt de mogelijkheden tot groei. Die tegenstelling is specifiek voor Noord-Nederland.’’
Wie universiteit afrondt, vertrekt vaak
Uit het onderzoek blijkt ook dat van de noordelijke jongeren die een universitair diploma haalden slechts 20 procent terugkeert naar de gemeente waar ze zijn geboren. Voor hbo’ers is dat een op de drie, terwijl van de afgestudeerde mbo’ers meer dan de helft woont in de geboortegemeente. Hoger opgeleiden trekken weg omdat ze elders vaak betere banen vinden en meer kunnen verdienen. Veel jongeren willen bovendien hun horizon verbreden.
Jongeren die wonen in of bij een stad met een universiteit of een hbo-campus hebben meer kans een hogere opleiding te volgen. ,,Gewoon omdat die instellingen vlakbij zijn. Je ziet echt een regio-effect. Als de universiteit in de buurt is, is de stap wat kleiner om er naar toe te gaan’’, zegt Koster. ,,In Groningen is het percentage veel hoger dan in bijvoorbeeld Westerwolde of Delfzijl, 22 vergeleken met 11 en 10.’’