Friezen en Drenten denken positiever over zichzelf dan Groningers. Dat is jammer, want de provincie loopt daardoor kansen mis, zegt economisch-geograaf Sierdjan Koster van de RUG. Hij vindt dat het negatieve zelfbeeld moet worden doorbroken. Foto: Geert Job Sevink
Veel Groningers denken minder positief over zichzelf dan Friezen en Drenten. Dat kan economische groei in de weg zitten, zegt de Groninger wetenschapper Sierdjan Koster. Vooral in Oost-Groningen is het een probleem. „Daar heerst chronische onderschatting.”
De kaart van Nederland aan de muur en de Bosatlas van Fryslân prominent in zijn boekenkast geven al een duidelijke hint: economisch geograaf Sierdjan Koster (43) houdt zich bij de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen bezig met regio’s. En dan vooral met de verschillen tussen regio’s qua sociaaleconomische ontwikkeling. De in Groningen werkzame Fries probeert te doorgronden waarom die verschillen er zijn. Hoe is het samenspel tussen mensen, bedrijven en overheden in een gebied?
Koster werd onlangs benoemd tot adjunct-hoogleraar economische geografie en arbeidsmarktdynamiek. Zijn leerstoel richt zich vooral op ontwikkelingen van de arbeidsmarkt – flexibiliteit, toegenomen zelfstandigheid, digitalisering – en wat die allemaal betekenen voor de mogelijkheden van mensen. Er zijn nieuwe kansen voor diegenen met de juiste vaardigheden en flexibiliteit. Tegelijkertijd heeft een aanzienlijke groep Nederlanders moeite om aan de bak te komen.
Daarnaast is hij trekker van de Talentmonitor waarmee de carrières en loopbanen van inwoners van Noord-Nederland in beeld worden gebracht. De RUG werkt daarbij samen met de Hanzehogeschool. Uit dat onderzoek blijkt onder meer dat mannen vaker in de provincie Groningen blijven wonen dan vrouwen en dat 66 procent van de jongeren die opgroeit in Emmen daar op zijn 28ste nog steeds woont - het hoogste percentage van alle gemeenten in het Noorden. In Tynaarlo en Loppersum vertrekt bijna 70 procent naar een andere gemeente.
Hij houdt zich veel bezig met het Noorden, bevestigt de kersverse hoogleraar. ,,Ik vind het belangrijk wat er hier gebeurt, voel me daarmee betrokken en verbonden. Ik probeer die regionale verschillen te begrijpen en de rol van Noord-Nederland daarin.’’
Alle randen van Nederland staan onderaan
Wie focust op Noord-Nederland loopt onvermijdelijk aan tegen het soms slechte imago van dit deel van het land. Vooral Oost-Groningen springt daarbij in het oog. Koster herkent dat beeld.
,,Interessant is dat het ook door ondernemers wordt gevoeld. Een van de onderzoeken die ik heb gedaan en de komende jaren voort wil zetten, is de perceptie van ondernemers van het eigen vestigingsklimaat. We laten ze een grote kaart zien met daarop zeventig plekken in Nederland. Vervolgens vragen we: geef eens een score voor elk van die zeventig plaatsen. Hoe goed is die plek voor jou als locatie waar je je zou kunnen vestigen? Daar komt vervolgens een kaart uit. Daarop scoort Utrecht het hoogst en Oost-Groningen en eigenlijk alle randen van Nederland staan onderaan’’, aldus Koster.
De resultaten zijn ook uit te splitsen per provincie. En daaruit blijkt volgens hem dat Friezen een positief zelfbeeld hebben, net als Drenten. ,,Dat is heel normaal, dat verwacht je ook. Mensen kennen hun eigen gebied het beste en dat ze de plek waar ze leven dan wat beter waarderen is niet zo gek. Maar voor Groningen geldt dat juist niet en dat is wel een probleem, denk ik. Groningers denken minder positief over zichzelf dan Friezen en Drenten. Die zijn toch wat trotser op zichzelf.’’
,,De vraag waarom dat zo is, is lastig. Waar zit het nu precies in? Het heeft onder meer te maken met de onderschatting van wat er kan in het gebied. Het gaat dan met name over Oost-Groningen. Je ziet dat het deel Groningen-stad, het Westerkwartier richting Drachten en de kop van Drenthe richting Assen positief wordt gewaardeerd als vestigingsplek door Groningers. Maar Oost-Groningen dus niet. Dat zit toch wel een beetje in de cultuur en het zelfbeeld. Elders in Nederland is dat nergens zo sterk’’, weet Koster.
Is het erg dat Groningers zo bescheiden over zichzelf zijn?
,,Ja, dat vind ik wel. Uiteindelijk heeft het ook zijn weerslag op bijvoorbeeld de mate waarin je zou willen investeren. Ik gebruik niet voor niets de term regionaal producentenvertrouwen. Als dat net iets lager is, dan is de kans dat je gaat innoveren of investeringen durft te doen ook net iets lager. Ik denk dat imago een belangrijk onderdeel is.’’
Er is de afgelopen decennia veel gedaan om de sociaaleconomische situatie in Oost-Groningen te verbeteren, maar de kloof met bijvoorbeeld de Randstad lijkt alleen maar te groeien. Weten we inmiddels wat wel en niet werkt?
,,Eigenlijk weten we daar verrassend weinig over. We zien dat er een gat is tussen de Randstad en Noord-Nederland. Maar als je door de tijd kijkt, dan zie je dat Noord-Nederland al sinds 1996 ongeveer 9 procent van de werkgelegenheid in Nederland heeft. In die periode van ruim 25 jaar is het aandeel in de werkgelegenheid gedaald van 9.4 naar 9.0. In het gebied zelf is de werkgelegenheid inderdaad behoorlijk gestegen, maar dus niet zo snel als in de rest van het land.’’
,,We vergelijken ons met de Randstad. Dat doen we steeds, maar is dat een goede vergelijking? Het is zinvoller om ons te spiegelen aan bijvoorbeeld de Achterhoek. Dat lijkt ook veel meer op Noord-Nederland qua cultuur. Ik vind dat we wegmoeten bij dat kijken naar de Randstad. Ook omdat je steeds al die beleidsprogramma’s krijgt waarin we toch een beetje Randstadje spelen.’’
,,Laten we nu doen wat we wel goed doen. Het gaat met Groningen als stad heel goed, maar niet met Oost-Groningen. Hoe kunnen we die twee op de een of andere manier verbinden? Dat is een veel relevantere vraag voor Groningen dan die paar procentpunt die we misschien achterlopen op de Randstad.’’
Wat zijn nu de belangrijkste lessen van alle programma’s en inzet voor Oost-Groningen?
,,Het is heel ingewikkeld, maar uiteindelijk heerst daar ook een cultuur van bijna depressie, zou je haast zeggen. Er is sprake van chronische onderschatting. Het belemmert werklozen eerder aan het werk te gaan. Het reflecteert zich ook in het imago van de bedrijven die daar zitten. Je krijgt een verhaal dat de slechte situatie eigenlijk alleen maar versterkt. Dat moet je op de een of andere manier proberen te doorbreken. Laat perspectief zien. Avebe en Holthausen zijn innovatieve en aansprekende bedrijven die in de regio geworteld zijn. Zij kunnen dragers worden van een positiever imago.’’
Hoe kun je Oost-Groningen verknopen met de stad Groningen?
,,We zullen moeten proberen om een deel van de economische activiteiten in Groningen op de een of andere manier aan dat gebied te verbinden. De universiteit is er al mee bezig door de ontwikkeling van een innovatiehub in Veendam en andere plekken waar campussen worden opgericht. Ik denk dat dit soort initiatieven belangrijk zijn om de stad naar het Ommeland te halen.’’
Kan het Noorden iets leren van de aanpak van Brainport Eindhoven, zoals de Rabobank onlangs suggereerde?
,,Zeker, want de institutionele basis is daar heel sterk geweest. Op een gegeven moment hebben alle betrokken partijen daar gezegd: dit is wat we doen. Het is eerder ook in Finland gedaan met Nokia. Dat land zat eind jaren tachtig in een diepe recessie. De overheid is toen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen om tafel gaan zitten en besloten werd nieuwe technologie te omarmen. Het heeft voor Nokia lang goed gewerkt. En dat hebben ze in Eindhoven uiteindelijk ook heel sterk gedaan. Ze hadden mensen die het verhaal goed uitdroegen en dat werkte.’’
Uit jullie onderzoek blijkt dat in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht lang niet alle afgestudeerden Groningen verlaten.
,,Mbo’ers en hbo’ers blijven grotendeels in de buurt, vooral veel afgestudeerden van de universiteit trekken weg. Maar het netto-effect is nog steeds positief. De stad Groningen heeft een positief migratiesaldo voor studenten. Het probleem zit ook hier weer in de Ommelanden. In plaatsen zoals Appingedam en Scheemda is er wel sprake van een braindrain.’’
Hoe gaat de arbeidsmarkt in de toekomst veranderen?
,,Mensen merken heel grote veranderingen zoals de digitalisering en globalisering vaak eerst op hun werk. Ofwel doordat het verandert, ze moeten omscholen of verliezen zelfs hun baan. Ofwel ze merken het in hun loon of misschien aan de lol die ze uit hun baan halen. Jij en ik hebben wat aan computers, we kunnen er meer mee doen. Voor anderen wordt wat ze doen wellicht wat repetitiever, ze moeten vaker hetzelfde doen. De baan is een plek waar die veranderingen voor veel mensen samen komen.’’
,,Krapte wordt een thema voor de komende decennia, hoewel de bevolkingskrimp in Groningen nu lijkt opgelost. Bij veel gemeenten ging de vlag uit. Maar het komt ook weer terug, puur door demografische ontwikkelingen. Hooguit zullen er wat dingen veranderen door migratie, maar dat weet je nooit precies. Krimp wordt wel het verhaal.’’