Moniek in haar kleurrijke tiny house in Gasselternijveen. Foto: Harry Tielman
Veel jonge of alleenstaande woningzoekenden zouden een moord plegen voor een piepkleine woning op een idyllisch plekje aan de rand van een bos. Maar zo’n tiny house heeft best nog wat voeten in aarde. DVHN nam een kijkje in Gasselternijveen.
Het merendeel van de geplande elf tiny houses aan de Markescheiding in Gasselternijveen is al bewoond. Een enkeling is nog volop aan het bouwen. „Dit wordt de tiny house van mijn vriend”, wijst Moniek Brunen naar een houten skelet. „Deze wordt met vijftig vierkante meter wel groot. Zijn kinderen krijgen er ook een slaapplek.”
Moniek (37) is het bezoek al tegemoet gelopen. Op een nieuw verhard paadje dat tussen de woningen doorslingert. „Dat ligt er nog maar drie weken. We zijn er zó blij mee. Maandenlang hadden we hier steeds natte voeten."
Moniek, Wouter en Annelies (vlnr) in gesprek voor de woning van Annelies. Foto: Harry Tielman
Moniek heeft haar huisje zelf gebouwd, zonder enige ervaring. Dertig vierkante meter. Alles is efficiënt ingericht. De woonkamer annex keuken oogt warm en sfeervol. Veel kleur, groene planten en rijen planken aan de muren voor de opslag van spullen. De badkamer en wc zitten verstopt achter een gordijn, de slaapkamer is via een opstapje te bereiken.
De jongste telg van de 'Tiny House Naobers Nieveen', zoals de woongemeenschap zichzelf noemt, is 9 jaar. In de tuin van Annelies de Jonge zit Wouter den Dulk. Hij is met 83 jaar de senior van het gezelschap. Maar oud en versleten oogt Wouter allerminst. Sterker nog: hij heeft zijn tiny house zelf gebouwd. Met hulp van een timmerman, dat wel. „Je moet toch wel een beetje bezig blijven”, reageert hij laconiek.
Zo langzamerhand krijgt het terrein rond de tiny houses vorm. Foto: Harry Tielman
De woning is nog niet af. Binnen moet de boel nog worden afgewerkt. „Speciaal voor de fotograaf heb ik de verfspullen maar een beetje uit het zicht gezet", lacht hij.
Annelies de Jonge (73) hoeft niet meer te klussen. Haar woning is af. Die heeft ze er laten neerzetten door een aannemer. Zij kon al haar aandacht richten op haar tuintje om de woning. „Ik heb veel planten meegenomen uit de tuin van mijn vorige huis."
'Je moet kunnen ontspullen'
Ondanks dat Annelies haar eigen minihuis niet zelf hoefde te bouwen, stond ze misschien wel voor de grootste uitdaging van alle bewoners. Zij kwam van een woonboerderij. En dat betekende veel, heel veel spullen. Die ze niet kon meenemen naar haar nieuwe stekje.
„Dat was best moeilijk. Om na te denken; wat houd ik, wat heb ik nodig, wat doe ik weg? Ik heb heel veel dingen achtergelaten. Maar nu denk ik soms: ik heb nóg te veel meegenomen, haha. Je moet kunnen ontspullen en daar niet te veel hartzeer van hebben."
Wouter bracht voordat hij ging verhuizen stapels boeken naar een handel in tweedehands boeken. „Die man stond er bij te kwijlen bijna, zóveel mooie boeken."
Annelies mist wel een plek voor haar buitenspullen, zoals de grasmaaier. „Die staat nu steeds buiten. Daar wordt ie niet beter van." Het is de bedoeling dat er binnenkort twee schuurtjes worden gebouwd waar de bewoners bijvoorbeeld ook hun fietsen kwijt kunnen.
Way of life
Het wonen in een tiny house betekent ook wel iets meer dan alleen het efficiënt inrichten van de ruimte. Het is een way of life. Er is geen gasaansluiting. Sommige bewoners hebben elektrische verwarming. Voor anderen hoefde dat juist weer niet.
De 83-jarige Wouter den Dulk is nog volop bezig met het afwerken van de binnenkant van zijn tiny house. Foto: Harry Tielman
Moniek verwarmt haar woning met een houtkachel. Als die brandt, is het behaaglijk warm in haar onderkomen. Maar de kachel gaat ‘s nachts uit en dan zijn de ochtenden soms wel erg koud. „Drie of vier graden boven nul. Maar dan trek je iets warms aan en zet je een muts op. Ik vind koud slapen ‘s nachts heerlijk!”
Wouter dist een anekdote op van de logeerpartij van zijn broer onlangs. „Mijn broer woont in een huis met mechanische ventilatie. Zijn ramen kunnen niet eens open. Hij logeerde een keer bij mij toen het heel koud was in de winter. Bij mij binnen was het nog twaalf graden, maar hij had het me toch koud! Bij mijn broer is het constant twintig graden in huis. Nou, niks voor mij. Dan zou ik een steen door het raam gooien”, grapt hij.
Tuin verlengstuk van de woning
Sowieso leef je veel buiten als je in een tiny house woont, beamen de drie. De tuin is een verlengstuk van de woning. Het omliggende terrein is van alle bewoners samen. Zij moeten het samen inrichten en onderhouden. Nu is het nog een bouwperceel. Maar daar wordt hard aan gewerkt om het op orde te krijgen.
„We moesten hier alles zelf doen. De riolering, elektriciteit. Gelukkig hebben we een paar handige mannen in de groep." Zo werd met een kraan een wadi (greppel) gegraven om het overtollige regenwater af te voeren. Annelies en Moniek hebben hun kippen meegenomen, die lopen nu gezamenlijk in een ren. „Elke dag verse eitjes." Er komt straks nog een gezamenlijke moestuin.
'Passen we bij elkaar’
Samen vormen alle tiny house-bewoners in Gasselternijveen een community. „We hadden al een tijd een vaste groep belangstellenden voor deze plek. Maar we hebben wel een paar gesprekken gevoerd vooraf: passen we bij elkaar? Ook hebben een teambuilding-sessie georganiseerd. Niet heel spannend hoor, een beetje kletsen en spelletjes spelen."
Je moet van elkaar op aan kunnen, stelt Moniek. „Het is niet een kwestie van een woning bouwen en je gaat er wonen. Je staat hier wel in verbinding met elkaar en met de natuur. Je moet wel willen leven zo.”
Annelies wil niets anders meer. „Toen we hier vorig jaar kwamen, was het alleen een stuk landbouwgrond. Amper biodiversiteit. En nu? Ik zie volop vlinders, bijen en vogels."
Tiny houses mogen tien jaar blijven staan in Gasselternijveen
De gemeente Aa en Hunze stelde het terrein aan de Markescheiding beschikbaar om tiny houses op te bouwen. Dorpscoöperatie De Brug, de dorpsbelangenvereniging van Gasselternijveen, was aanvankelijk content met de ontwikkeling van de kleine huisjes, maar dat enthousiasme verdween later als sneeuw voor de zon.
In de ogen van De Brug stelde de gemeente Aa en Hunze onmogelijke voorwaarden, zoals een maandelijkse vergoeding voor de grond in een zogeheten erfpachtcanon. De vrees van dorpsbelangen dat vooral mensen van ‘buiten' het dorp de woningen zouden kopen werd bewaarheid.
Slechts één bewoonster woonde voordien al in de gemeente Aa en Hunze. Annelies is van oorsprong een Zeeuws-Vlaamse, maar kwam via allerlei omzwervingen in Drenthe terecht. Moniek woonde in Ter Apelkanaal. Wouter kwam over uit de Noordoostpolder, al stond zijn wieg wel in Groningen.
Voor jonge woningzoekenden uit Gasselternijveen bleek de aanschaf van een tiny house veelal financieel niet haalbaar. De huisjes die er nu staan variëren in prijs van 40.000 tot zelfs 100.000 euro. Dat is afhankelijk van al dan niet zelfbouw, tot het voorzieningenniveau.
De maximale vestigingsperiode van tien jaar maakt het onmogelijk om naar de bank te gaan voor een hypotheek. „Dus je moet wel wat spaargeld op de bank hebben'’, benadrukt Annelies, „voor de meeste jongeren is dat niet weggelegd."
Toch hopen de bewoners dat hun avontuur in de woongemeenschap niet al na tien jaar voorbij is. „De burgemeester en de wethouder zijn hier op bezoek geweest. Ze vroegen aan ons: hikken jullie niet aan tegen de periode van 10 jaar? Wij zeiden volmondig: ja! Iemand vroeg daarop of de gemeente het niet wilde verlengen, maar die toezegging kregen we helaas niet. Al hopen we daar natuurlijk wel op."
Van alle kanten belicht
De provincie Drenthe staat tot 2050 voor de uitdaging om 45.000 nieuwe huizen te bouwen. Dit om het nijpend woningtekort in de provincie op te lossen. Maar bouw je dan vooral woningen voor ouderen of probeer je juist jonge mensen aan een starterswoningen te helpen? Of kan dat allebei? Moeten er nieuwe woonwijken verrijzen of wil je ook uitbreiden binnen dorpskernen? Over die overwegingen en uitdagingen gaat het vooral in onze serie verhalen, waarin we de woningopgaaf in Drenthe van alle kanten belichten. Tips of reacties: drenthe@dvhn.nl