Aafke Jager woont met haar zoons Thomas (hier op de foto) en Jeroen in een flexwoning in Assen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Op steeds meer plekken worden flexwoningen neergezet om snel het woningtekort in Drenthe aan te pakken. Maar zijn flexwoningen wel zo gemakkelijk als ze lijken? En hoe is het om erin te wonen?
Vanuit haar huiskamer kijkt Aafke Jager richting de bomen langs het Noord-Willemskanaal. Nu zijn ze nog kaal, maar de knoppen beginnen uit te komen en het duurt niet lang meer of ze kijkt tot haar vreugde uit op een groene oase.
„Ik kon kiezen en ben blij dat ik aan deze kant woon.” Ze wijst. „De andere woningen staan midden op het terrein, waar nog volop units worden neergezet en wordt gewerkt aan de wegen en paden. En snel gaat dat niet. Die bewoners hebben veel meer geluidsoverlast dan ik.”
Jager woont aan de rand van bedrijventerrein Groene Dijk in de Asser wijk Kloosterveen. Vorig jaar mei werden hier in opdracht van de gemeente 96 flexwoningen opgeleverd. Ze mogen 15 jaar blijven staan en zijn bedoeld voor jongeren, starters, statushouders en spoedzoekers. Woningbouwcorporatie Actium zet op dezelfde plek 52 tijdelijke woonunits neer voor diezelfde doelgroepen. Die worden tussen half april en eind mei opgeleverd.
„Ik ben anderhalf jaar geleden gescheiden en woonde eerst vier maanden op een camping”, zegt Aafke. „Want waar moet je naartoe in zo’n geval? Betaalbare woningen zijn er niet en ook de wachtlijsten voor een sociale huurwoningen zijn enorm. Daarom heb ik mij meteen aangemeld toen ik over dit project hoorde.”
Snel en gemakkelijk?
In Assen is net als eigenlijk overal in Drenthe een groot tekort aan (huur-)woningen. Voor jongeren die het huis uit willen of mensen die door scheiding of baanverlies hun woning uit moeten, kan dat voor grote problemen zorgen. Verschillende Drentse gemeenten, waaronder Coevorden en Assen, zetten flexwoningen in. Die kunnen relatief snel en gemakkelijk gebouwd worden om de ergste nood te lenigen en geven bewoners de tijd om iets structureels te zoeken.
„Toch duurt het een stuk langer om flexwoningen neer te zetten dan mensen vaak denken”, zegt Menno Hunneman. Hij is als projectleider nieuwbouw van Actium direct betrokken bij het plaatsen van de 52 tijdelijke woningen aan de Groene Dijk. „Ook wij hebben dat een beetje onderschat. De vergunningprocedures gaan nog gewoon op de ouderwetse manier en ook moet er nog van alles gebeuren als de units zijn neergezet. Denk aan afwerking, het plaatsen van zonnepanelen en de infrastructuur.”
Menno Hunneman van woningcorporatie Actium in een van de flexwoningen aan de Groene Dijk in Assen. Door de schuifpui zijn de andere units te zien, rechts is een glimp op te vangen van de flexwoningen die de gemeente heeft neergezet. Foto: Marcel Jurian de Jong
Voor Actium is het project Groene Dijk de eerste kennismaking met flexwoningen. „Het is best een lastige casus”, erkent Hunneman. „Ja, deze woningen zijn mede door subsidies een stuk goedkoper op te leveren dan reguliere huurwoningen, maar die laatste categorie gaat wel 80 jaar mee en blijft waardevast.”
Voor flexwoningen is dat volgens hem nog maar de vraag. „Want hoe goed houden die zich? Zijn ze nog eens herplaatsbaar? En kun je daar überhaupt een andere plek voor vinden? Het Rijk voorziet in een tegemoetkoming als herplaatsing en daarna ook verkoop van de units niet lukt, maar toch: we weten eigenlijk niet hoe dit project financieel gezien precies gaat aflopen.”
Overal waar we permanent kunnen bouwen, zullen we dat liever doen
Of Actium op meer plekken flexwoningen neer gaat zetten, is dus maar zeer de vraag. „Overal waar we permanent kunnen bouwen, zullen we dat liever doen”, zegt Hunneman. „Maar de ruimte daarvoor is beperkt en door deze flexwoningen hebben we in ieder geval tijdelijk extra woonruimte op een plek waar regulier bouwen nooit had gekund. Dat is ook wat waard.”
Op dit moment worden de laatste flexwoningen van Actium via de binnenvaart vanuit Slowakije naar Assen vervoerd. Ondertussen worden paden aangelegd en in het najaar volgt de beplanting. Ook wordt een buurthuiskamer gebouwd, waar plek is om samen te komen en te koken.
De flexwoningen van Actium. Foto: Marcel Jurian de Jong
„Dit wordt een prachtig groen wijkje”, zegt Hunneman. „Bovendien voldoen de flexwoningen aan alle wooneisen voor nieuwbouw. Ze zijn klein en we verwachten een redelijk hoge doorloop, maar voor veel bewoners zullen ze een uitkomst zijn.”
‘Voorlopig is dit prima’
Dat is voor Aafke ook zo. Zij woont met haar zoons in een flexwoning van de gemeente, die uit drie units van 3 bij 6 meter bestaat. Ze betaalt daarvoor ongeveer 750 euro aan huur. Omdat de twee slaapkamers voor haar zoons zijn, slaapt ze noodgedwongen op de slaapbank in de woonkamer.
„Een extra slaapkamer zou daarom fijn zijn in de toekomst, maar voorlopig is dit prima te doen”, zegt ze opgewekt. „Ik mis eerder een balkon of tuintje. Gelukkig hebben we picknicktafels op de binnenplaats en daar is het vaak heel gezellig.”
Aafke Jager woont met haar zoons Thomas (hier op de foto) en Jeroen in een flexwoning in Assen. Ze slaapt noodgedwongen in de woonkamer, maar de woning bevalt uitstekend. Foto: Marcel Jurian de Jong
Thomas van 11 („Bijna 12!”) knikt. „De feestjes die hier worden gegeven zijn heel leuk! Verder game ik graag en dat kan heel goed op mijn kamer. Verhuizen hoef ik dus helemaal niet. Ik vind het prima hier.”
Aafke verwacht nog wel een jaar of vijf in haar flexwoning te moeten blijven, voordat ze een geschikte huurwoning gevonden heeft. Toch maakt haar dat, net als haar zoons, allesbehalve somber.
„Van buiten ziet het er niet uit, maar het voelt voor mij inmiddels als thuiskomen. Je woont met veel mensen dicht op elkaar en daarom moet je een beetje flexibel zijn. Dat ben ik wel.”
Sociaal experiment
Bovendien, zo stelt Aafke, vormt de gemeenschap die hier is ontstaan ook een sociaal experiment. „Hier wonen veel verschillende soorten mensen en dat moet je goed regelen. Om hier te mogen wonen moest je door een selectieprocedure en werd gevraagd wat je zelf kon bijdragen aan deze gemeenschap. Dat maakt dat een groot deel van de bewoners zich verantwoordelijk voelt voor deze plek. We willen er wat van maken samen.”
Thomas (bijna 12 jaar) heeft zijn kamer in de flexwoning omgetoverd tot een gamewalhalla. Foto: Marcel Jurian de Jong
Zo worden er geregeld spelletjesavonden gehouden en zitten bewoners bij elkaar rond de vuurton. „We praten samen, luisteren muziek en eten met elkaar. Dat helpt enorm om de overlast te beperken en dan worden de verschillen geen probleem, maar een verrijking.”
Niet zo lang geleden had Aafke een nare dag. Eén appje in de buurtapp (’Wie kan mij opvrolijken?’) en haar woonkamer was binnen mum van tijd vol. „We hebben de hele avond spelletjes gespeeld en zo sleepten mijn buren mij door de avond heen. Geweldig toch, die saamhorigheid? Daar zouden veel normale buurten nog van kunnen leren.”
‘Het is een soort snelkookpan’
Om te zorgen voor een leefbare buurt waarin al die verschillende doelgroepen zich fijn voelen, hebben Actium en de gemeente Assen een buurtconsulent ingeschakeld. Gertjan Oppersma van MijnBuurtAssen is vier dagen per week te vinden in het buurtkantoortje.
„Ik zie mijzelf als de laagdrempelige persoon in de wijk waar bewoners naartoe kunnen stappen als ze opmerkingen of vragen hebben. Of als het niet lekker loopt. We hebben veel statushouders en het is best lastig om te begrijpen hoe alles werkt in Nederland. Daar help ik ze bij.”
Oppersma denkt dat de leefbaarheid van de flexbuurt goed is. „Iedereen is nieuw hier en komt met een eigen verhaal binnen. Het is een soort snelkookpan en juist daarom kunnen mooie verbindingen ontstaan. Dat is anders dan oudere woonwijken waar het soms lastig tussen komen is.”
Volgens de buurtconsulent leveren flexwoningen een goede bijdrage aan het oplossen van de problemen op de woningmarkt. „Maar ik zou niet zeggen dat dit dé oplossing moet zijn. Mensen zijn van hun eerste probleem af, kunnen even op adem komen en rustig nadenken over de volgende stap. Maar dan moet er wel perspectief zijn om door te stromen.”
Van alle kanten belicht
De provincie Drenthe staat tot 2050 voor de uitdaging om 45.000 nieuwe huizen te bouwen. Dit om het nijpend woningtekort in de provincie op te lossen. Maar bouw je dan vooral woningen voor ouderen of probeer je juist jonge mensen aan een starterswoningen te helpen? Of kan dat allebei? Moeten er nieuwe woonwijken verrijzen of wil je ook uitbreiden binnen dorpskernen? Over die overwegingen en uitdagingen gaat het vooral in onze nieuwe serie verhalen, waarin we de woningopgaaf in Drenthe van alle kanten belichten. Tips of reacties: drenthe@dvhn.nl