De RUG (Rijksuniversiteit Groningen) gereflecteerd in de ramen van de Universiteitsbibliotheek. Foto: Jan Zeeman
Laten we stoppen het beeld te voeden dat Groningen lijdt aan een braindrain, stellen Sierdjan Koster en Viktor Venhorst. Volgens hen klopt dat beeld eenvoudigweg niet.
In de afgelopen weken was er in de media weer veel aandacht voor afgestudeerden die uit Groningen wegtrekken. Marketing Groningen lanceerde een veelbesproken terugroepactie die Groningers in de Randstad moest verleiden terug te komen. En in deze krant werden drie afgestudeerden van een economische opleiding opgevoerd die Groningen een mooie stad vonden, maar voor een carrière toch echt ergens anders wilden zijn.
Zo werd het beeld van Groningen als een stad die lijdt aan braindrain weer ruim gevoed. Laten we hiermee stoppen, want dat beeld klopt niet en dat beeld benadrukken helpt niet.
Waarom klopt het niet? De blijvers in Groningen zien toch duidelijk dat hun contactenlijst van studievrienden die op de fiets te bereiken zijn na het behalen van de diploma snel korter wordt? Dat gebeurt inderdaad; na afstuderen verlaat ongeveer 80 procent van de studenten snel de stad. Maar voor het gemak vergeten we vaak dat die contactenlijst voor het studeren nog helemaal leeg was of in ieder geval een stuk korter.
Instroom groter dan uitstroom
Als je dit becijfert blijkt voor de stad Groningen dat de instroom van studenten groter is dan de uitstroom na studeren een paar jaar later. Van elke 100 studenten komen er 95 van buiten Groningen en blijven er 15 na het diplomafeestje hangen; een mooie plus dus.
Het volledige beeld is genuanceerd met verschillen tussen opleidingen en afkomst van de studenten, maar het algemene beeld is er een van braingain!
Voor het ommeland pakt het saldo minder rooskleurig uit en veel jongeren trekken naar de stad om vervolgens niet meer terug te keren. Niettemin geldt ook op provincieniveau, dat Groningen voor noordelijke alumni, vier jaar na afstuderen, de meest gekozen werkprovincie is, nog voor Noord-Holland.
Spijtoptanten levert het niet op
Waarom helpt het niet om steeds weer de braindrain-kaart te trekken? In het kort, omdat het idee van braindrain toch al breed gedragen en uitgedragen is. Dan heeft het weinig zin om dit nog eens te benadrukken in een marketingcampagne, hoeveel aandacht die campagne ook krijgt en hoe leuk die ook was.
Spijtoptanten levert het waarschijnlijk niet op; zij hebben immers al een keuze gemaakt om in de Randstad te gaan wonen en werken terwijl ze de Groningse situatie al kenden. Daarbij zijn er ook andere redenen om in de Randstad te gaan wonen en werken, al is het maar zo plat als het ervaren van een andere leefomgeving. Heel gezond en waarom dus terugkomen van zo’n beslissing?
In het ergste geval kan een braindrain-campagne zelfs averechts werken omdat het huidige studenten bevestigt in het idee, dat ze later inderdaad ergens anders naartoe moeten dan Groningen voor hun carrière. Anderen doen het ook, dus waarom zij niet.
Braindrain nog steeds een onderwerp
Hoeven we het dan helemaal niet meer over braindrain te hebben? Dat moeten we zeker, vooral als we naar het ommeland kijken. En voor de stad kan het natuurlijk nog steeds een doel zijn om te proberen meer studenten aan de stad te binden na het afstuderen, ook als de balans al positief is.
Die moeten dan wel banen en huizen kunnen bemachtigen en ook bekend zijn met de mogelijkheden die de Groningse arbeidsmarkt biedt. Als Groningen op die vlakken tekort schiet dan moeten we ons daarop richten.
Laten we dus het Groningse bedrijvenaanbod bekender maken onder de huidige studenten en contact met ze houden na afstuderen. Laten we investeren in goede en betaalbare huisvesting voor starters op de arbeidsmarkt. En, laten we inderdaad benadrukken hoe aantrekkelijk Groningen is voor de afgestudeerden van morgen.
Maar laten we stoppen om steeds te zeggen dat het zo zonde is dat alle studenten vertrekken na het afstuderen. Dat klopt niet en helpt niet.
Sierdjan Koster is adjunct hoogleraar Economische Geografie en Arbeidsmarktdynamiek Viktor Venhorst is universitair hoofddocent Onderwijs en Regionale Arbeidsmarkten Beiden zijn werkzaam aan de faculteit ruimtelijke wetenschappen van de RUG