Tineke Reitsma (l) en Tialda Haartsen onderzoeken in welke levensfase jonge mensen plattelandsgebieden verlaten. Foto: Geert Job Sevink
De gemeente Groningen lanceerde onlangs al een marketingcampagne en nu wijdt Tineke Reitsma er haar promotieonderzoek aan. Hoe kunnen de noordelijke provincies mensen die ooit voor werk of studie naar elders zijn vertrokken verleiden om terug te keren?
Ieder jaar verkassen duizenden jonge mensen vanuit het Noorden voor studie of werk naar de Randstad. Tot voor kort legden de noordelijke overheden zich daar bij neer. De werkloosheid in het Noorden was altijd hoger dan in het Westen, waar veel meer banen zijn te vinden, dus dat verminderde de druk op de ketel. Maar sinds kort is er ineens ook krapte op de noordelijke arbeidsmarkt. Voor de gemeente Groningen aanleiding een campagne te starten om afgestudeerden over te halen naar het Noorden terug te keren.
In lijn daarmee gaat sociaal geograaf Tineke Reitsma (27) er aan de Rijksuniversiteit Groningen haar promotieonderzoek aan wijden. Ze trekt het wel breder en richt zich op alle opleidingsniveaus. Belangrijkste reden is dat veel plattelandsgebieden ‘ontgroenen’. Ze raken veel jongeren kwijt, waardoor bepaalde vacatures moeilijk ingevuld kunnen worden.
Het onderzoek, dat wordt mede gefinancierd door de provincies Drenthe, Friesland, Groningen en Overijssel, is volgens hoogleraar plattelandsgeografie Tialda Haartsen, die haar begeleidt, erg relevant. ,,Veel plattelandsregio’s in Europa kampen met de gevolgen van vergrijzing en willen daar wat aan doen. Ook in Denemarken en Duitsland is het een thema. We moeten zorgen voor voldoende bevolkingsaanwas, zodat er draagvlak blijft voor voorzieningen.’’
‘Mensen in de zorg en het onderwijs blijven vaker hier’
Hoeveel jonge mensen jaarlijks uit plattelandsgebieden naar andere delen van het land verhuizen is onbekend. Dat is een van de eerste zaken die Reitsma voor haar promotie gaat onderzoeken. Wie gaat er weg en in welke levensfase? Haartsen: ,,Groningen trekt veel jongeren aan, vooral studenten uit de regio. Na hun studie vertrekt een deel van hen naar het Westen. Een ander deel verspreidt zich over andere gemeenten in Noord-Nederland. Zo’n 10 à 20 procent blijft in de stad Groningen.’’
Het is volgens Reitsma ook afhankelijk van het soort studie dat ze hebben gevolgd. Mensen die zijn opgeleid in de zorg en het onderwijs blijven relatief vaker in het Noorden dan dat ze weggaan. ,,De groep die een carrière nastreeft bij multinationals en consultancybedrijven in de Randstad is niet zo heel groot. Het zijn met name de afgestudeerden van de faculteit Economie en Bedrijfskunde die dat nastreven.’’
In het algemeen geldt dat hoe hoger iemand is opgeleid hoe verder hij weggaat. Daar ging ook de masterscriptie van Reitsma over. ,,Mensen die zijn afgestudeerd op mbo-niveau blijven gemiddeld het dichtst bij waar ze zijn opgegroeid. Hbo’ers zijn een stuk mobieler. Universitair opgeleiden vliegen overal naartoe. Van hen blijft maar een klein percentage hier. Maar mijn onderzoek richt zich op iedereen die is weggegaan uit plattelandsgemeenten, ongeacht opleidingsniveau.’’
‘Zo blijven ze op de hoogte van wat er in hun streek gebeurt’
Volgens Haartsen willen veel jongeren die naar elders zijn vertrokken best terugkeren naar hun geboortestreek, maar komt het er meestal niet van. Daarom zou je ze moeten helpen. Ze verwijst naar een Deense club die contact zoeken met jonge mensen die zich uitschrijven bij hun gemeente. ,,Ze houden reünies en hebben contact met elkaar via Instagram en Facebook. Zo blijven ze op de hoogte van wat er in hun streek gebeurt en komen ze te weten of er een mooi huis of leuke baan vrijkomt.’’
Waar mensen belanden is vaak onderhevig aan toeval. Het hangt niet alleen van je opleiding af, maar ook van je eventuele partner, diens werk of geboortestreek, waar je vrienden of studiegenoten heen zijn gegaan en nog veel meer. Haartsen: ,,Als ze toevallig in Groningen een baan krijgen aangeboden, blijven ze meestal hier.’’
‘Toeval speelt een grote rol’
Reitsma richt zich alleen op jonge mensen die zijn opgegroeid in de regio, dus hier al wortels hebben en een band met het gebied. ,,Die kennen het en hebben er een gevoel bij. Uit bestaande literatuur blijkt dat mensen graag verhuizen naar de plekken waar ze zijn opgegroeid. Vaak meteen nadat ze zijn afgestudeerd, als ze kinderen krijgen, hun ouders hulpbehoevend worden of vlak voor hun pensioen. Dat zijn de gebeurtenissen waarop veel mensen heroverwegen waar ze willen wonen.’’
Op basis van de uitkomsten kan volgens haar worden vastgesteld wanneer je mensen moet verleiden terug te keren. ,,Toeval speelt een grote rol, maar als je de betrokkenheid van jongeren bij hun geboortestreek tijdig stimuleert, kun je dat toeval misschien een beetje sturen.’’