Gearresteerde NSB'ers lopen over de Verlengde Hereweg. Foto: W. van Linge, Groninger Archieven
Het is vanaf 1 januari mogelijk thuis op de bank onderzoek te doen naar ‘foute’ Nederlanders die ervan werden verdacht tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter samen te werken. Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, het grootste oorlogsarchief van Nederland, wordt openbaar.
Na de oorlog werden ongeveer 425.000 Nederlanders, waaronder 18.000 Groningers, verdacht van collaboratie. De dertig miljoen pagina’s aan processtukken, die gezamenlijk drie kilometer beslaan, liggen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) bij het Nationaal Archief in Den Haag. De eerste acht miljoen zijn vanaf begin januari beschikbaar.
Historisch onderzoeker Koos Gräper (83) uit Borgercompagnie komt er vaak. Zo deed hij in het CABR onder meer onderzoek naar de bewoners van het huis aan de Langeleegte 13 in Veendam dat van een Joodse vrouw was. „Ik fietste er langs en zag dat in de gevel een Davidster was gemetseld. Ik werd nieuwsgierig.”
Staan ook de namen van nog levende verdachten online?
Hij deed onderzoek in het gemeentelijk archief en in het Nationaal Archief in Den Haag. Hij ontdekte dat het huis ooit van de Joodse weduwe Aaltje Broekema – Cohen was die de woning verhuurde. Aaltje en haar zoon Benjamin en zijn gezin werden in Sobibor vergast. Jozef, een andere zoon overleefde de oorlog, omdat hij uit een werkkamp wist te ontsnappen en vervolgens onderdook. „Ik kwam uiteindelijk bij een nazaat in Londen terecht. Ze wist helemaal van niks.”
Het huis van Aaltje Broekema – Cohen die in Sobibor werd vermoord. Foto: Koos Gräper
Het huis van Aaltje werd gekocht door een NSB’er. Gräper vond in het CABR zijn naam. „Het valt nog niet mee daar dossiers in te zien. Je moet eerst toestemming krijgen. Dan is het noodzakelijk een plek in het archief te bespreken. Er is welgeteld één lange tafel beschikbaar die ik de ‘geheime tafel’ noem. Fotograferen is niet toegestaan. De camera op je laptop wordt afgeplakt. Denk maar niet dat je het stiekem kan doen, want er is toezicht. Scannen of kopiëren is niet mogelijk. Je mag alleen schrijven, dus dit is een ontzettend tijdrovende klus.”
De openbaarmaking van het archief maakt zijn werk dus een stuk makkelijker. „Maar ik zal nog vaak genoeg in Den Haag te vinden te zijn, mede omdat er nog genoeg andere stukken liggen die ook de moeite van het bestuderen waard zijn.”
Wat gebeurde er in de oorlog met Joods vastgoed?
De openbaarmaking vergemakkelijkt het onderzoek naar de omgang met Joods vastgoed in Groninger gemeenten in en na de Tweede Wereldoorlog, waar Gräper aan meewerkte. Richard Paping, universitair hoofddocent economische en sociale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), werd door gemeenten gevraagd dit onderzoek te leiden.
We zoeken voor alle onroerende goederen van Joden uit wat ermee is gebeurd en wie het heeft gekocht”, legt Paping uit. „In 2022 deden we dat in Oldambt, Westerkwartier, Het Hogeland, Veendam en Midden-Groningen. Wij zijn nu bezig voor Westerwolde, Eemsdelta en Pekela. Het CABR kan ons helpen erachter te komen wie deze oorlogskopers waren en ook hoe fout ze in de oorlog nu echt zijn geweest.”
Richard Paping, universitair hoofddocent economische en sociale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, doet onderzoek naar de omgang met Joods vastgoed in Groninger gemeenten in en na de Tweede Wereldoorlog. Foto: Huisman Media
Want niet iedereen die na de oorlog wegens verdenking van collaboratie met de Duitsers werd aangehouden was ook daadwerkelijk ‘fout’. Dit blijkt onder meer uit het boek Foute Groningers van Mieke Meiboom dat in 2019 verscheen. Zo zat een man drie jaar onschuldig in de gevangenis, omdat hij geld naar de NSB had overgemaakt. Uiteindelijk bleek het om de Nederlandse Schaakbond te gaan.
Drie jaar in de bak voor donatie aan Nederlandse Schaakbond
Meiboom vertelde destijds in een interview met Dagblad van het Noorden dat er na de bevrijding te weinig ruimte was om alle verdachten op te sluiten. ‘Het gevolg was dat elke ruimte die groter was dan een bezemkast hiervoor werd gebruikt. Er was zelfs een speciale interneringsboot voor ‘foute’ baby’s op het Winschoterdiep, omdat hun ouders gevangen zaten.
De omstandigheden in de interneringskampen waren vaak beroerd. Er waren ratten-, vlooien-, luizen- en muizenplagen. Er was lang niet altijd voldoende eten, stromend water en andere voorzieningen. Het was vlak na de oorlog en er was helemaal niks. Bovendien gebeurde het nogal eens dat ze werden bewaakt door oud-verzetsstrijders die hun bloed wel konden drinken. Mishandelingen kwamen voor.
De commandanten van die kampen waren vaak incompetent. Die waren helemaal niet voor dat werk opgeleid. Er dreigden epidemieën van cholera en tyfus. Artsen waarschuwden meerdere keren nadrukkelijk voor de gevaren voor de volksgezondheid, ook voor de nog door honger verzwakte Nederlanders buiten de kampen.’
Twee NSB'ers worden aangehouden in de Parklaan in Groningen. Foto: Groninger Archieven
Alle bewaarde processtukken zijn opgenomen in het CABR. Deze zijn vanwege de privacy van de betrokkenen tot op heden beperkt openbaar. Hier komt op 1 januari een einde aan. De afgelopen jaren is onderzocht of de beperkende voorwaarden moeten worden verlengd. Dit zou niet langer nodig zijn.
‘Veel gegevens zijn al openbaar’
Alle stukken, ook die waarin de namen van verdachten staan, worden gedigitaliseerd en de eerste acht miljoen pagina’s zijn vanaf januari online in te zien. Hierna volgen gefaseerd de overige stukken. Dit is onderdeel van het project Oorlog voor de Rechter dat tot en met 2027 loopt en als doel heeft het CABR voor het publiek digitaal beschikbaar en doorzoekbaar te maken.
Dit vergemakkelijkt ook de zoektocht voor nabestaanden van oorlogsslachtoffers die meer willen weten wat hun familie in de oorlog is overkomen. Zij kunnen bijvoorbeeld zoeken op naam en adres. Dossiers van verdachten die nog in leven zijn, komen niet online beschikbaar.
Paping benadrukt dat veel gegevens al openbaar zijn. „In bijvoorbeeld Nieuwsblad van het Noorden zijn van 1946 tot 1949 veel verslagen terug te vinden van de tribunalen die recht moesten spreken. Verdachten werden met naam, toenaam en woonplaats genoemd. Er is dus al veel te vinden. Dat neemt niet weg dat ik me heel goed kan voorstellen dat de openbaarmaking van het CABR ook vandaag de dag nog voor onrust bij familieleden van verdachten kan zorgen.”
Project Oorlog voor de Rechter
In de Groninger Archieven vindt op dinsdag 5 november een informatiebijeenkomst plaats over het project Oorlog voor de Rechter. Dit is een samenwerkingsverband van Nationaal Archief, het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust-, Genocidestudies, het Huygens Instituut en WO2Net. Tijdens deze bijeenkomsten is er onder meer aandacht voor het besef dat de openbaarmaking confronterend is voor nabestaanden van verdachten, maar ook voor familie van slachtoffers en verzetsstrijders. Historisch onderzoeker Koos Gräper is een van de sprekers. Aanmelding is mogelijk via de website van Groninger Archieven.