Mieke Meiboom in de oude rechtbank in Groningen. Foto: Jan Willem van Vliet
De bevrijding van de stad en de provincie Groningen startte vandaag precies 74 jaar geleden. Een tijd van vlaggen, uitbundige vreugde, sigaretten, wittebrood en chocolade. Maar de bevrijding is nog maar amper een feit of achttienduizend ‘foute’ Groningers worden aangehouden. Maar wat is fout? Mieke Meiboom (65) schreef het boek Foute Groningers? dat binnenkort in de winkel ligt.
,,Achttienduizend foute Groningers.’’ Auteur Mieke Meiboom benadrukt het woord ‘fout’. ,,De aanhoudingen begonnen soms al terwijl de gevechten nog aan de gang waren. Ze werden gewoon uit hun huizen gehaald en ten overstaan van hun gezinnen en de buurt afgevoerd. ‘Nou en?’ zou je zeggen. Ze waren toch fout? Maar binnen enkele weken waren de eersten al weer op vrije voeten, omdat al heel snel duidelijk was dat ze helemaal niet fout waren. Uiteindelijk is de helft van deze arrestanten of naar andere provincies gestuurd of na internering op vrije voeten gesteld. Overigens: zonder berecht te zijn. Er was voor een aanhouding weinig nodig. Een anonieme aangifte was genoeg. Dus als je je vervelende buurman, je concurrent of je ex-verloofde een hak wilde zetten, dan gaf je ze gewoon aan. De meeste aangiften gebeurden uit domheid, hebberigheid, valsheid en ja, soms ook verliefdheid. Een voorbeeld, een man zat drie jaar onschuldig vast, omdat hij ervan werd verdacht dat hij geld naar de NSB had overgemaakt. Uiteindelijk bleek het om de Nederlandse Schaakbond te gaan.’’
Meiboom schreef het boek Foute Groningers? (uitgeverij Passage) dat vanaf achttien april in de boekenwinkel ligt. ,,Het is eigenlijk de publieksvriendelijke versie van mijn promotie over Bijzondere Rechtspleging die vlak na de oorlog in het leven werden geroepen om de zaken te behandelen van Nederlanders die met de vijand hadden samengewerkt, zoals NSB’ers en landwachters. Nederland telde 22 van deze kamers, waarvan er een in Groningen.
Landelijk werden er meer dan 120.000 mensen gearresteerd. Meiboom: ,,In Groningen werden er relatief veel aangehouden. In Drenthe en Friesland ging het om 10.000 aanhoudingen. Maar onder de achttienduizend in Groningen zaten ook zesduizend zogeheten Lüneburgers, NSB’ers die na Dolle Dinsdag naar Duitsland waren gevlucht. Ze werden in Duitsland opgevangen in kampen op de Lüneburgerheide. Maar Duitsland had die ruimte op den duur zelf nodig voor de eigen vluchtelingen die uit het oosten voor de Russen vluchtten. Een deel van die Lüneburgers werd bij Groningen de grens overgezet.’’
De interneringskampen puilden uit. ,,Er was natuurlijk onvoldoende ruimte om al die mensen vast te zetten. Het gevolg was dat elke ruimte die groter was dan een bezemkast hiervoor werd gebruikt. Er was zelfs een speciale interneringsboot voor ‘foute’ baby’s op het Winschoterdiep omdat hun ouders gevangen zaten. De omstandigheden in de interneringskampen waren vaak beroerd. Er waren ratten, vlooien, luizen en muizenplagen. Er was lang niet altijd voldoende eten, stromend water en andere voorzieningen. Het was ook vlak na de oorlog en er was helemaal niks. Bovendien gebeurde het nogal eens dat ze werden bewaakt door oud-verzetsstrijders die hun bloed wel konden drinken. Mishandelingen kwamen voor. De commandanten van die kampen waren vaak incompetent. Die waren helemaal niet voor dat werk opgeleid. Er dreigden epidemieën van cholera en tyfus. Artsen waarschuwden meerdere keren nadrukkelijk voor de gevaren voor de volksgezondheid, ook voor de nog door honger verzwakte Nederlanders buiten de kampen.’’
De vraag die ze steeds weer stelt is: wat is precies fout? Er was bijvoorbeeld een Groningse jongen die zich puur uit zucht naar avontuur bij de SS aanmeldde. Na twee weken in het trainingskamp in Duitsland dacht hij zoiets als ‘waar ben ik in vredesnaam in beland?’ en hij deserteerde. Daar stonden, zeker in oorlogstijd, zware straffen op. Uiteindelijk belandde hij in concentratiekamp Buchenwald. Na de bevrijding werd hij onmiddellijk gearresteerd. Maar was hij nu echt fout?’’
Een veel duidelijker voorbeeld vindt ze het verhaal van Geesje Bleeker. ,,Als je het nu over iemand hebt, die echt fout zat, dan was zij het wel. Ze zat in het verzet, maar kreeg een relatie met een SD’er (Sicherheitsdienst, de Duitse inlichtingendienst). Niet lang daarna begonnen de Duitsers met de aanhouding van verzetsstrijders. Dat liep toch in de gaten en het verzet ontvoerde haar en hield haar op een boerderij in Roden gevangen. Daar werd door een soort raad over haar lot beslist. De meesten dachten dat ze schuldig maar toch werd ze uiteindelijk niet geëxecuteerd en vrijgelaten. Tja.’’
Meiboom schudt haar hoofd. ,,Die boerderij was ook een soort ontmoetingsplek en opslagruimte voor het verzet. Ze had goed opgelet en namen en gezichten onthouden. Een groot deel werd na haar vrijlating gearresteerd en daarna vermoord. Zij is verantwoordelijk voor de dood van meer dan honderd verzetsstrijders in Groningen en Drenthe. Ze werd na de bevrijding ter dood veroordeeld, maar uiteindelijk kreeg ze een gevangenisstraf opgelegd.’’
De kamer voor Bijzondere Rechtspleging in Groningen legde in 32 gevallen de doodstraf op, waarvan er ook zeven werden uitgevoerd. Meiboom: ,,Daarnaast werden 14 maal levenslang en vele gevangenisstraffen opgelegd. De kamer heeft echt haar best gedaan zaken zo goed mogelijk te behandelen. Dat viel niet altijd mee, want ze werkten onder belabberde omstandigheden. Zo waren er geen typemachines, geen papier, geen pennen. Er was helemaal niks. Toch raffelden ze hun werk niet af. Dat gold trouwens ook voor de Tribunaalkamers in Groningen, die de Bijzondere Rechtspleging moest ontlasten en met leken rechtsprak over collaboratie. De opdracht vanuit Den Haag luidde: snel, streng en rechtvaardig. De regering wilde zo snel mogelijk de mensen uit de interneringskampen te krijgen. Niet alleen zodat ze weer aan het werk konden maar ook omdat de Bijzondere Rechtspleging te veel geld kostte. Zo zaagde Den Haag de poten onder hun stoel weg.’’