Zwermhaler Lute van de Bult haalt in Beilen een tros bijen uit een boom. Foto: DVHN
Het zijn drukke dagen voor hobby-imker Lute van de Bult (79) uit Beilen. Als er ergens een zwerm bijen weggehaald moet worden, is hij de man. „Ik verwacht nog heel wat telefoontjes.”
Van de Bult kijkt omhoog. Daar, in de boom, zit een tros bijen. „Ze zitten vrij hoog. Dat wordt een heel spektakel”, peinst hij hardop. Het zullen er een stuk of dertig-, veertigduizend zijn, schat hij. „In de boekjes staat altijd dat ze netjes op ooghoogte zitten, dan kun je ze er zo uit scheppen.” Maar daar hebben bijen in de praktijk geregeld geen boodschap aan.
Hij pakt een lange stok met aan het uiteinde een zak. Daarin probeert hij de kluwen bijen zoveel mogelijk in te schudden, legt hij nieuwsgierige omstanders uit. „Ik denk niet dat ze agressief zijn, maar ik zet voor de zekerheid een kap op.”
Als Van de Bult de zak bijen weer naar de grond heeft getild, schudt hij de zak leeg in een korf. Dan spuit hij er water op - „om ze af te koelen’’ – en zet hij de korf achterin zijn bus. Op naar huis. Daar kiepert hij straks het nieuwe bijenvolk in een van zijn lege kasten in de tuin. „En dan maar hopen dat ik ook de koningin heb.”
Zwermperiode
Vanaf eind april, begin mei, gaan bijen bij mooi weer zwermen. De bijenkoningin gaat dan met een flink deel van haar bijenvolk op zoek naar een nieuwe woning. Bijenzwermen kunnen op de meest onmogelijke plaatsen gaan zitten, weet Van de Bult. „Afgelopen week had ik er nog een op een viaduct over de A28. Die tros was aan beide kanten van het hek gaan zitten.”
Mensen kunnen nog wel eens schrikken van zo’n zwarte wolk bijen, maar doorgaans doen de beestjes niks. Imkers komen ze graag ophalen. Bijenvolken hebben een grotere kans op overleving in een imkerkast dan in het wild. „Dan moeten de omstandigheden wel heel goed zijn.”
Generatieslang bijen
Van de Bult weet waar hij over praat. Hij groeide op met bijen. Zijn grootvader hield eind 1800 al bijenvolken voor de honing bij huis. „Hij is op dezelfde plek begonnen als ik nu”, vertelt Van de Bult tussen zijn bijen. Zelf heeft hij een stuk of vijf tot tien kasten in zijn tuin staan. „Mijn grootvader had nog korven, die vlochten ze zelf van stro. Hij ging met paard en wagen naar het Brunstingerveld, dat weet ik nog. Daar zette hij de korven neer, voor de honingoogst.”
Lute van de Bult tussen zijn bijenvolken. Foto: DVHN
Vroeger hielp hij zijn vader ook geregeld mee. Dan brachten ze de bijen naar het Terhorsterzand of het Brunstingerveld om daar honing te verzamelen. „Ik ging met mijn vader mee op de bakfiets, met vier kasten. Nog voordat de zon opkwam, moest je op de hei wezen. En ophalen kon pas ’s avonds, als alle bijen weer binnen waren.”
Wie een leven lang met bijen samenleeft, wordt uiteraard ook zo nu en dan gestoken, beaamt Van de Bult. Zijn mondhoeken krullen op. „Ik heb meer bijengif dan rode bloedlichaampjes in mijn lijf. Goed voor de reumatiek, zei mijn grootvader altijd.”
‘Heerlijk, dat gezoem’
Inmiddels is Van de Bult ruim veertig jaar lid van imkersvereniging Eendracht in zijn woonplaats en helpt hij imkers in spe op weg. „Je wordt bij de natuur betrokken”, vertelt hij over zijn bijenliefde. „En je gaat je opwinden over natuurmaatregelen. Ik heb al gigantische discussies gehad over het bermbeheer van de gemeente”, grinnikt hij.
Hij wijst op een lindeboom in de tuin. „Op een zomeravond zoemt het van de bijen in zo’n boom. Maar op een gegeven moment wilden ze die bomen gaan knotten. Nou, dan komt er nooit meer een bloemetje aan. Dat is hetzelfde alsof je de Jumbo of de Albert Heijn weghaalt.”
Hij is even stil. Het gezoem van de bijen treedt naar de voorgrond. „Als ik gestrest ben, dan pak ik een stoel en ga ik bij de bijen zitten”, vertelt hij. „Gewoon, kijken wat de bijen doen. Bijen zijn altijd druk. Het is zo fantastisch mooi. Heerlijk, dat gezoem.”