Baukien woont in een hoekwoning waarvan de tuin volhangt met nestkastjes, bijenhotels, voederbakjes en zelfs vleermuiskasten. Foto: Huisman Media.
In de tuin van Baukien Eefting (49) uit Stadskanaal is het nooit stil. Vogels, egels en insecten vinden er volop plek. Sinds kort mag ze zich ook bijenhotelhouder noemen: ze adopteerde een bijenhotel in haar buurt. „Trapje mee en kijken wat er vliegt, luisteren naar wat er zoemt.’’
Baukien woont in een hoekwoning waarvan de tuin volhangt met nestkastjes, bijenhotels, voederbakjes en zelfs vleermuiskasten. „Er hangen er wel twintig’’, zegt ze. „Kijk, daar zitten de pimpelmezen alweer. Bij mij in de tuin hebben de diertjes geen woningnood.’’
Tien locaties door grote belangstelling
Sinds kort is ze dus ook ‘officieel’ bijenhotelhouder. Ze adopteerde een Streetlight Bee&Bees‑hotel van de landelijke organisatie BeeGrateful. Die werkt in Stadskanaal samen met de gemeente om de biodiversiteit in kaart te brengen en de wilde bij te helpen. Haar hotel wordt binnenkort geplaatst.
De bijenhotels hangen hoog in lantaarnpalen en worden twee keer per jaar gemonitord door vrijwilligers zoals Baukien. Tijdens een opleidingsavond leerden zij bijensoorten herkennen en werken met de monitoringsapp. Ze kijken welke insecten er gebruik van maken en welke planten in de omgeving groeien.
Een bijenhotel aan een lantaarnpaal. Foto: BeeGrateful.
„Dit project is extra bijzonder’’, zegt Zoe van Helvoirt van BeeGrateful. „Door de vele aanmeldingen, meer dan veertig, konden we het project verdubbelen. We dachten aan vijf locaties, misschien zes. Het werden er tien. Twintig mensen staan nog op de wachtlijst.’’
Vanaf komend weekend starten de metingen. „Dat hadden we niet zien aankomen’’, zegt Zoe. „Het toont hoe groot de betrokkenheid hier is. Stadskanaal sprong er meteen uit.’’
Baukien heeft thuis al de nodige bijen- en insectenhotels. Foto: Huisman Media.
Hotels in Veendam en Meppel
BeeGrateful is ook actief in Veendam. In recreatiegebied Borgerspark hangen verschillende bijenhotels. In Meppel wordt al bijna drie jaar gemonitord en in de gemeente Oldambt begint de buitendienst in juli met meten.
Volgens Zoe is die inzet hard nodig. Het gaat slecht met bestuivende insecten. Wilde bijen, vlinders en zweefvliegen hebben te maken met verlies van leefgebied, stikstof, intensieve landbouw en pesticiden. Nieuw onderzoek van EIS Kenniscentrum Insecten laat zien dat het aantal zweefvliegen in dertig jaar met 50 tot 90 procent is afgenomen. EIS is het nationale kennisinstituut dat onderzoek doet naar insectenpopulaties.
‘Je kunt al met een paar vierkante meter iets betekenen’
Baukien probeert op haar eigen manier verschil te maken. In een hoek van haar voortuin ligt een bultje snoeiafval, takken en twijgen. „Een paradijs voor egels en insecten. Het hoeft allemaal niet zo moeilijk. Al met een paar vierkante meter kun je verschil maken.’’
Die liefde voor de natuur zit in de familie: een van haar opa’s werkte in de Hortus in Haren. „Ik leerde al jong dat je zuinig moet zijn op wat groeit en bloeit.’’
Ze geeft dat graag door. Baukien is actief bij de Bevers van Scouting Stadskanaal. Ook daar plaatste ze een insectenhotel en vroeg ouders vogelhuisjes te timmeren. „Kinderen zijn zo nieuwsgierig. Als je ze laat zien hoe nuttig een bij is, hoe een vogel nestelt, dan gaan hun ogen open. Dat is misschien nog wel het mooiste. Ach, ik kan er uren over vertellen.”
Hoe het project werkt
Voor de gemeente Stadskanaal is het project een manier om beter te begrijpen welke bestuivers er voorkomen en wat ze aan leefruimte nodig hebben.
„Veel tuinen zijn bestraat of liggen vol met grind’’, zegt Zoe. „Door een paar vierkante meter te vergroenen met inheemse planten, kan er al veel veranderen. Dat helpt de wilde bij en de zweefvlieg direct.’’
Bewustwording is volgens haar misschien wel het belangrijkste onderdeel. „Twee van de drie mensen weten niet het verschil tussen een honingbij en een wilde bij. Terwijl juist die wilde bijen het zwaar hebben. Ze vliegen vaak maar korte stukjes en hebben dus nestplekken nodig dicht bij voedsel.’’
Per locatie worden bijenhotels geplaatst die passen bij de omgeving. In april en juli meten vrijwilligers welke soorten zich erin nestelen en hoe ‘bestuivervriendelijk’ de omgeving is. De gegevens worden verwerkt in een rapport voor de gemeente. Zoe: „Zo leren we wat werkt en wat niet. Dat verschilt per wijk. Gemeenten kunnen daardoor gericht vergroenen.’’
Het kan heel simpel zijn
Van de 358 bijensoorten in Nederland is de helft bedreigd; 34 soorten zijn al verdwenen. „Ze zijn essentieel’’, zegt Zoe. „Tachtig procent van onze eetbare gewassen en bijna negentig procent van de wilde planten is afhankelijk van bestuiving.’’
Baukien pakt een bijengidsje met de 20 bijensoorten die je tegen kunt komen. Foto: Huisman Media.
Baukien ziet het dagelijks in haar eigen straat. „Het kan zo simpel zijn. Een kastje in een lantaarnpaal, je tuin wat laten verrommelen en aantrekkelijker maken. Het maakt verschil. Ook als je weinig van bijen weet, kun je toch gemakkelijk mee doen. We worden goed voorbereid.’’ Ze pakt een bijengidsje met de 20 bijensoorten die je tegen kunt komen. En terwijl een vroege blauwe metselbij voorbijvliegt, zegt ze het nog maar eens: „Het moet meer zoemen in Stadskanaal. En dat begint gewoon in je eigen tuin.’’
Landelijke initiatieven
Er lopen meer initiatieven. Zo is er de Nationale Bijentelling, dit jaar van 16 tot en met 20 april, waarbij mensen in heel Nederland één uur lang in hun eigen tuin of balkon bijen en hommels tellen. Dit om onderzoekers te helpen onderzoeken hoe het met de bijenpopulaties gaat en waar extra bescherming nodig is.
Op 22 april is het Nationale Zaaidag, een initiatief van de Bijenstichting en Stichting Bijenvrienden, waarbij je in heel Groningen op diverse adressen gratis inheems, gifvrij bloemzaad kunt ophalen bij de zogeheten Voedselbanken voor Bijen. Die zijn te vinden op bijenstichting.nl.
Maak je eigen bijenparadijs
Tips hoe je eenvoudig een bijenparadijs kunt maken: zorg voor nestgelegenheid, een rommelhoekje met wat plantafval in een verder niet al te strak onderhouden tuin. Zorg voor voedsel; voor- en najaar bloeiers op vliegafstand. De meeste bijen vliegen namelijk maar een paar honderd meter. Planten als goudsbloem, koriander of komkommerkruid. En zorg dat bijen ook beschutting kunnen vinden in weer dat rommelhoekje, bossen en struiken.