3,5 miljoen Nederlanders hebben last van het ’falende inkoopbeleid van zorgverzekeraars’, zeggen de Consumentenbond en apothekersvereniging LEF. Foto: Getty Images/Maskot
Steeds meer fabrikanten stoppen met de productie van goedkope medicijnen voor Nederland. Het aantal cruciale middelen met maar één of enkele fabrikanten neemt toe. „Dit maakt dat we problemen in de geneesmiddelenketen steeds moeilijker kunnen oplossen. Het vergroot de kans op tekorten”, zegt Jean Hermans van brancheorganisatie Bogin. Consumentenbond en apothekerclub LEF slaan alarm.
Op de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) staat in april een oproep voor medicijnfabrikanten: ’Wie kan er lithium carbonaat maken?’. „Lithium is een belangrijk middel voor mensen die zwaar depressief zijn en last hebben van psychoses”, vertelt Hans Waals, directeur van medicijnproducent Tiofarma.
„Vroeger waren er meerdere fabrikanten die dit middel maakten voor Nederland, maar de prijs is laag. Er is nu nog maar één fabrikant over en die heeft een productieprobleem.”
Generieke geneesmiddelen
Tiofarma geeft geen gehoor aan deze oproep, laat Waals weten. „Deze hele oproep is een farce als er niet ook wat aan de prijs kan gebeuren. Helaas gaat het CBG daar niet over”, zegt hij. Waals legt uit dat er voor zijn bedrijf niets mee te winnen valt. „We zouden erop toe moeten leggen.”
Van alle geneesmiddelen die in Nederland op de markt zijn, is 85 procent generiek. Dat wil zeggen dat daarvan het patent is verlopen. Het overige deel zijn de innovatieve, duurdere geneesmiddelen waar nog wel patent op rust.
Lage prijzen medicijnen
„Een generiek geneesmiddel kost gemiddeld 1,50 euro per maand. Als jij cholesterolverlagers hebt, kost dat 49 cent per maand. Als jij borstkanker hebt, kost dat circa 2,35 euro. Als je op de IC ligt en je moet in slaap worden gehouden met een slaapmiddel, kost dat ongeveer 1,75”, schetst Hermans. „Het gaat dus om heel belangrijke medicijnen voor een heel lage prijs.”
Die prijs wordt bepaald door meerdere factoren. Allereerst is er sinds 1996 de Wet op de Geneesmiddelenprijzen (WGP), waarbij de maximumprijs voor een middel in ons land aangepast wordt aan het prijsniveau van dat middel in vier referentielanden. Daarnaast is er het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS), waarbij per groep medicijnen een maximumvergoeding is afgesproken, en die kan dus lager liggen dan de maximumprijs van de WGP.
’Rampzalige markt’
En dan is er nog het preferentiebeleid van zorgverzekeraars dat de prijs vaak nog verder omlaag drukt. Zij wijzen per geneesmiddel één leverancier aan – doorgaans de goedkoopste – die het middel mag leveren voor hun verzekerden.
„Voor de fabrikant die niet als preferent wordt aangewezen, betekent dit dat het geen zin heeft om dit middel te maken, terwijl ze wel kosten maken om hun registratie voor dat medicijn te houden. Wij zien nu dat steeds meer fabrikanten middelen van de markt halen, omdat het bedrijfseconomisch niet haalbaar is”, legt Hermans uit. „Het is een rampzalige markt”, vindt ook Waals.
Hartmedicijn metoprolol
De twintig meest gebruikte medicijnen hebben in veel gevallen maar twee of drie producenten, soms zelfs maar één, blijkt uit data van de Zorgcijfersdatabank. „Wij vinden dit heel beangstigend”, zegt Erik Mijnhardt, voorzitter van apothekersvereniging LEF. „Het cruciale hartmedicijn metoprolol dat door ruim één miljoen Nederlanders wordt gebruikt, wordt alleen door Sandoz geproduceerd voor Nederland. Wat gebeurt er als Sandoz niet kan leveren?”
LEF slaat samen met de Consumentenbond alarm. „We hebben al vijftien jaar te maken met medicijntekorten in ons land, maar er wordt helemaal niets opgelost, terwijl de gevolgen voor patiënten en zorgverleners groot zijn”, zegt Mijnhardt. De partijen doen een beroep op zorgverzekeraars, het ministerie van VWS en de Nederlandse Zorgautoriteit om met oplossingen te komen.
Gezondheidsklachten
Bijna een op de drie medicijngebruikers had in 2025 last van de tekorten. Dit zijn 3,5 miljoen Nederlanders, blijkt uit cijfers van apothekersvereniging KNMP. „Sommige mensen krijgen klachten, omdat het alternatieve middel bijwerkingen geeft of minder goed werkt en soms is er niet eens een alternatief voor handen”, zegt Olof King, directeur belangenbehartiging bij de Consumentenbond.
„Consumenten mogen niet langer de dupe worden van het falende inkoopbeleid van zorgverzekeraars”
Daarnaast worden consumenten en zorgverleners geconfronteerd met extra kosten, benadrukken de bond en LEF. „Consumenten moeten soms ineens bijbetalen of het alternatieve middel drukt op het eigen risico”, zegt King. „Consumenten mogen niet langer de dupe worden van het falende inkoopbeleid van zorgverzekeraars.”
De twee partijen pleiten onder meer voor aanpassing van het preferentiebeleid. Maar de vier grote zorgverzekeraars Zilveren Kruis, VGZ, CZ en Menzis, die samen 85 procent van de verzekerden bedienen, laten weten dat ’dit beleid juist onderdeel is van de oplossing’. „Het maakt het mogelijk om bij schaarste snel en zorgvuldig over te schakelen op veilige en vervangende geneesmiddelen”, schrijven de vier verzekeraars.
„Dan moeten die alternatieven er wel zijn, en daar zit nu juist de zorg”, zegt Mijnhardt.
Lagere zorgpremie
Zorgverzekeraars wijzen erop dat het preferentiebeleid veel oplevert. „Zonder dit beleid betaalt iedere Nederlander al snel enkele tientjes per jaar meer premie”, zegt Cas Ceulen, directeur inkoop bij VGZ. Maar volgens Mijnhardt is dat ’totale onzin’.
Jean Hermans van Bogin onderschrijft dat: „De zorgkosten stijgen dit jaar naar 114 miljard euro. De generieke medicijnen die je zelf haalt bij de apotheek, nemen daarvan 0,45 procent in. Dus als de zorgverzekeraars zeggen: als wij dit niet meer doen, dan exploderen de zorgkosten, dan lijkt me dat ernstig overdreven.”