Het echtpaar kreeg vorig jaar augustus, toen ze allebei honderd jaar werden, een rondrit aangeboden door de politie. Jan werkte tot aan z'n pensionering bij de politie. Marcel Jurian de Jong
Jan (100) en Janny (100) uit Assen zijn tachtig jaar getrouwd. Jan is vergeetachtig en woont vier verdiepingen onder zijn vrouw, op de verpleegafdeling van de Vijverhof. Maar elke dag gaat hij op pad, op zoek naar het appartement van Janny.
„Ik ben vandaag niet zo helder in mijn hoofd. Dat is jammer.” Janny Steen-Winters wrijft over haar buik. „Ik voel het hier. Het werkt door van je hoofd naar je lijf.” Ze is, zoals ze zelf zegt, misschien wel een beetje zenuwachtig voor de grote dag, 7 mei. Hun trouwdag. Donderdag vieren ze deze mijlpaal voor de tachtigste maal. Tachtig jaar getrouwd, een eiken huwelijk. Het komt maar zeer zelden voor.
Janny kijkt er naar uit, maar kan ze het aan, al die drukte? Ze voelt de jaren tellen. In haar hoofd voelt ze zich nog een jonge vrouw, maar de kwaaltjes komen steeds vaker en zijn hardnekkiger. Haar ogen zijn de afgelopen maanden achteruit gehold. Lezen gaat niet meer, de krant en de tv-gids laat ze onberoerd.
'Blij dat ik er weer ben’
Scherp van geest is ze wel. Janny is een gezellige kletser, geestig, opgewekt. Gedetailleerd kan ze nog anekdotes opdiepen uit haar mammoetgeheugen. Op televisie volgt ze steevast talkshows en debatten. Ze wil op de hoogte blijven van de wereld die om haar appartement op de hoogste etage van de Vijverhof tolt. Fysiek is ze dik in orde. Het is dat ze in de Vijverhof moet lopen met de rollator („als je valt, gaat het goed mis”), anders had ze best zonder gekund.
Tegenover haar op de bank zit Jan. Jan is stiller dan zij, een man van weinig woorden. Maar hij geniet. Jan is vergeetachtig en woont vier verdiepingen onder haar. Elke ochtend zoekt hij, soms met haar kamernummer op een papiertje, het appartement van Janny. Thuis is bij zijn vrouw op de bank. „Ik ben blij dat ik er weer ben”, zegt hij als hij haar kamer gevonden heeft.
Daar, bij Janny, leest hij de krant, eet hij en drinkt hij zijn pilsje. ’s Avonds tegen half tien haalt de verpleging hem op. Janny monstert hem en schiet in de lach. „Laatst zei hij nog: ik wil hier wel weer slapen. Maar dat gaat niet meer.”
Stormachtig begin
Jan en Janny rijgen de jubilea aaneen. Het stel wordt vaker in de bloemen gezet dan de gemiddelde wielrenner. Deze krant bezocht het Asser stel vorig jaar augustus ook, omdat ze toen allebei hun honderdste verjaardag vierden. Burgemeester Marco Out is inmiddels kind aan huis, donderdag komt hij voor de derde, vierde keer? Zoiets, zegt Janny. Met honderd jaar op de teller raak je vanzelf de tel kwijt.
Hun relatie begon stormachtig. In de maanden na de Bevrijding van de Duitse bezetter leerden ze elkaar kennen. Dat was op een dansavond in Bellevue in Assen voor uitsluitend Canadese soldaten, politiemensen én vrouwen. Het waren andere tijden. Hun blikken kruisten elkaar die dag voor de tweede keer. Overdag had Janny bij het hertenkamp een politieman op een fiets overdreven vriendelijk zien glimlachen naar haar. Het was Jan geweest.
Allebei waren ze 19 jaar en nog zo groen als wat. In de oorlogsjaren konden ze nauwelijks op stap, op zeldzame bioscoopavondjes na. Dat gemis werd na de bevrijding ingehaald. Jan bracht haar na de dansavond naar huis. Dat deed hij daarna nog twee keer en toen kwam het hoge woord eruit. Hij wilde wel trouwen. Janny slaat lachend haar hand voor haar mond. „Ben je wel goed?, riep ik nog. Maar hij was vlot, meneer had haast.” Op 7 mei 1946 stapten ze in het huwelijksbootje.
Ze betrokken een bescheiden stulp aan de Javastraat, maar woonden daar maar kort samen. Jan kwam in militaire dienst en werd voor drie jaar uitgezonden naar Indië. Pas bij thuiskomst zag hij voor het eerst zijn zoon, toen al tweeënhalf jaar. Ondertussen was Janny verkast naar de Zwartwatersweg, de straat waar ze later ook een huis lieten bouwen. Er kwamen nog twee kinderen bij, een zoon en een dochter. Ze zijn allebei ontzettend trots op hun kinderen. „Dat wil ik wel genoemd hebben, hoor”, zegt Janny.
'Geven en nemen’
Tachtig jaar lang rooiden ze alles samen. Van hoogtepunten met de caravan in Zuid-Europa tot dieptepunten. Ingewikkelde formules of bezweringen hebben ze niet voor een goed huwelijk.
„Wees lief voor elkaar, geef elkaar de ruimte. Onze naturen zitten ver uit elkaar, maar je moet geven en nemen. Jan is vanzelf iets stiller, maar die stilte heb ik omzeild met toneelspelen bij de toneelvereniging van de politie”, zegt Janny. Glunderend: „Ik speelde daar 25 jaar de hoofdrol. Het hele jaar keek ik uit naar de repetities.”
Natuurlijk, zegt ze, zijn er wel eens mindere fases geweest in het huwelijk. „Tegenwoordig gaat iedereen na acht jaar uit elkaar. Wij hebben ook wel eens lastige periodes gehad. Maar uiteindelijk wilden we echt niet uit elkaar. Hij wilde mij niet missen. En ik hem niet. En ook nu, als hij er is, is het veel gezelliger. Ik ben blij als hij elke dag weer binnenkomt.”