Han Kammer, één van de initiatiefnemers van de Stichting Boerengrond Drentsche Aa. Foto: Harry Tielman
Zes agrariërs in de Drentsche Aa hebben de handen ineen geslagen om meer samen te werken in het gebied. De boeren zien mogelijkheden om in gezamenlijkheid nieuwe gronden te verwerven en meer aan natuurbeheer te gaan doen.
Akkerbouwer Han Kammer (38) uit Annen zet koffie in de keuken van zijn boerderij. Het gesprek gaat al snel over aardappelen. Hoewel hij ook uien, bieten en graan op het land heeft staan, vormen aardappelen toch de hoofdmoot. Maar dit jaar ligt bij Kammer, net als bij veel van zijn collega’s, de loods vol met consumptieaardappelen die hij aan de straatstenen niet kwijt kan. Iets met vraag en aanbod in heel Europa.
Hoewel een aantal boeren nu moord en brand schreeuwt en om financiële ondersteuning vraagt, beschouwt Kammer het aardappelenoverschot toch als een bedrijfsrisico voor de ondernemer. Niettemin is het wel een financiële aderlating en dat terwijl de boterham al niet zo heel dik meer is belegd.
'De bak met regels'
Reden te meer voor boeren om steeds meer de samenwerking met elkaar op te zoeken. Want samen sta je sterker dan alleen. Ook als het gaat om alle opgaven die de boeren te verstouwen krijgen in bijvoorbeeld de reductie van stikstof. Of, zoals Kammer het noemt, ‘de bak met regels die bij ons over de schutting wordt gegooid.'
In de Stichting Boerengrond Drentsche Aa heeft een zestal boeren nu de handschoen opgepakt om te kijken of meer kan worden samengewerkt om de vele uitdagingen van het moderne boerenbedrijf het hoofd te bieden. De initiatiefnemers komen uit het gebied tussen Anloo, Anderen, Amen, Ekehaar en Schoonloo.
50.000 euro subsidie
De stichting onderzoekt hoe een werkorganisatie kan worden opgericht voor en door verschillende boeren. Eerst in het Drentsche Aa-gebied en later ook in andere gebieden. De provincie Drenthe juicht het initiatief van harte toe en stelt een subsidie van 50.000 euro beschikbaar.
Inmiddels zijn al informatiesessies belegd voor belangstellende boeren en wordt een landbouwstructuuronderzoek gedaan. Er is een ondersteuningsteam geformeerd voor de stichting, waar onder anderen projectbegeleider Evelien Kamphuis uit Wedde in zit.
Akkerbouwer Han Kammer (rechts) in gesprek met projectbegeleidster Evelien Kamphuis. Foto: Harry Tielman
De focus van de zes agrariërs ligt in eerste instantie vooral op behoud van landbouwgrond. Of zelfs uitbreiding. „Het is nu nogal een grote stap om naar een collega-boer te stappen met de vraag of hij wellicht bepaalde percelen wil verkopen of uitruilen tegen een ander perceel. Dat zijn vaak moeilijke gesprekken. Want grond is emotie. Vanuit een organisatie verloopt zo’n proces wellicht wat soepeler”, hoopt Kammer.
Veel agrarische bedrijven stoppen
De groep kwam elkaar tegen bij een eerder project ‘Proeftuin Natuurinclusieve Landbouw.' Op dat moment verwierf de provincie Drenthe best veel landbouwgrond in de Drentsche Aa.
„Het is nog onduidelijk wat er in de toekomst met die grond gebeurt. Mogelijk wordt een deel natuur, maar de provincie kan het ook verkopen aan een groot agrarisch bedrijf buiten het gebied. Terwijl een boer in de buurt misschien ook belangstelling heeft, maar daar individueel geen mogelijkheden toe ziet."
Financiële ondersteuning
Vanuit een werkorganisatie hebben de boeren meer armslag. De stichting bekijkt de mogelijkheden of een fonds kan worden opgericht voor financiële ondersteuning bij de aankoop. Want de banken staan meestal niet meer te springen om dergelijke forse investeringen te financieren.
Boerengrond Drentsche Aa wil ook onderzoeken of boeren nadrukkelijker een rol kunnen spelen bij natuurbeheer. Nu kan dat vaak alleen door samen te werken met andere organisaties. „Maar dan heb je in de praktijk niks te zeggen”, meent Kammer. Het biedt bedrijfszekerheid voor de boer als de grond in eigendom komt. Percelen kunnen optimaler worden ingedeeld, met deels landbouw, deels natuur. „Zo worden zowel landbouw als natuur versterkt."