In Westerkwartier is een nieuw college van B en W in de maak. Het vertrekkend college bestaat uit vijf wethouders. Daar werd vier jaar geleden bewust voor gekozen. Het eerste college dat direct na de herindeling aantrad, telde vier wethouders. De werkdruk werd door de toenmalige bestuurders als hoog ervaren.
Bovendien waren er politieke redenen om vier jaar geleden te kiezen voor vijf wethouders. Grootste partij VZ Westerkwartier (10 zetels toentertijd) claimde er bij voorbaat twee. ChristenUnie leverde de derde wethouder en GroenLinks/PvdA (het huidige PRO) nummer vier. Om de positie van de lokale partijen binnen het college te verstevigen werd Sterk Westerkwartier er door VZ bij betrokken. Sterk leverde de vijfde wethouder.
Vijf wethouders kosten qua salaris meer geld dan vier. Aanvankelijk werd daarom nog bekeken om de wethouders alle vijf een deel van hun salaris te laten inleveren. Van dat financiële offer werd uiteindelijk afgezien. Afspraak was wel dat het nieuw aan te treden college van B en W meer inzet zou plegen op lobbygebied en het binnenhalen van subsidiegelden uit Den Haag en Brussel.
Of het vertrekkende college in die opzet is geslaagd, is niet goed na te gaan. Weliswaar was de personele bezetting met vijf wethouders sterker. Daartegenover stond dat het college met ziekte te maken kreeg. Zo werd VZ-wethouder Marjan Sijperda ernstig ziek. Zij kwam later te overlijden. Begin juli vorig jaar viel bovendien Sterk-wethouder Harry Stomphorst van de ene op de andere dag uit vanwege een hersentumor. Zijn taken werden overgenomen door zijn vier collega’s met extra werkbelasting tot gevolg.
Nu er na de verkiezingen een nieuw college van B en W moet komen, is ChristenUnie is de enige fractie die aan informateur Marcel Thijsen kenbaar heeft gemaakt dat in haar ogen met vier wethouders kan worden volstaan. Geen van de andere partijen maakte zich hiervoor sterk. Daarmee lijkt deze optie van de baan en mag de VVD de vijfde wethouder leveren.
Bezuinigingsdrift
Laat de VVD nu de partij zijn die de afgelopen jaren verreweg het meest indringend aandrong op het voeren van een zuinig financieel beleid. ‘Als gemeente moeten we scherper aan de wind zeilen en op de kleintjes letten’, was jarenlang het parool van Jeroen Betten namens oppositiefractie VVD. Hij bepleitte een grotere personele efficiencyslag om zo het mes te zetten in de gemeentelijke uitgaven.
Nu Betten de kans krijgt als wethouder tot het nieuwe college van B en W toe te treden lijkt het op slag met de bezuinigingsdrift van de VVD gedaan. Of is het hemd dan toch nader dan de rok?