Natuur- en landschapsfotograaf André Brasse in zijn element. Foto: Marcel Jurian de Jong
Natuur- en landschapsfotograaf André Brasse uit Roden ziet met lede ogen aan hoe de wereld in brand staat. Toch zoomt hij met zijn camera in op schoonheid en perfectie. Een gesprek met een bevlogen ‘natuur-evangelist’.
De opsomming van André Brasse (65) stemt niet vrolijk: de natuur raakt versnipperd, de biodiversiteit staat onder druk en het klimaat verandert sneller dan we aankunnen. „In een ultrakorte tijdspanne slaagt de mens er in om de boel naar de knoppen te helpen,” zegt hij. „Dat vind ik huiveringwekkend.”
Toch focust Brasse zo veel mogelijk op de zonnige en fraaie kant van deze aarde. „De kunst is om naast die bak ellende ook al het moois te blijven zien en daar van te genieten. Als ik somber word, ga ik de natuur in. Dan zie ik hoe sterk die is. Hoe snel die zich aanpast. Dan denk ik: als het ons lukt om even te stoppen met elkaar te overschreeuwen, is er nog veel te redden.”
Buiten
We spreken hem in het nieuwe bezoekerscentrum van Nationaal Park Drentsche Aa bij Deurze. Maar in zekere zin begint elk verhaal over André Brasse buiten — in de houtwal van zijn jeugd, in het veld bij een ree, op een bergpad in Nepal.
Zijn werk als projectleider in het Nationaal Park is minder romantisch dan het lijkt. „Mensen denken dat ik de hele dag buiten ben,” zegt Brasse. „Nou, dat valt tegen. Ik ben toch veel bezig met organiseren, overleggen, verslagen en projectplannen maken… Papierwerk dus. Dat hoort erbij, maar de ziel zit voor mij in het veld. In contact met mensen, met vrijwilligers, met jongeren. Dat is de kern.”
Waar komt uw fascinatie voor de natuur vandaan?
„Vooral van mijn moeder. Zij was echt een natuurmens en wist veel van planten. Thuis, in de vensterbank, stond altijd een verrekijker. Zo leerde ik meer over vogels. We woonden aan de rand van Roden. Je liep de deur uit en stond in de weilanden en het moerasgebied. Ik was vroeger altijd buiten: hutten bouwen, met pijl en boog schieten, de natuur ontdekken. Toen ik als kind een keer een gewei vond in het bos, was ik verkocht. Reeën zijn nog steeds mijn favoriete onderwerp.”
Waarom?
„Ze zijn snel, elegant, alert, mysterieus. Hoe magisch is het, als je elkaar even in de ogen kijkt. Dan klopt de wereld. Reeën weten zich razendsnel aan te passen. Met de komst van de wolf worden ze schuwer. Ze zijn decennialang verwend geweest, zo zonder roofdieren. Nu moeten reeën weer opletten. Maar ze kunnen dat. Hun camouflagetechnieken zijn verbluffend.”
Natuur- en landschapsfotograaf André Brasse: „Ik gebruik de foto’s niet alleen artistiek, maar ook educatief." Foto: Marcel Jurian de Jong
Tijdens zijn jeugdjaren ontstaat een dubbele passie: biologie en beweging. Brasse voetbalt en zit op turnen. Hij probeert de sportopleiding (ALO) binnen te komen, om gymleraar te worden. Maar een ongelukkige selectiedag gooit roet in het eten. Brasse is ziek en presteert ondermaats. De deur valt dicht. „Dat heeft me lang dwarsgezeten,” vertelt hij. „Uit pure frustratie ben ik toen even helemaal met sporten gestopt.”
Hoe zou u zichzelf beschrijven? Wie is André Brasse?
„Nieuwsgierig. Eigenwijs volgens sommigen, luisterend volgens anderen. Ik heb een mening, zeker, maar als iemand me overtuigt, neem ik dat aan. Mijn visie is niet in beton gegoten. Ik laat me ook adviseren en wil vooral begrijpen waarom mensen op een bepaalde manier reageren of zich zo gedragen. Dat gebruik ik ook in mijn werk: luisteren, doorvragen, tot de kern komen.”
Complex
De structuur rondom een nationaal park, waar Brasse zijn brood verdient, is complex. Meerdere partijen sturen mee: het overlegorgaan van het park, het ministerie en IVN natuureducatie. En allemaal hebben ze wensen. „Mijn werk is eigenlijk continu balanceren: wat is effectief, wat past binnen de kaders, en — niet te vergeten — waar kan ieder mee leven?”
Brasse in de dubbelfunctie van oliemannetje en lijmtube. „Iedereen wil iets van de natuur,” legt hij uit. „De recreatiesector, de landbouw, bewoners, ecologen, bestuurders; allen hebben een eigen agenda.” Naar elkaar luisteren is volgens hem de sleutel, al gaat dat soms moeizaam.
Maakt dat het werk lastiger?
“Ja. Een thema als de wolf maakt mensen fel. Soms te fel. Ik krijg ook weleens verwensingen naar mijn hoofd geslingerd. Ik probeer altijd uit de zwart-wit opstelling te blijven en houd meer van grijs, van de verbinding. Kijk, voor de natuur heeft de wolf onmiskenbaar waarde. Maar als een boer tien dode schapen vindt, ja, dan snap ik zijn woede ook. Boeren hebben terechte zorgen en natuurbeheerders hebben terechte zorgen. Alleen polariseert de discussie en lopen emoties soms te hoog op.”
Ter illustratie van de soms overspannen situatie vertelt Brasse over een boer die -met toestemming- in een landbouwles voor het basisonderwijs op een foto voorkwam. Nadien kreeg de landbouwer boze telefoontjes van collega’s. „Niet omdat ze wisten van het doel van de presentatie -namelijk ruimte bieden aan natuur én landbouw- maar omdat hun kinderen thuis onder meer vertelden over de foto van die boer. Alsof die man met de vijand heulde. We hebben toen besloten om voorlopig met de lessenserie te stoppen.”
En toch blijft het leuk?
„Ja. Ik zie ook successen. Dat er tóch toenadering tussen partijen ontstaat, de fascinatie van kinderen voor natuur. De uitdaging blijft. Het maakt me niet moedeloos, eerder strijdbaar.”
Natuureducatie als missie?
„Ja, zo ervaar ik het wel. Ik geef ook lezingen, gecombineerd met eigen fotowerk. Misschien ben ik een soort natuur-evangelist, haha. Niet hardcore, hoor, maar ergens wil ik de wereld toch een beetje mooier maken. En mensen beter informeren. Velen zijn de verbinding met natuur kwijt. Ruim driekwart van de kinderen denkt dat aardappels aan een boom groeien — dan weet je hoe ver we er van af staan.”
"Reeën zijn snel, elegant, alert, mysterieus. Hoe magisch is het, als je elkaar even in de ogen kijkt. Dan klopt de wereld." Foto: Marcel Jurian de Jong
Fotografie is uw grootste hobby. Wat betekent het voor u?
„Heel veel. Het is ontspanning. Mijn archief telt ruim 160.000 foto’s, elk met een verhaal. Bij driekwart weet ik nog precies waar ik stond. Mijn mooiste foto? Die maak ik morgen, zeg ik altijd. Maar die ene ree met doorschijnende wimpers is wel heel fraai. Ik gebruik de foto’s niet alleen artistiek, maar ook educatief. Zo kan ik vertellen over de schoonheid van een Jan-van-Gent-kolonie, maar wel met de toevoeging dat nesten soms vol plastic zitten. Dat laat ik ook zien, om mensen de ogen te openen. Foto’s vertellen veel meer dan woorden.”
U houdt er ook van om verre reizen te maken.
„Dat klopt. Ik heb onder meer Nepal, Patagonië en Mongolië bezocht. Het zijn compleet andere werelden. Alaska staat nog hoog op mijn lijstje. Ik zou graag nog eens een beer met een zalm in zijn bek zien, haha. Naast het avontuur en het plezier zijn deze reizen ook zoektochten; naar materiaal voor verhalen, naar bewijs van wat er gebeurt. In Patagonië zag ik flink geslonken gletsjers. Dat laat ik zien in mijn lezingen. Niet om mensen de put in te praten, maar om hen bewust te maken: kijk, dit gebeurt nu. En we kunnen er wat aan doen.”
Wringt dat vliegen niet met de ecologische voetafdruk die u op aarde wilt achterlaten?
„Ja, dat schuurt en daar ben ik me ook van bewust. Ik denk echt na over de uitstoot van CO2, maar het is een lastige discussie. Kijk, ik hang niet aan luxe, rijd geen dikke auto of woon in een kast van een woning. En korte stedentrips zijn ook niet aan mij besteed. Maar als ik de foto’s kan gebruiken om verhalen te vertellen en mensen bewust te maken, vind ik het de vliegreis waard. Voor mij gaat het er ook om wat je ermee doet.”
Over twee jaar gaat u met pensioen. Ziet u daar naar uit of juist tegenop?
„Beide. Ik doe dit prachtige werk al bijna 23 jaar en heb veel kennis opgebouwd. Een soort wandelende encyclopedie. Dat draag je niet zomaar over. Iemand die nieuw is loopt het risico te verdrinken in alle onderwerpen. Daarom denk ik best veel na over hoe de overdracht later moet: slimme verdeling van taken, minder alles bij één persoon. Aan de andere kant: ik heb straks wel veel meer tijd voor fotografie.”
Tot slot. In een tijd waarin natuur vaak wordt besproken in tabellen en debatten nodigt André Brasse uit tot zintuigelijke waarneming. Terug naar kijken, luisteren, voelen. Het landschap leren lezen en zien wat er gebeurt. Een hagedisje op het pad, een ree in de ochtendschemering.
Misschien is dat wel de grootste bijdrage van Brasse, als pleitbezorger van verwondering.
Paspoort
Naam: André Brasse
Geboortedatum: 20-03-1961
Geboorteplaats: Tiel
Woonplaats: Roden
Burgerlijke staat: getrouwd met Erna, twee zoons: Stijn en Joost.
Opleiding: Pedagogische Academie en lerarenopleiding.
Werk: senior projectleider bij IVN natuureducatie, met als hoofdtaak de coördinatie van communicatie en educatie voor Nationaal Park Drentsche Aa. Kortstondig werkzaam geweest in het onderwijs en zo’n dertien jaar als hoofd tentoonstellingen in het voormalige Natuurmuseum Groningen.