Archeologen Arjan Hullegie en Tim Kauling met een heel klein deel van de buit. Foto: Siese Veenstra
De eerste schop in de grond stelde teleur, maar wat het beekdal van het Nieuwe Drostendiep bij Sleen daarna prijsgaf overtrof alle verwachtingen. „Het is van de mooiste opgravingen van Nederland van de laatste twintig jaar.”
Dat zegt projectleider Arjan Hullegie (40) van het archeologisch bureau Lycens in Groningen. Meer dan 3000 vondsten zijn er gedaan in het beekdal tussen Sleen en Oosterhesselen, waarvan 600 ‘zeer bijzonder’. „Ik kon mijn lijstje met wat ik ooit nog zou willen vinden bijna helemaal afvinken”, zegt archeoloog Tim Kauling (43), die samen met collega’s vooral in het veld te vinden was.
Het Drostendiep was vroeger een heuse rivier, waarop tot in de 17de eeuw werd gevaren met kleine boten. Dat is moeilijk voor te stellen voor wie alleen het gekanaliseerde waterloopje kent, zoals tot vorig jaar bij havezate De Klencke. Juist ook in die omgeving werden forse ingrepen gedaan, waardoor de beek weer meandert.
De beek meandert weer. Foto: DvhN
Vaarroutes
Archeologen mochten een dik jaar wroeten in de grond. Beekdalen zijn voor hen van oudsher interessant: vanwege de vaarroutes, de bewoning, het beekdal als voedselbron en de spirituele plekken in zulke gebieden. Maar de vrees was dat boeren de gronden flink hadden omgewoeld voor de landbouw. „De eerste tijd vonden we ook niets noemenswaardig. We zaten vooral in opgebrachte grond te graven”, zegt Hullegie.
Een bronzen decoratiestuk op kleding. Foto: Siese Veenstra
Maar toen kwam de ommekeer. De ene na de andere ’schat’ werd naar boven gehaald. „Ik hoorde van boeren in de omgeving dat het vooral weidegebied is geweest. Dat hoef je niet telkens om te ploegen, maar wordt eens in de tien jaar opengescheurd.”
Het meest bijzondere aan deze opgraving is dat er vondsten zijn gedaan uit alle periodes vanaf de oude steentijd. Dat maak je volgens Hullegie en Kauling zelden mee. „Je mag niet stellen dat het gebied sinds 12.500 voor Christus bewoond is geweest, maar wel dat er al die tijd menselijke activiteiten waren. Het is ongekend dat je uit elk tijdvak voorwerpen aantreft.”
In clusters gevonden
Ze werden op verschillende plekken in clusters gevonden in het beekdal, dat nu loopt vanaf de Verlengde Hoogeveenschevaart bij Holsloot tot aan Aalden. Bij de havezate was een voorde, een doorwaardbare plek in de rivier. Bij het oversteken van het water ging het wel eens mis, waardoor daar mooie vondsten zijn gedaan. Dat geldt ook voor de dekzandkopjes in het gebied, verhogingen waar ook werd gewoond.
Welke vondsten springen er nu echt uit? De twee archeologen belichten er zes. En een fout speldje.
Kling Foto: Lycens
Kling
Deze kling is de oudste vondst in het gebied: 12.500 jaar voor Christus. Het is het Zwitserse zakmes van toen, de multitool van de prehistorie. Voor het betere snijwerk, maar ook om huiden mee te schrapen. „Je staat er versteld van hoe scherp vuursteen kan zijn. Om dat te testen is ooit vanuit de universiteit geëxperimenteerd in een slagerij. Zonder problemen kon met een bewerkte vuursteen een koe worden uitgebeend”, zegt Hullegie.
Bijl Foto: Lycens
Bronzen bijl
Deze bronzen randbijl, type Ekehaar, is gemaakt in de midden bronstijd (1575-1200 voor Christus). Dit exemplaar werd aangetroffen op de voormalige prehistorische rivierbedding. Omdat de bijl vrijwel ongebruikt is, kan die mogelijk opzettelijk in de rivier zijn gelegd. Door het grondwater en rivierslib is de bijl zeer goed bewaard gebleven.
Ring Foto: Lycens
Gouden ring
Alsof deze ring net uit de winkel komt, zo gaaf ziet ie eruit. Het is een gouden ring uit de 3de of 4de eeuw, vermoedelijk gemaakt in Noord-Gallië. Daaronder valt het huidige België, maar ook het zuidelijke deel van Nederland. De archeologen maken dat op aan symbool op de ring, dat vaker in dat gebied voorkwam. „Een prachtige gouden ring met deze ouderdom vinden we vrij zelden. Doordat goud niet roest, kwam deze in nieuwstaat zo uit de bodem.”
Sierspeld Foto: Lycens
Sierspeld
Deze sierspeld (schijffibula) is uit wellicht de 10de of 11de eeuw. De donkere middeleeuwen dus. „Een periode waaruit we in Drenthe relatief weinig vondsten hebben en dus weinig kennis van waar en hoe mensen er in deze tijd leefden. Dit is daarom een mooie aanvulling daarop. Het gaat hier om de laatste fase van de vroege middeleeuwen: de Ottoonse tijd dus. Vandaar Ottoonse fibula”, zegt Kauling. Het was een ware sensatie bij het schoonmaken van de speld: stukje bij beetje werden steeds beter de verfijnde lijnen zichtbaar.
Naald met veer Foto: Lycens
Naald van een mantelspeld
„Idioot zeldzaam”, omschrijft Kauling deze vondst. Het is een lange bronzen naald met veer, die ooit heeft toebehoord aan een zeer grote mantelspeld. Zo’n fibula diende om de kleding vast te zetten, maar werd ook gebruikt om status uit te drukken. Dit exemplaar zal daarvoor ook zijn bedoeld, denkt Kauling. Deze fibula is uit de zogenoemde La Tène-cultuur, een periode binnen de Europese ijzertijd die loopt vanaf 450 voor Christus tot de 1ste eeuw voor Christus.
Munten Foto: Lycens
Munten uit Gent
Muntschat uit het graafschap Vlaanderen, waar Jan zonder Vrees tussen 1409-1419 aan het roer stond. Gent was de hoofdstad. Vermoedelijk heeft een handelaar in de vroege 15de eeuw een beurs met zilveren munten in de rivier laten vallen. Het geld lag in de rivierbedding.
Er zijn bij deze vondst zes munten aangetroffen, vijf uitgegeven onder de Vlaamse graaf Jan zonder Vrees en één door de stad Groningen. In het beekdal zijn nog veel meer oude munten gevonden. Zo werd ook een muntje uit de 13e eeuw vanuit Osnabrück opgegraven. „Het is het bewijs dat er ook vroeger al flink werd gehandeld binnen Europa, tot aan dit gebied toe”, zegt Hullegie.
Speldje Foto: Lycens
Fout speldje
Dit partijspeldje, waarvan de pin ontbreekt, is van de Nationale Bond Landbouw en Maatschappij. Opgericht in 1933 in Meppel. „Vele voormannen binnen de bond voelden zich aangetrokken tot het nationaal-socialisme”, zegt Kauling. In 1940 ging de bond op in de NSB. „Je kan je voorstellen dat de bezitter het speldje na de oorlog zo ver mogelijk wilde wegstoppen. In het water ermee, bijvoorbeeld.”