Tussen Oudemolen en Loon zijn bijzondere archeologische opgravingen gedaan. Archeoloog Dave la Fèber geeft tekst en uitleg. Foto: Marcel Jurian de Jong
Bij de aanleg van een nieuwe waterleiding vlakbij Oudemolen is een opmerkelijk prehistorisch grafveld met resten van paalsporen van een mogelijk doodshuisje gevonden. Archeologen zijn door het dolle heen en spreken van een unieke vondst.
Archeoloog Dave la Fèber van Antea Group in Groningen, een bedrijf dat archeologisch onderzoek doet en opgravingen begeleidt, trekt met zijn roffel een dunne streep in de metersbrede gleuf. De baan is uitgegraven voor de aanleg van een nieuwe waterleiding van drinkwaterbedrijf WMD Drinkwater.
Met zijn stappers staat hij op de vlakke, afgegraven bodem van gelig zand. Op diverse plekken in het gele zand zijn donkere vlekken te ontwaren. Voor dit soort vlekken kun je La Fèber ’s nachts wakker maken. Het duidt op sporen van duizenden jaren oud.
'Voor hetzelfde geld weggeploegd’
„Kijk”, zegt hij, wijzend naar donkere strepen rondom een verzameling donkere vlekken, „dit zijn restanten van een grafheuvel en een mogelijk doodshuisje uit de bronstijd. Een doodshuisje duidt op een belangrijk iemand die hier begraven is. We hebben het over sporen uit de bronstijd van misschien wel vierduizend jaar oud.”
Bij de grafheuvel zijn ook vuursteentjes ontdekt. Foto: Marcel Jurian de Jong
La Fèber – muts op, schepje aan zijn broekriem – vertelt geanimeerd. „Vroeger kwamen de doden op een brandstapel en na verbranding werd as en overgebleven botresten in aardewerken potten gestopt en bijgezet in een grafheuvel. Dat was kenmerkend voor begrafenisrituelen." Ooit was het een bult die boven de grond uitstak, maar mettertijd verdween de grafheuvel onder het maaiveld. „Dat dit hier zo onaangetast ligt, gebeurt niet vaak. Voor hetzelfde geld had de boer, die dit land bezit, de boel allang weg geploegd.”
La Fèber bestudeert de vlekken en ‘coupeert’ ze daarna, zoals hij zelf zegt, om te kijken of er nog meer in de grond zit. Hij ontdekte al resten van een urn en ook groef hij vuurstenen werktuigen op, die de doden mee kregen op reis om vuur te maken in het hiernamaals.
Dat dit hier zo onaangetast ligt, gebeurt niet vaak
Sprong gat in de lucht
De kans werd vooraf als groot ingeschat dat op de plek van de werkzaamheden bij Oudemolen archeologische schatten lagen.
Sowieso is het beekdal van de Drentsche Aa een schatkamer van goed bewaarde prehistorische cultuurlandschappen. De hogere zandgronden van dit deel van Drenthe waren bij uitstek geschikt voor bewoning. Water en vruchtbare grond waren nabij, terwijl de doden op de droge zandgronden werden begraven.
Als er een verhoogde kans is op een vondst, kijkt een archeoloog met iedere hap van de graafmachine mee. Niettemin blijft iedere vondst een verrassing, zegt senior-archeoloog Wouter Ytsma. Hij sprong een gat in de lucht toen hij werd gebeld over de ontdekking van prehistorische vondsten. „Dit is echt uniek. Dit diept het verhaal van de geschiedenis in Drenthe verder uit”, jubelt hij.
Een team van archeologen is weken bezig met het documenteren van de vondsten. Foto: Marcel Jurian de Jong
Veel gevonden
Acuut werden de graafwerkzaamheden stilgelegd voor minstens tweeënhalve week. Ytsma trommelde de volledige archeologenploeg van Antea Group op om de opengegraven sleuf met chirurgische precisie uit te kammen. Overal in de sleuf zijn stokjes geprikt, met daaraan genummerde briefjes. Want er is veel gevonden. Heel veel, zegt Ytsma.
Naast graven met crematieresten zijn karrensporen gevondenen uit de middeleeuwen en de restanten van een mogelijk grafhuisje uit de bronstijd en ijzertijd, zo'n tweeduizend jaar voor Christus. In het gele zand zijn meerdere karresporen te ontwaren, die als verbindingswegen door het gebied sneden. In veel prehistorische culturen werden de doden bewust langs routes begraven, enerzijds zodat passanten hen zouden eren, anderzijds zoals La Fèber zegt als „claim op het gebied".
Een grafhuisje is een kleine constructie, die boven of bij een graf werd geplaatst. Vaak verwees zo’n huisje naar een man of vrouw van stand. Dergelijke graven werden actief bezocht en onderhouden, ook om voorouders te vereren.
De opgraving van bovenaf gefotografeerd met een drone. Antea Group
Schatzoekers op afstand
Naar alle waarschijnlijkheid liggen ook buiten de sleuf nog sporen. Maar volgens goed archeologisch gebruik geldt daarvoor ‘behoud in situ’. Ofwel: afblijven en laten zitten in de bodem. „We gaan niet onnodig zaken naar boven halen. We beperken ons hier tot de sleuf. Die moest immers open worden gegraven”, zegt Ytsma.
De acht opgetrommelde archeologen zijn op een zonovergoten ochtend druk in de weer. Aan de vondst is geen ruchtbaarheid gegeven, vooral om allerlei schatzoekers op afstand te houden. „Better safe than sorry." Ytsma maakte wel eens mee dat amateur-archeologen met metaaldetector en schep door de grond woelden en daarmee schade toebrachten aan de vondsten. „Sommige mensen verwachten goud en sieraden, maar dat ligt hier doorgaans niet.”
Archeoloog Dave la Fèber geeft tekst en uitleg. Foto: sMarcel Jurian de Jong
Archeologen als de dood voor schatzoekers bij opgravingen
Het gebied bij Oudemolen is de laatste weken in het geheim uitgekamd door de archeologen, uit angst voor plundering door illegale schatgravers.
De absolute radiostilte is absoluut nodig, stellen de archeologen. Ze zijn als de dood voor hobbyspeurders, die diepe kuilen graven op zoek naar goud en sieraden en daarmee archeologische vindplaatsen onherstelbare schade toebrengen.
'Vondsten op Marktplaats’
Deze krant kreeg vorige week een sneak preview, onder de voorwaarde pas een week later te publiceren. „We willen hobbyzoekers op afstand houden. Als dit rond gaat zingen, dan kan dat mensen aantrekken die we hier niet willen. Daar hebben we vaak genoeg mee te maken”, verklaart senior-archeoloog Wouter Ytsma van Antea Group, het bedrijf uit Groningen dat de opgravingen in Oudemolen leidde.
Ytsma maakte wel eens mee dat een bouwkeet was opengebroken en vondsten werden ontvreemd. „Diezelfde avond stond het nog op Marktplaats. Als zoiets gebeurt, doen we meteen aangifte van diefstal. Het is eigenlijk diefstal van de gemeenschap. De geschiedenis is van ons allemaal.”
Opgravingen verboden
Niet voor niets werd de archeologische vindplaats in Oudemolen beveiligd met een grote camera. Hoewel dat niet verplicht is volgens de Erfgoedwet, nemen uitvoerders van opgravingen steeds vaker beveiligingsmaatregelen. „Het werkt afschrikwekkend”, zegt Ytsma. Bovendien kunnen camerabeelden dienen als bewijs tijdens een eventuele rechtszaak.
Het is namelijk verboden om opgravingen te doen, behalve voor organisaties met een opgravingscertificaat en amateurarcheologen die zich aan voorwaarden moeten houden.
‘Opgravingen kunnen maar één keer’
Op illegale opgravingen staat een forse straf: maximaal twee jaar celstraf, een taakstraf of een geldboete van maximaal 22.500 euro. Wel geldt in grote delen van Nederland een uitzondering voor opgravingen met behulp van een metaaldetector, maar alleen wanneer niet dieper dan dertig centimeter wordt gegraven.
„Opgravingen kunnen maar één keer gedaan worden. Als je het beschadigt, beschadig je het voor altijd. Het is erfgoed. Als je dingen zomaar uit de bodem haalt, is het verhaal weg”, zegt archeoloog Esther Wieringa van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodem (SIKB). Deze stichting ontwikkelt onder meer kwaliteitsrichtlijnen voor de archeologie.
Wieringa kent de verhalen van geplunderde of vernielde opgravingslocatie. „ Je hebt gravers met minder goede intenties, kwaadwillenden die denken dat iets te halen valt, vooral als het gaat om metaalvondsten. Een opgravingslocatie is kwetsbaar. We zien ook wel eens dat het uitnodigt om te crossen. In het buitengebied is het helaas nodig om maatregelen te treffen.”