Fred van den Beemt bij de expositie in Eext, de eerste van Vondsten on Tour. Foto: Jaspar Moulijn
Nog niet eerder vertoonde archeologische voorwerpen zijn sinds zaterdag te bewonderen in Eext. Het is de eerste tentoonstelling van Vondsten on Tour, een reeks pop-upexposities in alle Drentse gemeenten.
In dorpsmuseum De Kluis in Eext wordt de komende drie maanden het verhaal verteld van de veekraal van Anloo. „Er was hier een versterkte nederzetting uit drie verschillende periodes, de steentijd, bronstijd en ijzertijd”, weet vrijwilliger van het Hunebedcentrum Fred van den Beemt (79) uit Assen.
Rond de nederzetting stond een palissade, een omheining, ter bescherming van de nederzetting en om het vee binnen te houden. Ook lag er een prehistorische weg . Er zijn resten van een urnenveld uit de ijzertijd gevonden tijdens de opgravingen in 1958. „Het is een archeologisch monument dat zijn weerga niet kent.”
Vondsten on Tour
De tentoonstelling in Eext hoort bij het project Vondsten on Tour. Bedoeling van dat project is om archeologische artikelen ‘thuis’ te brengen, te laten zien op de plek waar ze gevonden zijn. Iedere Drentse gemeente krijgt dus een andere drie maanden durende expositie. De tour is een samenwerking van het Hunebedcentrum in Borger, de Provincie Drenthe, het Noordelijk Archeologisch Depot, het Groninger Instituut voor Archeologie, de Vereniging voor Vrijwilligers in de Archeologie en de Drents Prehistorische Vereniging en duurt tot eind 2027.
Er wordt al gewerkt aan de tentoonstellingen in Noordenveld, Westerveld en Emmen. De onderwerpen worden op informatiebijeenkomsten gekozen door de inwoners zelf.
De tentoongestelde artefacten komen uit het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Als alle spullen voor eeuwig in het depot blijven liggen, ziet niemand ze. „Wij willen graag dat mensen de vondsten van hun voorouders kunnen zien en hoe het hier is geweest vóór ons, want wij zijn niet de eerste bewoners”, stelt Van den Beemt.
Liefde voor het vak
Zo zien de materialen die nu in Eext liggen, waaronder scherven en een urn met kleine botjes, voor het eerst sinds 1958 weer het daglicht. „Wij zijn de eersten die de dozen in Nuis weer hebben opengetrokken", vertelt de enthousiaste vrijwilliger.
Een bijzonder moment voor de archeologieliefhebber. Zijn hele leven zit hij al in het vak. „Ik woonde vroeger in Alblasserdam, bij Dordrecht. De schoolmeester zei eens dat hier Romeinen woonden. Nou, toen ben ik gaan zoeken op onze akker." Destijds was hij een jaar of twaalf. „Ik vond daar scherven, die nam ik mee naar school. Op diezelfde plek kwam bij een officiele opgraving een Romeinse boerderij voor de dag.”
Sindsdien is hij verknocht. „Ik probeer kinderen die ik rondleid ook aan te sporen. ‘Ik wil archeoloog worden’, zeggen ze dan na afloop. Nou, mooi toch?”
Zoektocht naar kast vol urnen
Het verhaal van Anloo is met deze tentoonstelling overigens niet helemaal af. De eigenaar van de grond waar in 1958 de opgravingen plaatsvonden, heeft een kast vol urnen gekregen. „Dat is nu ondenkbaar, maar zo ging dat toen”, zegt Van den Beemt. Maar waar die kast is gebleven? „Dat zou bij een mevrouw Modderman in Groningen moeten zijn. Hebt u tips, dan horen wij het graag.”