De lessen van docent Nederlands Bert Hensema beginnen met tien minuten lezen. Foto: Huisman Media
Kinderen stimuleren om te lezen heeft geen zin als we dat vervolgens bij tieners niet meer doen, vindt Bert Hensema (60), docent Nederlands op het Dollard College Pontis in Winschoten. Hij organiseert daarom voor het eerst een boekenweek voor tieners: de Tienerleesweek.
In de eerste tien minuten van de lessen van docent Bert Hensema (60) is het altijd muisstil. Zijn leerlingen – hij geeft les aan zes klassen van 1 tot en met 3 havo – moeten dan verplicht lezen. Wat ze lezen maakt niet uit. Ze mogen een boek van huis meenemen, een boek in de mediatheek van school lenen, of iets kiezen uit de twee boekenkasten achter in het lokaal, waar Hensema’s eigen tienerboeken staan.
Tussen de 500 exemplaren staan veel bekende boeken – series als Harry Potter, The Hunger Games en Hoe overleef ik – maar ook meer recent verschenen boeken voor tieners.
Met het verplichte lezen hoopt Hensema de leerlingen te enthousiasmeren voor lezen, want dat doen tieners steeds minder. In april 2024 stelde de Stichting Lezen dat kinderen minder vaak boeken lezen als ze ouder worden. Waar van de zevenjarigen nog 68 procent vrijwel dagelijks een boek leest in de vrije tijd, is dat aan het eind van de basisschool met de helft gedaald (naar 35 procent). Die trend zet zich door tot het vijftiende levensjaar. 21 procent leest op deze leeftijd nog dagelijks in een boek.
‘Waar is de boekenweek voor tieners?’
Dat is kwalijk, vindt Hensema – ‘vooral de woordenschat holt achteruit’ – maar heel vreemd vindt hij het niet. ,,Lezen op die leeftijd wordt te weinig gestimuleerd.” Hij wijst op de landelijke boekenweken. ,,Er is een Kinderboekenweek, een boekenweek voor jongeren en een boekenweek voor volwassenen. Waar is de boekenweek voor tieners tussen 12 en 15 jaar?”
De Boekenweek voor Jongeren, die de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) sinds 2015 jaarlijks organiseert, richt zich op jongeren van 15 tot 18 jaar. Vanaf dit jaar betrekt het CPNB ook tieners van 12 tot 15 bij die campagne, waarmee de campagne zich op de hele middelbare school richt. De naam verandert naar Goed Verhaal.
Maar dat mist zijn doel, vindt Hensema, ,,Die leeftijden liggen te ver uit elkaar. Eersteklassers zijn echt brugpiepers, nog kinderen eigenlijk. Vierdeklassers zijn jongvolwassen. Die zijn al een stuk verder in hun ontwikkeling. Daar horen ook andere boeken bij.”
Samen met Marieke Willems, een docente biologie op het Panora Lyceum in Doetinchem, heeft hij in de afgelopen maanden daarom een eigen versie opgezet: de Tienerleesweek. Op het Dollard College en het Panora Lyceum staat van 12 tot en met 16 mei lezen centraal en wordt het belang van taal en verhalen benadrukt. In de eerste klassen komen auteurs langs om les te geven over hun boek. Zestig auteurs hebben daarnaast een video opgenomen om een van hun tienerboeken te promoten.
Binnen anderhalve week duizend volgers
Gewoon op hun eigen scholen, was het idee van Hensema en Willems, maar toen ze een Instagram-account maakten – ‘dat was handig om contact te leggen met auteurs’ – bleef hun initiatief niet onopgemerkt. ,,Binnen anderhalve week hadden we duizend volgers.”
De Weddenschap, een project van Stichting Lezen, bood aan een website voor het initiatief op te zetten. Inmiddels hebben zeker vijfendertig scholen door het hele land zich aangemeld voor de week. Hoe ze de week invullen, mogen de scholen zelf bepalen, maar ze krijgen een link naar de video’s van auteurs en kunnen via de website ideeën opdoen om het lezen door alle vakken heen te promoten.
Ook op het Dollard College vindt de week niet alleen plaats bij Nederlands. Zelfs wiskunde heeft een link met taal. ,,Daar gaan ze gedichten van drs. P behandelen, over priemgetallen.”
Ook boekhandels en bibliotheken doen mee. Boekhandel Van der Velde en Wonderland in het Forum in Groningen richten een boekenhoek in en de bibliotheek in Den Haag maakt een speciale Tienerleesweek-podcastaflevering.
De lessen van docent Nederlands Bert Hensema beginnen met tien minuten lezen. Foto: Huisman Media
‘Als je zelf niet enthousiast bent, kun je je leerlingen ook niet enthousiasmeren’
Het doel van de week? Meer tieners aan het lezen krijgen. ,,Maar dat gebeurt hopelijk indirect. Het directe doel is om docenten te enthousiasmeren en handvatten te bieden. Als je als docent niet enthousiast bent over lezen, krijg je ook je leerlingen niet enthousiast.”
Zelf las Hensema als tiener bijna niet. ,,Ik was veel te druk met voetballen.” Bovendien had hij een afkeer van het móéten lezen van literatuur. ,,Ik herinner me Het zwarte licht van Harry Mulisch en boeken van Doeschka Meijsing. Die vond ik moeilijk te begrijpen. Ik was eigenlijk aan die inhoud nog niet toe.”
Pas toen hij vijfendertig jaar geleden aan de slag ging als docent in het speciaal onderwijs, werd hij enthousiast over lezen. ,,We begonnen elke dag met een half uur lezen, ik ook. Toen kwam ik erachter wat voor leuke boeken er zijn voor tieners.”
Hij pakt een van zijn huidige favorieten uit de kast: Briefjes voor Pelle, geschreven door Marlies Slegers. ,,Dit gaat over een jongen waarvan de vader overlijdt. Het legt in hele begrijpelijke taal een heel moeilijk onderwerp als de dood uit. En op een luchtige manier.”
‘Vraag mij niks over Harry Mulisch’
Hensema leest zo’n vijftig boeken per jaar. Allemaal tienerboeken. ,,Vraag mij niks over Harry Mulisch, aan volwassenboeken kom ik niet toe.” Door veel tienerboeken te lezen, weet hij welke boeken er op de markt zijn en wat hij zijn leerlingen kan aanraden. ,,Het is de truc om aan te sluiten bij de interesses van leerlingen.”
Nog steeds is Hensema geen groot voorstander van de literatuurlijst. Op het Dollard College mag je zelf kiezen welke boeken je leest, ook als dat alleen maar thrillers zijn. ,,Sommige mensen vinden dat die boeken geen rijke taal bevatten, maar dat maakt niet uit. Je moet lezen eerst leuk gaan vinden, dan ga je de boeken met een rijkere taal of belangrijk onderwerp vanzelf wel lezen. En zo niet, ook prima. Maar als je iemand gaat dwingen om een ingewikkeld boek te lezen, dan loop je de kans dat diegene nooit weer een boek zal lezen.”
Hensema is blij met het animo voor de Tienerleesweek, en is vastberaden de week volgend jaar een vervolg te geven, maar het liefst geeft hij dat uit handen aan een landelijke organisatie die het lezen wil bevorderen. ,,Wij zijn ook maar twee docenten. Het ontbreekt ons aan tijd en financiële middelen om dit groot op te zetten.”
Een landelijke organisatie kan meer uitpakken, denkt hij. ,,Wie weet volgt er dan ook een echt tienerboekenweekgeschenk.”
Het meisje dat er niet mocht zijn van Wilma Geldof gaat over een Nederlands meisje dat in de oorlog een kind krijgt van een Duitse soldaat. Het boek beschrijft zowel het perspectief van moeder als van het kind. Hensema: ,,Het meisje heeft ontzettend veel vragen, maar haar moeder geeft geen antwoord. Het is een dik boek, maar ontzettend mooi geschreven. Het is wel voor wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 14 ongeveer.”
Briefjes voor Pelle van Marlies Slegers gaat over een jongen waarvan de vader overlijdt. Pelle krijgt een jaar later een doos met opdrachten die zijn vader heeft gemaakt toen hij nog leefde. Door die opdrachten leert hij het verdriet te verwerken. Hensema: ,,Het is een van de meest ondergewaardeerde boeken van de afgelopen tijd. Het boek legt in hele begrijpelijke taal en op een luchtige manier een heel moeilijk onderwerp als de dood uit.”