In september 2021 opende Robert Adams de Raviolibar aan de Vismarkt. Foto: Nienke Maat
Hij kwam naar Groningen voor zijn promotieonderzoek bestuurskunde, hij begon er café De Jongens van De Wit. Robert Adams had daarna een hele rij horecazaken. Hij overleed zaterdag op 61-jarige leeftijd.
Zijn vrienden noemden hem graag De Filosoof, want nam Robert Adams (Enschede, 1964) hen mee naar het Oktoberfest in München, dan had hij altijd een boek van een groot filosoof bij zich. Als hij zijn roes had uitgeslapen, zocht hij een rustig plekje om te lezen.
Een paar jaar geleden schreef hij zich in bij de universiteit. De horecaondernemer ging halverwege z’n vijftigste opnieuw studeren: filosofie. Het was voordat rampspoed na rampspoed zijn leven overhoop gooide. Zaterdag overleed hij.
Meest markante horecaondernemer van Groningen
Adams was de oudste in een gezin van drie kinderen. Hij studeerde bestuurskunde in Enschede en vertrok daarna naar Groningen voor zijn promotieonderzoek aan de universiteit. Een beetje per ongeluk begon hij café De Jongens van De Wit in de Gelkingestraat. Het was het begin van een lange carrière in de horeca.
Zo opende hij café De Kleine Kasteleine, café-restaurant Boven Jan, restaurant De Buurvrouw en restaurant De Grote Frederik. Later bedacht hij de vier horecazaken Boccaccio, Hemingway, Cervantes en Moro, met elkaar verbonden via Via Vecchia, het steegje tussen het Kattendiep en de Steentilstraat.
Hij werd in 2008 uitgeroepen tot meest markante horecaondernemer van Groningen, die succes op succes stapelde. Steeds had hij een origineel idee voor een horecazaak, waarbij hij altijd dezelfde ontwerper in de arm nam die zijn plannen een gezicht gaf.
Onbevreesd maakte hij een uitstapje naar camping Duinoord op Ameland, begon hij Brasserie Groen in Groningen, nam hij Kaap Hoorn over en zette hij Fellini op: Italiaans georiënteerde horecazaken in Assen, Leeuwarden, Alkmaar, Rotterdam en Enschede. Hij begon een beachclub in Lemmer en opende in Groningen de restaurants Louis XV en El Txoko.
‘Komt wel goed’, was zijn credo
Hij was daarnaast een familieman met vier kinderen, zaalvoetbalde graag, bleef FC Twente trouw en was altijd in voor een drankje en gezelligheid. Hij was een gemakkelijke prater en kon mensen bespelen. Daarnaast was hij soms graag alleen, dan rookte hij sigaartjes of ging erop uit in z’n oude Jaguar.
Hij hield ervan te balanceren op het randje van succes en falen. Verloor hij bakken met geld aan Kaap Hoorn in Groningen of aan grand-café Villa van Heek in Enschede, dan toonde hij zich strijdbaar, nam z’n verlies en was alweer bezig met het volgende avontuur. ,,Komt wel goed’’, zo luidde zijn credo.
Hij maakte soms een nonchalante indruk, kon niet altijd even goed overweg met z’n personeel, kon ongeduldig en nukkig zijn. Lapte de regels soms aan z’n laars en omhelsde in coronatijd wie hij wilde: social distance was aan hem niet besteed. Hij had veel te veel bravoure om zich de wet te laten voorschrijven.
‘Over een jaar ben ik weer beter’
De scheiding van zijn vrouw en corona deden zijn horeca-imperium geen goed. Tijdens de coronajaren werd er keelkanker bij hem vastgesteld, waarvan hij wonderwel genas. Hij vierde zijn herstel met z’n vriendengroep uit café De Oude Wacht.
Amper twee weken later kreeg hij een hersenbloeding, waardoor hij lange tijd in het UMCG en Beatrixoord verbleef. ,,Over een jaar ben ik weer beter’’, zei hij steevast en vol overtuiging. Hij leerde weer lopen, maakte dagelijks rondjes van twee, drie of vier kilometer. Hij hervond zijn spraak bijna volledig, een enkel woord kon hij niet vinden.
Met behulp van zijn familie kreeg hij het voor elkaar om zelfstandig te wonen; afgelopen tijd in een huis in hartje stad. Hij werd buddy bij Kansrijk Groningen waar hij als ervaren ondernemer werd gekoppeld aan mensen in armoede.
Nog kon hij uit z’n humeur raken als hij succesvolle ondernemers zag. Het stak hem dat hij door zijn hersenbloeding niet meer werkzaam kon zijn in de horeca, waar zijn hart lag.
Een paar weken geleden kreeg hij een kuchje. En hij was moe. Hij kon zich nauwelijks nog oppeppen voor zijn wandeling, voor een uitje. Uit onderzoek bleek dat de kanker terug was en dat hij niet lang meer te leven had. Dit keer liet Adams zijn uitspraak ‘’Knokken kan altijd’’ achterwege. Amor fati, zei hij. Omarm het lot.
Robert Adams is 61 jaar geworden. Vrijdag is het afscheid.