Jacob Luitjens, die in 1948 is veroordeeld tot levenslang, als hij in 1991 bij de rechtbank in Assen arriveert. Foto Koen Suyk/ANP
Oud-NSB’er Jacob Luitjens (102), bijgenaamd De Schrik van Roden, vraagt vanuit de schemer van zijn leven vergiffenis aan zijn slachtoffers en hun nakomelingen. En hij legt mogelijk voor de laatste keer uit waarom hij afstand neemt van het nationaalsocialisme.
Jacob Luitjens wacht in een Fries dorpje(*) kalm op het einde dat hij met open armen verwelkomt. Kom maar, het is goed zo. Het duurt al zo lang. Goed dan, hij wil nog een keer vertellen over zijn keuzes in de oorlog. Keuzes die hem tot op de dag van vandaag achtervolgen. De keuze voor de NSB. De keuze voor de Landwacht. De keuze zijn medemens te verraden. De keuze naar Paraguay en Canada te vluchten. De keuze God in zijn hart te laten. Want God vergaf hem, dat weet hij zeker. Toch? Nu vraagt hij vergiffenis aan zijn slachtoffers en hun nakomelingen. Dus vooruit, hij zal vertellen. Over zijn leven en zijn waarheid. Maar laat het alstublieft de laatste keer zijn.
Jacob Luitjens woont in een keurige, kleine tussenwoning aan een rustige straat. De geur van koffie en vers appelgebak vult de warmgestookte woonkamer. Hij staat moeizaam op, begroet zijn bezoek lachend met een corona-elleboogstoot en laat zich op de bank zakken. De oude man glimlacht vriendelijk. Hij oogt fris en kwiek. De vouw in zijn pantalon is messcherp. ,,’s Ochtends komen de ziekenzusters om mij als heer te vermommen.’’ Hij praat langzaam, maar zijn stem is helder.
Jacob Luitjens als jonge man.
Podcast De Schrik van Roden
Trouw-journalist Maarten van Gestel ging in de zevendelige podcast op zoek naar Jacob Luitjens. Hij kreeg een tip dat deze nog in leven was. Van Gestel vond Luitjens na een intensieve speurtocht in een Fries dorpje en interviewde hem over zijn verleden. De podcast is inmiddels meer dan 350.000 keer beluisterd.
Daar zit hij, de man die in krantenartikelen en op journaals een oorlogsmisdadiger werd genoemd. Een man die werd geliefd, gevreesd, gehaat, opgejaagd, veroordeeld tot levenslang, opgesloten, vrijgelaten en vergeten. Hoewel, niet helemaal. Want er zijn er die zich hem nog herinneren. Oud-studenten die hem kennen als die prettige en geduldige leraar. Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen die zijn kasten en muren met verjaardagskaarten, foto’s en tekeningen vullen. Baptisten die hem broeder noemen. En anderen die hem bij zijn andere naam noemen, de naam die hij na de oorlog kreeg: de Schrik van Roden.
Bloedgroep Norg
De Bloedgroep Norg, die eind 1944 in Drenthe actief was, stond onder leiding van Gerrit Hendrik Sanner, een voormalige bouwvakker uit Amsterdam. Sanner week na Dolle Dinsdag in september 1944 met andere landwachters uit naar het Schultehuis in Diever. Een maand later verhuisde de groep naar Villa Nijenhof in Norg. De kern van de groep bestond uit zeven leden. Zij jaagden op verzetsstrijders en onderduikers. Ook vonden er executies plaats. Gevangenen werden ook aan de Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van het Duitse leger, overgeleverd. Na de oorlog werd Sanner geëxecuteerd. Een ander lid, Jacobus Philippa, dook onder bij zijn ouders. Tot 1974 zat hij op de zolder van zijn ouders verstopt. Hij belandde in de gevangenis, kreeg gratie en kwam in 1978 vrij. Hij overleed drie jaar later.
‘Luitjens werkte samen met de Bloedgroep Norg’
De Schrik van Roden, het klinkt bijna aandoenlijk. Als de geuzennaam van een gevaarlijke spits of bokser. Maar Luitjens, geboren met een misvormde linkerarm, was geen atleet. Hoe kwam hij aan deze naam? De beroemde historicus Lou de Jong (1914 – 2005), auteur van het standaardwerk , vatte zijn oorlogsverleden in een krantenartikel als volgt samen: ‘Luitjens behoorde tot een groep landwachters die samenwerkte met de zogenaamde Norger bloedgroep. En deze mensen konden worden beschouwd als een toeleveringsorgaan van de SD (Sicherheitsdienst) in Assen. Vijftig mensen uit de illegaliteit werden door hem uitgeleverd aan de Duitsers. Velen van hen zijn nooit teruggekeerd.’
Luitjens, een gerespecteerd en buitengewoon gewaardeerd medewerker van The University of British Columbia, is 69 jaar als in Canada een proces tegen hem begint. Zijn nieuwe vaderland wil hem zijn nationaliteit ontnemen. Hem, een trouwe kerkganger en een liefhebbende echtgenoot, vader en opa. Nederland heeft Canada om zijn uitlevering gevraagd. Maar het verhaal van Luitjens begint dan ook niet in Vancouver. Zijn verhaal begint in toenmalig Nederlands-Indië.
Communisten mochten de oorlog niet winnen
Jacob Luitjens wordt op 18 april 1919 in Buitenzorg (Bogor in het Maleis), een stad op West-Java waar zijn vader Steven doceert aan een opleiding voor dierenartsen, geboren. Na vijf jaar vertrekt het gezin naar Roden. ,,Thuis spraken we een dialect van half Gronings met enkele Drentse accenten.’’ Hij gebaart naar een schilderij van een grote boerderij dat boven de bank hangt. ,,Dat was de boerderij die mijn grootouders in Oosterhoogebrug (een voormalig dorp dat nu bij de stad Groningen hoort) bezaten. Mijn voorouders zijn allemaal boeren van het Hogeland.’’ Hij glimlacht. ,,Behalve mijn vader dan. Ook mijn moeder kwam uit een boerengezin. Haar familie woonde in Uithuizen. Dus ik voel me eigenlijk een Groninger.’’
De jonge Jacob blijkt een uitstekende leerling en gaat na de dorpsschool naar het Stedelijk Gymnasium in Groningen. In de jaren 30 ontwikkelt zijn vader een grote sympathie voor de NSB en hij probeert anderen over te halen lid te worden. Luitjens: ,,Maar hij was nog geen lid. Hij werkte ook als vleeskeurder voor de overheid en ambtenaren mochten geen lid zijn van de partij. Tijdens zijn werk werd hij met de grote armoede onder de kleine boeren geconfronteerd. Ze verdienden nauwelijks genoeg voor hun dagelijks brood.’’
Jacobs broer Pieter Luitjens (1925 – 2015), die eveneens bij de landwacht zat en na de oorlog ook dierenarts werd, vertelt in een interview in 1992 over de beweegredenen van hun vader. ‘De jaren 30 waren met werkloosheid en economische crisis geen feestelijke jaren. Mijn vader was nauw verbonden met de agrarische wereld. Als je dat niet bent, kun je als dierenarts je werk niet goed doen. Hij was sociaal bewogen, vrijzinnig democraat, maar beslist geen socialist. Arme mensen die met een geitje bij hem kwamen, stuurde hij geen rekening. Mijn vader en mijn broer waren tot de oorlog met Rusland uitbrak zeker niet pro-Duits en ook geen lid van de NSB. (...) Moeder was van doopsgezinde huize en had nauwe banden met de mennonieten (volgelingen van de Friese pastoor Menno Simons).’
NSB-leider Anton Mussert tijdens een inspectie van de landwacht op de Grote Markt in Groningen in 1943. Foto Noord-Nederlands Persfotobureau Folkers, Groninger Archieven
De mennonieten vestigden zich in de achttiende eeuw veelal als boeren in Noord-Duitsland, Polen en de Oekraïne. In de Sovjet-Unie werden zij onder het bewind van Stalin vervolgd waarop velen naar Canada, de Verenigde Staten en Paraguay vertrokken. En daarom staat op het dressoir in het huis van de dierenarts een bus met nikkelen stuivers voor de hulp aan mennonieten in Paraguay. Nadat Duitsland in juni 1941 Rusland binnenviel, koos de familie, zo vertelt Luitjens, de zijde van de Duitsers. De communisten mochten de oorlog niet winnen.
Trouw-journalist Maarten van Gestel stuitte tijdens zijn onderzoek voor de podcast die sinds enige tijd is te beluisteren, in een archief op een schrijven van de Waffen SS, een afwijzingsbrief gericht aan Jacob Luitjens die aan het front wilde vechten. Luitjens moet er om lachen en houdt zijn linkerarm omhoog. ,,Waarom zou ik mij met deze arm aanmelden voor de SS? Nee, dat zijn verzinsels.’’
Van Gestel laat weten dat de schriftelijke afwijzing voor Luitjens’ SS-aanmelding ook bij zijn rechtszaak in 1989 werd opgevoerd. ,,Toen zei Luitjens zich het niet te kunnen herinneren of hij zich had aangemeld voor de SS.”
Luitjens neemt afstand van nationaalsocialisme
De jonge Luitjens, een rechtenstudent, wordt lid van de NSB en later ook van de gevreesde Landwacht. Ook zijn vader Steven en broer Pieter treden toe tot deze zogeheten hulppolitie die door de bevolking spottend met Jan Hagel wordt aangeduid, omdat de leden veelal met jachtgeweren zijn uitgerust. ,,Ik kreeg al snel allerlei functies. Maar voor mij was het veel te vroeg. Ik wist eigenlijk nog niks van het nationaalsocialisme.’’
Het bevalt hem bij de NSB. ,,Er zaten goeie kameraden bij, allemaal boerenjongens.’’ Maar nu, meer dan driekwart eeuw na de oorlog, zegt hij dat hij afstand neemt van het nationaalsocialisme. Hij noemt de Jodenvervolging als reden. ,,Ik wist ook niks van de concentratiekampen. Ja, ik wist wel dat ze naar het oosten werden gebracht. Maar wat daar gebeurde, daar wist ik niks van.’’ De voormalige landwachter heeft in gesprekken met leden van zijn kerk aangegeven verschrikkelijk veel verdriet te hebben over wat het Joodse volk is aangedaan. Hij is lid van de organisatie Christenen voor Israël die zich inzet voor de bevolking van Israël.
Trouw-journalist Van Gestel wist de hand te leggen op het strafdossier van Luitjens. Die verklikte onder meer dorpsgenoten die zich anti-Duits gedroegen. Hij sloot zich aan bij de hulplandwacht en stuurde een groep NSB’ers aan die patrouille liep en de bezetters hielp met het opsporen van onderduikers en verzetsstrijders. Deze belandden in het Huis van Bewaring in Groningen of in de ‘martelvilla’, het hoofdkwartier van de zogeheten Bloedgroep Norg in villa Nijenhof aan de Langeloërweg.
Hier kaatste hun gegil en geschreeuw tegen de wanden totdat ze door ijskoud water in een badkuip werden gesmoord. In de omliggende bossen vonden executies plaats. Ook wordt Luitjens verdacht van het doden van de Duitse deserteur Walter Körber en verzetsstrijder Hennie Jansen. Dat hij de fatale schoten loste, is nooit bewezen. Zo bleek uit onderzoek op het stoffelijk overschot van de Duitse soldaat dat hij waarschijnlijk door zelfdoding om het leven kwam. Maar Luitjens betrokkenheid bij deze doden staat vast.
Luitjens bij verstek tot levenslang veroordeeld
Luitjens ontkent dat hij ooit iemand heeft gearresteerd of de trekker overhaalde. ,,Nee, maar ik heb mensen wel overgebracht naar Groningen en Norg.’’ Hoe kijkt hij daar nu op terug? ,,Ja, zeggen ze dan. Wat voor de ene kant helden zijn, zijn voor de andere kant misdadigers. Ik zit ertussenin, ik ben geen held en ik voel me ook geen misdadiger. In de kranten en op de televisie werd ik een oorlogsmisdadiger genoemd. Maar als dat zo is dan zat ik hier niet, die werden na de oorlog tegen de muur gezet. Ik ben ook nooit voor oorlogsmisdaden veroordeeld, maar voor hulp aan de vijand in tijd van oorlog.’’
Hierover later meer.
Amateur-historicus Jan Aukema (80) uit Roden verdiepte zich in de geschiedenis van Luitjens. Hij sluit niet uit dat Luitjens, geplaagd door zijn misvormde arm, zich wilde bewijzen ten opzichte van een dominante vader. Aukema herinnert zich de terugkeer van vader Steven Luitjens nadat hij een gevangenisstraf van zes jaar had uitgezeten. ,,Niemand snapte er iets van. Waarom kwam hij terug naar Roden? Hij zocht al snel weer contact met andere oud-NSB’ers.’’
Aukema’s oom Evert Reinder Aukema was een verzetsstrijder die in 1945 in het Duitse concentratiekamp Neuengamme werd vermoord. ,,Hij werd in de kerst van 1944 opgepakt en naar het hoofdkwartier van de Landwacht aan de Kanaalstraat in Roden gebracht. Hij ontsnapte en vluchtte met een bootje over het Leekstermeer, maar werd uiteindelijk toch weer gepakt. Mijn vader is toen nog naar vader Luitjens gegaan. Die had invloed binnen de landwacht. En een telefoon. Mijn vader vroeg of hij een goed woordje voor zijn zwager wilde doen, maar dat weigerde hij. Die zwager van jou is veel te fanatiek, was het antwoord.’’
Het gezin van verzetsstrijder Evert Reinder Aukema tijdens een boottochtje op het Leekstermeer. Bron familie Aukema
Jacob Luitjens wordt na Dolle Dinsdag – september 1944 – lid van de Landwacht. Duitsers en collaborateurs slaan massaal op de vlucht na berichten dat Nederland elk moment bevrijd kan zijn. Later bleek deze berichtgeving niet te kloppen. ,,Ik werkte toen bij een advocaat in Assen. ,,Ik kreeg een geweer in de handen gedrukt. Daar kon ik vanwege mijn arm natuurlijk niet mee schieten. We zorgden er onder meer voor dat de straten veilig waren.’’
Ontsnapping uit Kamp Westerbork en vlucht naar Paraguay
Als de bevrijders naderen, slaat Luitjens op de vlucht. Op 14 april is heel Drenthe bevrijd. Op zijn verjaardag, 18 april 1945, geeft Luitjens zich over aan de politie. Na een kort verblijf in de gevangenis in Veenhuizen komt hij in Kamp Westerbork terecht. Het doorvoerkamp naar de vernietigingskampen in het oosten doet dan dienst als gevangenis voor NSB’ers. Luitjens ontmoet er onder meer de jongste broer van zijn zwager. Luitjens: ,,Hij had onder meer aan het Oostfront gevochten en een schot in zijn longen gekregen. Hij hoestte nog steeds bloed.’’
De twee besluiten te ontsnappen. Luitjens vertelde later tijdens rechtszittingen dat hij er werd mishandeld. ,,Ik ontmoette daar mijn leraar oude talen. Dat was een heel vriendelijke en gewaardeerde man. Hij was helemaal kapot. Ik hoorde later dat dit door de verhoren kwam. Ik voel nog steeds wroeging dat ik hem niet kon opbeuren. Ik dacht: wanneer ze zo beginnen dan is het tijd om weg te gaan.’’
De twee slagen erin naar Duitsland te vluchten. Ze sluiten zich aan bij een groep doopsgezinden die met een schip naar een nederzetting in Paraguay vertrekt. Luitjens noemt zich Gerhard Harder. Het schip, de Charlton Monarch, vertrekt in mei 1948 vanuit Bremerhaven naar Buenos Aires. Maar het voormalige troepentransportschip, dat nog bij D-Day is ingezet, zou de Argentijnse hoofdstad nooit bereiken. Het krijgt motorpech en dobbert lange tijd doelloos op de golven van de oceaan. Bovendien bederft het eten en raakt een groot deel van de passagiers ziek.
Het schip wordt uiteindelijk naar Recife in Brazilië gesleept. Luitjens vliegt door naar Paraguay, naar een van de nederzettingen van de mennonieten. Hier leert hij zijn Russische vrouw Olga kennen. Zij en haar familie zijn doopsgezind en vluchtten voor het communistische bewind van Stalin. Gerhard verandert weer in Jacob als hij zijn ja-woord aan Olga geeft. Ze stichten een gezin. ,,Het was de mooiste tijd van mijn leven. De kinderen waren klein. Het was er primitief. In de voormiddag was ik onderwijzer en in de namiddag boer. Dat leven beviel me goed. Ik ben daar tot het geloof gekomen en werd er gedoopt.’’ Daarbij vraagt hij om vergiffenis aan God. ,,Maar ze zeiden dat ik vergiffenis niet alleen met God maar ook met mijn medemensen moest regelen. Maar die waren in Nederland.’’
Gezin Luitjens emigreert naar Canada
Het zou niet de laatste keer zijn dat hij om vergiffenis vraagt. Na dertien jaar vertrekken Jacob, Olga en hun drie kinderen naar Canada. Daar wonen ook Olga’s ouders. Luitjens: ,,Ik voelde er eerst weinig voor, maar mijn vrouw dacht dat het beter voor de kinderen was.’’
Ze vestigen zich in Vancouver waar Luitjens, de voormalige rechtenstudent, na een amper overwogen loopbaan als huis-aan-huisverkoper van mixers een baan als laboratoriuminstructeur aan de universiteit – waarvoor hij eerst een opleiding volgde – krijgt. Luitjens moeder bezoekt hem enkele malen. ,,Mijn vader heb ik nooit meer gezien. ‘De volgende keer neem ik hem mee’, zei mijn moeder dan. Maar toen was hij al gestorven.’’
Het gezin woont er jarenlang ongestoord. Jacob is geliefd bij de studenten vanwege zijn kalme en geduldige karakter. Het verleden lijkt vergeten. Lijkt. De Nederlandse justitie weet haarfijn waar hij uithangt en probeert achter de schermen hem uitgeleverd te krijgen. Als in de jaren ‘80 journalisten hem op het spoor komen, is het onbezorgde bestaan voorbij. De vader, echtgenoot, universiteitsmedewerker en kerkganger wordt een prooi voor de media. De Nederlandse justitie, die Luitjens bij verstek in 1948 tot levenslang veroordeelt, vraagt om zijn uitlevering. Canada voelt er aanvankelijk weinig voor, maar dit verandert als het land de reputatie krijgt een toevluchtsoord voor oud-nazi’s te zijn.
Journalist Harry Wubs van het is erbij als Luitjens, 69 jaar oud, in april 1989 voor het gerechtshof verschijnt. Hij schrijft: ‘Een man van 69. Voor zijn leeftijd good looking. Driedelig grijs, bijpassende das, goudgerande bril. Iemand die het heeft gemaakt in zijn leven.’
Maar het valt nog niet mee een Canadees staatsburger het land uit te zetten. De Canadese justitie moet aantonen dat Luitjens op valse gronden de Canadese nationaliteit heeft aangevraagd om hem vervolgens het staatsburgerschap te ontnemen. Dit lukt pas na een lang en slepend proces. De zaak is groot nieuws in zowel Canada als Nederland. Ietwat merkwaardig – zo valt achteraf te constateren – omdat zowel vriend en vijand het erover eens zijn dat Luitjens, hoewel een collaborateur, niet in dezelfde categorie als een Eichmann en Mengele valt. ,,Middencategorie’’, zo constateerde een oud-officier van justitie in Van Gestels podcast.
Canada levert Luitjens uit aan Nederland
Harry Wubs, wiens tante nog in de dierenartsenpraktijk van vader Luitjens had gewerkt, verdiepte zich jarenlang in de zaak. Het proces in Canada beschouwde hij bijna als een anticlimax. Was Luitjens wel echt de Schrik van Roden? Hij schrijft in december 1993: ‘Per zittingsronde ontstonden meer vraagtekens. Mijn aanvankelijk enthousiasme over het proces sloeg om in gereserveerdheid, mondde zelfs uit in twijfel. Canada was populair gezegd bezig met een kanon op een mug te schieten. Vond ik en vind ik nog.’
Waarom veroordeelde Nederland hem in 1948 dan tot levenslang? Waarschijnlijk om te voorkomen dat Luitjens bij zijn terugkeer wegens verjaring niet meer kon worden vervolgd. Deskundigen vermoeden dat hij – indien hij niet uit Westerbork was ontsnapt – mogelijk al na enkele jaren in vrijheid was gesteld, zo blijkt uit de podcast . Zo kwam zijn vader na zes jaar gevangenis vrij.
In 1992 wordt Luitjens, toch nog onverwacht, aan Nederland uitgeleverd en komt hij voor de rechtbank in Assen te staan. Weer valt het woord vergiffenis, zo blijkt uit een van de krantenartikelen.
Jacob Luitjens, die in 1948 is veroordeeld tot levenslang, als hij in 1991 bij de rechtbank in Assen arriveert. Foto Koen Suyk/ANP
‘In een uitvoerig persoonlijk woord zei Luitjens, wegens collaboratie met de Duitsers in 1948 bij verstek tot levenslang veroordeeld, dat hij in 1983 in Canada al heeft voorgesteld boete te doen tegenover alle benadeelden. Hij opperde dit in een vraaggesprek met A. van der Heide, hoofdredacteur van het Nederlandstalige blad in Vancouver. Luitjens: ‘Ik heb hem gezegd dat ik al deze mensen persoonlijk wil ontmoeten waar en wanneer zij maar willen. (…) En als persoonlijke ontmoetingen in de gevangenis niet kunnen dan misschien per brief. Ik wil worden vergeven en wil anderen vergeven.’
Luitjens komt in het Huis van Bewaring van Groningen terecht waar hij – zo achterhaalde Trouw-journalist Van Gestel – een goede verstandhouding opbouwt met de toenmalige directeur die hem tot op de dag van vandaag nog maandelijks opzoekt. Mede op zijn voorspraak wordt Luitjens voorgedragen voor gratie die toenmalig koningin Beatrix hem na 28 maanden verleent.
Hoogbejaarde Luitjens nog steeds stateloos
Luitjens is vrij, maar eigenlijk nog steeds gevangen. Hij is nu stateloos en mag Nederland niet verlaten, terwijl zijn vrouw en kinderen nog steeds in Canada wonen. Uiteindelijk krijgt hij een verblijfsvergunning, maar tot op de dag van vandaag heeft hij nog steeds geen paspoort. Hij leeft van zijn pensioen en vestigt zich uiteindelijk in het Friese dorp waar ook familie van hem woonde. ,,Hier heb ik ook een geestelijk huis gevonden.’’ Hij doelt op de baptistengemeente.
Zijn vrouw voegt zich uiteindelijk bij hem, maar vertrekt weer naar Canada als ze begint te dementeren. Luitjens wijst naar een foto op een kast tegenover hem waarop zij samen lachend in de camera kijken. ,,Dat was twee jaar geleden toen ik 100 werd. De kinderen hebben haar toen speciaal hiernaartoe gebracht. Toen was ze al veel vergeten.’’
Hij heeft zelf nooit meer een poging ondernomen om de Nederlandse nationaliteit aan te vragen. ,,De Nederlandse regering heeft mij zonder rechtszaak de Nederlandse nationaliteit ontnomen, dan kan ze mij die ook teruggeven. Nu hoeft het niet meer. Ik ben een burger van boven.’’ Zijn rechterhand wijst eerst omhoog en snijdt daarna horizontaal door de lucht. ,,Ik wil er gewoon een streep onder zetten.’’
Luitjens heeft het ook opgegeven om slachtoffers om vergiffenis te vragen. ,,Ik heb het geprobeerd, maar ze willen niet met me praten. Natuurlijk weet ik dat mensen hebben geleden, dat ze door mij bijvoorbeeld in een kamp zijn terechtgekomen. Ik vind dat heel erg, ik wens niemand iets slechts toe.’’ Wat zou hij ze willen zeggen? ,,Dat ik er spijt van heb. En of ze mij vergeven willen.’’
Jacob Luitjens wacht op deze foto uit begin jaren negentig op het moment dat de auto van de parketpolitie het Huis van Bewaring kan binnenrijden. Foto: Archief DVHN/Wladimir van der Burgh
‘Vergiffenis van God? Stuur dan ook een kopie van het antwoord naar de slachtoffers’
Aukema kijkt er van op. ,,Hij heeft bij mijn weten nog nooit een stap – letterlijk en figuurlijk – richting slachtoffers of hun nakomelingen gezet. Hij heeft volgens mij eens in de rechtbank gezegd dat mensen naar hem toe mogen komen, maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik hoorde ook dat hij God om vergeving heeft gevraagd. Ik zou zeggen: stuur dan ook een kopie van het antwoord naar de slachtoffers. Overigens, bij mij is hij welkom.’’
Maar de kans is klein dat Luitjens vanwege zijn gezondheid ooit nog de reis naar Roden maakt. Hij hoopt dat hij nog genoeg energie heeft om een enkel bezoek aan de kerk in het dorp te brengen. Om afscheid te nemen.
In april wordt Luitjens 103. Wensen heeft hij niet. Hoewel, toch eentje. Weer wijst de rechterhand naar boven. ,,Daar wil ik heen. Naar huis.’’