Clarence werd in 1943 geboren in kamp Westerbork. Zijn moeder danste in het kampcabaret voor SS-officier Adolf Eichmann. Zo werden ze gered van de gaskamers. Nu, tachtig jaar later, is de familie samen in Westerbork voor de boekpresentatie over hun familieverhaal.
Hier vlakbij werd hun opa, vader en oom Clarence geboren. Op 1 mei 1943, in het ziekenhuis van kamp Westerbork. Daar een paar honderd meter vandaan, waar ooit barak 9 stond, danste zijn moeder Catharina in het kampcabaret. Ook andere familieleden kwamen hier terecht. De een overleefde de oorlog. De ander werd gedeporteerd naar het oosten en vermoord.
Het is bijna tachtig jaar later. Clarence van den Berg is nu 81 jaar. Hij is ernstig ziek en kan er niet bij zijn, maar volgt de presentatie via een videoverbinding. Zijn dochter Claire is er wel. Net als ongeveer dertig andere familieleden, die in de zaal van herinneringscentrum Westerbork bijeenkomen voor de boekpresentatie over het oorlogsverhaal van hun familie.
In Catharina beschrijft Frank Krake het opzienbarende oorlogsverhaal van de Joodse familie Brücker. Catharina (1917) is de oudste van vier kinderen. Izaac is haar jongere broer, Henny en Bep haar jongere zussen.
Vechten tegen het noodlot
Als de oorlog uitbreekt, heeft hun vader Mozes een succesvol kleermakersbedrijf in Rotterdam. Maar de ene na de andere anti-Joodse maatregel maakt het leven steeds moeilijker. De familie doet er alles aan om het noodlot te ontlopen: ze schrijven brieven om te bewijzen dat ze van Arische afstamming zijn, ze duiken onder en ze ontsnappen na arrestaties.
„Dit boek is een voorbeeld van hoe een Joodse familie vecht tegen het noodlot. Vanaf het moment dat vader Mozes beseft dat zijn inschrijving als Jood zijn noodlot bestempelt, gaat hij in de ankers”, omschrijft Krake.
Ondanks hun verzet wacht het onvermijdelijke voor de Brückers. Ze belanden in verschillende kampen. Catharina en haar man Jacques worden tijdens een razzia opgepakt en komen terecht in doorgangskamp Westerbork. Catharina is dan 24 jaar en hoogzwanger.
Dansen voor haar leven
Haar baby Clarence wordt op 1 mei 1943 geboren in het kamp. Zijn vader mag hem nog één keer zien voor hij wordt afgevoerd naar Sobibor. Hij laat een afscheidsbrief achter voor zijn vrouw. Zijn boodschap: ‘Denk alleen aan jezelf en je zoon’.
Daar luistert ze naar. Vanwege haar ervaring als danseres wordt Catharina, net als andere Joodse gevangen, gevraagd voor het kampcabaret. Kampcommandant Albert Gemmeker zorgt voor vermaak om het leven in het kamp rustig te laten verlopen. Catharina twijfelt niet: iedereen wil meedoen om transport te ontlopen. Valse hoop, blijkt later.
„Iedere dinsdagochtend vertrok een trein naar het oosten. Diezelfde avond was er een cabaretvoorstelling. Een groter contrast kan haast niet”, zegt Krake.
Volgens een getuigenis van Catharina (die ze in haar laatste levensjaren op camera liet vastleggen), bezoekt SS-officier Adolf Eichmann op een van die avonden het cabaret. Hij zou later bekendstaan als de architect van de Holocaust.
Uiteindelijk staan ook Clarence en zij op de transportlijst naar Auschwitz. Voor hun vertrek melden ze zich en overhandigen ze hun papieren aan een SS’er. Ze herkent hem: het is Eichmann. Hij stuurt haar niet naar het gevreesde Auschwitz, maar naar getto en doorvoerkamp Theresienstadt in Tsjechië.Ook daar zijn de omstandigheden slecht: de barakken zijn overvol, smerig, er is te weinig te eten en er heersen ziektes. Clarence krijgt meerdere keren longontsteking.
In Theresienstadt kruist haar weg opnieuw met SS’er Eichmann. Catharina grijpt haar kans en vraagt hem om een beter verblijf. Diezelfde dag nog krijgen ze een eigen kamer in een warm huis, waardoor ze de oorlog overleven.
Ook haar broer Izaac en zussen Henny en Bep overleven de oorlog. Hun ouders, Mozes en Rosetta, worden vermoord in Auschwitz.
„Het is heel bijzonder dat de vier kinderen het overleefd hebben en wij nu met de kinderen en kleinkinderen hier bij elkaar zijn”, zegt Claire van den Berg (53), dochter van Clarence. „We zijn drie jaar met het boek bezig geweest. Mijn vader wilde het verleden eerst laten rusten. Maar ik zei tegen hem: dit moet verteld blijven worden.”
Ze is blij dat hij geluisterd heeft. „Ik heb een traantje weggepinkt tijdens het lezen. Voor mijn vader was het lezen al helemaal emotioneel. Maar ik denk dat hij, net als ik, heel erg trots is op zijn familieverhaal.”
Ook Ellen-Roos Brücker (66), dochter van Izaac, is trots. „Trots op hoe die vier kinderen op hun eigen manier wisten te overleven. Mijn vader is drie keer opgepakt en drie keer ontsnapt. Ik ben trots dat ik een dochter van hem mag zijn en de naam Brücker draag.”
De nazaten van de familie Brücker. Met v.l.n.r.: AD-journalist Elise Spetter (bij wie Clarence voor het eerst zijn verhaal deed en bij wie het balletje voor een boek is gaan rollen), Dick van Dam, Claire van den Berg, Robert Brücker, Ellen-Roos Brücker, Anite Cenning, Gail Heaslip. Foto: Marcel Jurian de Jong
Redde SS-officier Adolf Eichmann Catharina?
Schrijver Frank Krake deed drie jaar lang onderzoek. Daarvoor reisde hij naar herinneringscentrum Yad Vashem in Israël en bezocht hij het Getto Museum in Theresienstadt en de herdenkingscentra van Westerbork en Auschwitz-Birkenau. Ook sprak hij met familieleden van de Brückers, betrokkenen en deskundigen.
Drie van de hoofdrolspelers hebben getuigenissen afgelegd op beeld. Zo deed Catharina, voor ze overleed in 2003, haar verhaal tijdens een bezoek aan Yad Vashem en later in een interview met de BBC.
Krake zocht naar ondersteunend bewijs voor Catharina’s verhaal door Eichmann te zijn gered. Hij vond geen tweede verklaring van een andere ooggetuige. Ook zijn er geen foto’s of documenten die bewijzen dat Eichmann Westerbork ooit heeft bezocht.
„Het is en blijft de getuigenis van Catharina. Ik kan dat niet onomstotelijk bewijzen, maar ik heb wel ondersteunend bewijs gevonden dat het verhaal aannemelijk maakt”, zegt Krake.
Zo wijst hij erop dat meerdere deskundigen de mogelijkheid bevestigen dat Eichmann in Westerbork is geweest. „Eichmann hield van mooie vrouwen. Ook als ze Joods waren. Hij hield van cabaret en dansen en was seksueel ontremd. Ook bezocht Eichmann meermaals zijn maîtresse in Den Haag. Bovendien inspecteerde Eichmann regelmatig concentratiekampen in andere landen om erop toe te zien dat zijn ‘logistieke proces’ efficiënt verliep.”
De kampcommandant van Westerbork, Albert Gemmeker, heeft altijd ontkend dat hij Eichmann heeft ontmoet. „Maar opgespoorde notulen van een overleg waar beide SS-heren bij aanwezig waren, op 10 november 1943, bewijzen het tegendeel.”
Krake concludeert: „Die combinatie maakt het aannemelijk dat hij het kamp zelf bezocht heeft en Catharina redde van de gaskamers. zijn veel meer onwaarschijnlijke zaken gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog.”