Aram (21), Ariana (15), Aleksandr (49), Karine (42), Aleksa (4) en Amelia (11) (v.l.n.r.) vermaken zich onder meer met bordspelletjes. Foto: Marco Keyzer
Karine (42), Aleksandr (49) en hun vier kinderen Aram (21), Ariana (15), Amelia (11) en Aleksa (4) Babayants uit Emmen wonen nu een jaar in de Protestantse Wijkgemeente Open Hof in Kampen. Al die tijd zit de familie binnen, zodat ze niet terug naar Oezbekistan worden gestuurd. Niemand weet voor hoelang nog.
Half 8 in de ochtend, de wekker van Ariana (15) gaat. Ze kijkt op haar rooster. De les begint om 9 uur. Vandaag staan wiskunde en biologie op de planning.
In de beginmaanden dat ze in de kerk woonde, volgde ze nog online les van het Esdal College in Emmen. Dat was haar school. Maar na de zomervakantie kon Ariana opeens niet meer in de roosterapp. Toen ze haar mentor belde om te vragen waarom ze haar lessen niet zag staan, bleek ze uitgeschreven te zijn. Ariana staat immers niet meer geregistreerd in Emmen.
Dat wist ze niet. Ze was best teleurgesteld. Maar Ariana gaf school niet op. Ze doet de vakken wiskunde, biologie, Nederlands, Engels, economie en maatschappijkunde van klas 3 van het vmbo-kader/tl zelf wel. Ze is inmiddels zelfs bezig met doorstromen naar het vmbo-tl, een leerniveau hoger.
Sinds een paar weken krijgt Ariana privéles. Omdat online onderwijs volgen niet meer ging, schreef het Open Hof een advertentie uit. Zo’n vijftien docenten, gepensioneerd of met vrije tijd, komen sindsdien vrijwillig een paar uur naar de kerk om les te geven aan Ariana en haar zusje Amelia. De leraren nemen het lesmateriaal mee. De kerkasielschool, noemen ze het. En eigenlijk is dat fijner dan achter een scherm zitten. Want nu heeft Ariana tenminste weer écht contact.
„Ik voel me wel een beetje apart”, vertelt ze. „Ik kan niet naar buiten, of naar school. Het voelt alsof er een muur staat tussen mij en andere kinderen die wel naar school gaan.”
Marathon-kerkdienst
Het Oezbeekse gezin Babayants verblijft al ruim 11 jaar in Nederland, waarvan zo’n 8 jaar in het asielzoekerscentrum in Emmen. De twee jongste kinderen, Amelia en Aleksa, zijn hier geboren; de twee oudste kinderen, Aram en Ariana, hebben nauwelijks nog herinneringen aan hun geboorteland.
Toen in november vorig jaar hun laatste verzoek om een verblijfsvergunning werd afgewezen, zochten ze uit angst voor uitzetting hun toevlucht in het Open Hof in Kampen. De kerk verleende hen het zogeheten kerkasiel: zolang er 24 uur per dag, 7 dagen per week een dienst aan de gang is, mag de politie niet naar binnen om de familie op te halen en op het vliegtuig te zetten.
De witte voordeur van het Open Hof zit niet echt op slot. De Babayants kunnen zo naar buiten lopen. Niemand die hen dan zal tegenhouden. Maar dat doet het gezin niet. Buiten zijn ze immers vogelvrij. Dus zien de Babayants elke dag bezoekers naar binnen en weer naar buiten gaan, maar blijft voor hen de voordeur altijd dicht. De enige frisse neus die ze af en toe buiten kunnen halen, is in een speciaal aangelegd binnentuintje.
In de schijnwerpers
Kerkasiel is in Nederland al een oud fenomeen, maar de laatste jaren komt het zelden voor. De laatste keer was in 2019, toen het Armeense gezin Tamrazyan in Den Haag kerkasiel kreeg. Na 97 dagen mochten ze toch in Nederland blijven.
Dat betekende ook dat Ariana in november 2024, toen haar gezin het volgende kerkasiel kreeg, op haar 14de in één klap landelijk in de schijnwerpers kwam. De kranten en omroepen wilden de familie allemaal spreken, op de foto zetten, filmen. De afgelopen maanden was het even wat rustiger. Maar nu, 365 dagen later, staan de journalisten weer in de rij. En dus staat de familie iedereen deze weken te woord. Beleefd, geduldig, en met een glimlach.
Om overzicht te bewaren, laat het gezin hun woordvoerder alle interviews inplannen. Journalisten zijn overal welkom, behalve in hun eigen ruimte achter in de kerk. Daar slapen en wonen ze, dat is alleen voor henzelf. En alle zes gezinsleden gaan wel op de foto’s, maar de interviews doen ze niet gezamenlijk; de familie kiest onderling wie van hen die dag het woord voert. Dan heeft de rest even rust.
Nu beantwoordt Ariana de vragen, samen met haar oudere broer Aram.
Ariana voert vaak het woord voor haar familie. „Ik vond al die camera’s in het begin wel heel spannend”, vertelt ze. Ze zit naast Aram aan de grote tafel in de kamer van de kerkasielschool, een van de ruimtes in de gang naast hun woning. „Ik vond het best eng. Wat als ik iets fout zeg of een vraag niet begrijp? Maar het ging goed."
En dat gaat het een jaar later nog steeds. „Ik vind het ook leuk, want ik wilde vroeger lange tijd actrice worden”, zegt Ariana. Bovendien heeft ze een doel. „Ik vind het heel belangrijk dat mensen kunnen zien wie wij zijn en wat er gebeurt.”
Amelia (11, links) en Ariana (15) doen vaak samen hun huiswerk. Foto: Marco Keyzer
Ze is snel volwassen geworden. Ze is al op tv geweest bij het Jeugdjournaal, bij RTL, bij Hart van Nederland. Interviews voorbereiden doet Ariana niet: ze zegt gewoon wat er in haar opkomt. Go with the flow, zoals ze dat zelf omschrijft.
Vooral het bezoek van het NPO-programma Even tot hier ter gelegenheid van Koningsdag, die dit jaar ook in Emmen was, vond de familie erg leuk. Hun vrienden uit Emmen stonden als verrassing opeens in de kerk, en zangduo Suzan en Freek had een videoboodschap voor het gezin opgenomen. „Wij wisten echt van niks”, glundert Ariana.
Je kunt rustig zeggen dat het gezin het afgelopen jaar een beetje beroemd is geworden. Maar wel om de verkeerde reden, zegt Aram. Want het is oneerlijk.
„Je wil buiten zijn, je wil gewoon je ding doen. Vooral als je niks fout hebt gedaan. Je kunt integreren, al die jaren wordt het je aangeboden. Je leert de taal, gaat naar school, wil gaan werken. En na 11 jaar zeggen ze: ‘Het is jouw fout dat je hier zo lang bent, je moet weg’.”
'Ik mis ze heel erg’
Aram is opgeleid in de ICT. Hij heeft een mbo 2-diploma; verder leren mocht niet meer, want toen werd hij 18 jaar. Dan ben je niet meer leerplichtig, dus zonder documenten stopt het dan. Zijn dagen slijt hij nu met sporten, heel veel sporten.
Voetballen deed hij altijd bij DZOH in Emmen, maar dat kan natuurlijk niet meer. Nu traint hij met zijn vader. Tafeltennissen, opdrukken, oefeningen met gewichten, handstanden. Die laatste demonstreert Aram overigens wel eens, als hij bezoekers aan de almaar voortdurende kerkdienst tegenkomt in de ontvangsthal. Verder probeert hij zichzelf wat bij te scholen op de computer en helpt hij met de website van het kerkasiel. Zolang hij maar bezig is, actief blijft.
Vader Aleksandr (49) sport veel met zoon Aram (21). Foto: Marco Keyzer
Dat geldt ook voor Ariana. Als ze klaar is met school en haar huiswerk houdt ze ervan om te dansen, tekenen of te spelen met haar jongere zusjes. Samen met Amelia heeft ze een TikTok-account aangemaakt waar ze dansjes op plaatsen. Haar ouders krijgen twee keer in de week les in de Nederlandse taal; diezelfde docent geeft ook muziekles, dus nu leren Ariana en Amelia pianospelen.
Hun vrienden uit Emmen komen nog steeds op bezoek. Laatst nog kwamen Ariana’s vriendinnen van haar oude dansschool CharDance in Emmen logeren. „Ik was heel blij om hen te zien”, vertelt ze. Weer afscheid nemen na de logeerpartij was des te moeilijker. „Ik mis ze heel erg. Maar dan heb je wel iets om op terug te kijken.”
Er is genoeg te doen, zegt Ariana. Het gezin doet alle normale gezinsdingen. En toch. Het is allemaal zo dubbel. Er is niks normaals aan hun leven. Boodschappen doen, bijvoorbeeld. „Mijn moeder schrijft op wat we nodig hebben en dan haalt iemand van de kerk dat twee keer per week voor ons op.” Best raar, zegt Aram. Want recht tegenover de kerk is de Albert Heijn gewoon open. Het is enkel een kwestie van de straat oversteken.
Die witte voordeur van de kerk blijft altijd tussen hen en de vrije buitenwereld in staan. Maar als je daar continu aan denkt, word je knettergek. Dus doen ze dat niet.
‘Mensen blijven maar komen’
Ariana en Aram weten nog precies hoe ze voor het eerst in de kerk binnenkwamen. In een ruime kamer zagen ze zes bedden op een rij klaarstaan. Er is een bankstel, tv, een tafel. Inmiddels hangen er ook gordijnen om het slaapgedeelte af te scheiden van het woongedeelte. Er is een mobiele douche, twee wc’s en een klein keukentje, waar moeder Karine het snijwerk kan voorbereiden. Koken kan in de grote keuken van de kerk – die heeft een afzuigkap.
Iedereen was die eerste dag emotioneel. Er waren mensen geweest die de ruimte speciaal voor hen als een gezellig, klein huisje hadden ingericht.
Ariana (15), Amelia (11) en Aleksa (4) (v.l.n.r.) helpen moeder Karine (42) wel eens in de keuken. Foto: Marco Keyzer
„In de kerk is het een miljoen keer beter dan in het azc. Daar kun je altijd opgehaald worden. Ik ben op die manier veel vrienden kwijtgeraakt. Dan spreek je iets af en zijn ze er de volgende dag niet meer”, zegt Aram. „Die eerste dag hier konden we eindelijk goed, met twee ogen dicht, slapen.”
Ariana wil daar graag iets aan toevoegen. „Voordat ik ga slapen, denk ik eraan dat er mensen in de kerk een dienst voor ons aan het houden zijn. Dat vind ik echt heel bijzonder.”
Dat motiveert om door te gaan. Om niet op te geven.
Aram: „Mensen blijven maar komen, uit heel het land. Ik heb er geen woorden voor.”
Verloren tijd
Als één van hen er toch doorheen zit, dan hebben ze elkaar. Aram laat zijn nek zien: ‘familia’, staat er, in verticaal getatoeëerde letters. Dat heeft hij samen met zijn vader gedaan, toen de rechter vorig jaar zomer op het laatste moment had geoordeeld dat ze toch niet vanuit de vreemdelingendetentie in Zeist het land uitgezet zouden worden. Dat was voordat het gezin in oktober dat jaar opnieuw slecht nieuws zou krijgen over hun laatste asielaanvraag, waarna ze in Kampen zouden worden opgevangen.
Je maakt met elkaar veel mee. „Mijn familie is het belangrijkste dat ik heb”, zegt Aram. Meestal helpt samen over hun situatie praten. „En anders doe ik mijn oortjes in en ga ik sporten.” Ariana doet iets soortgelijks. Koptelefoon op, dan komen de dansbewegingen vanzelf.
Een echt leven opbouwen lukt nu niet. Het is hier in Kampen de dagen doorbrengen, volhouden. „Deze tijd krijg je niet meer terug. Het is zonde, je leven staat op pauze”, zegt Aram. „Je denkt elke dag aan de vraag hoelang dit nog duurt. Elke dag als je wakker wordt, hoop je dat dit de dag is waarop je naar buiten mag. Niemand had verwacht dat het nu een jaar zou duren.”
Ariana: „Dat is het moeilijkste. Wanneer komt er duidelijkheid?”
'Blijven hopen op een oplossing’
Hoop is er desondanks volop. Zeker nu de verkiezingen zijn geweest en er een andere regering komt. „Eigenlijk kan dit niet zo doorgaan. We blijven hopen op een oplossing”, zegt Aram. Het is wachten tot er een regeling komt voor gewortelde kinderen. Voor hen, en alle andere gevluchte kinderen die hier al zo lang zijn dat ze zich Nederlander voelen en niet meer terug naar het land van herkomst kunnen.
Het is wachten.
Wachten tot de dag waarop die witte voordeur van het Open Hof in Kampen eindelijk opengaat.
'Het vuur zit er nog steeds in’
Al een jaar lang lukt het om de roosters van de 24-uursdiensten vol te krijgen, zegt dominee Kasper Jager, voorganger van het Open Hof in Kampen. „Onvoorstelbaar dat er al een jaar voorbij is gevlogen. Het vuur zit er nog steeds in.”
Voorgangers uit heel Nederland en van allerlei geloofsstromingen kunnen zich inschrijven om een viering van 2 of 4 uur voor te gaan. Er wordt dag en nacht gebeden, gepredikt, gezongen en uit de Bijbel gelezen. Zolang de tafelkaars maar blijft branden; die wordt overgedragen van voorganger aan voorganger. Want zolang er een dienst gaande is in de kerk, kan de politie niet binnenkomen. Vanwege het recht op de godsdienstvrijheid mag een kerkdienst namelijk niet worden verstoord.
Om de diensten te laten draaien, zijn per dag zo’n vijftig vrijwilligers nodig. Ook zij melden zich vanuit het hele land. Er staat 24 uur per dag thee en koffie klaar voor bezoekers en er is altijd een ontvangstcomité in de kerk.
‘We zijn van ze gaan houden'
De familie Babayants is in een jaar tijd onderdeel van de kerk geworden, vertelt dominee Jager. „We hebben wel eens gedacht aan de optie om het kerkasiel door een andere kerk te laten overnemen, maar we zijn hier gewoon van ze gaan houden.”
Dominee Kasper Jager. Foto: DvhN
Hij ziet het gezin steevast praatjes aanknopen met de kerkbezoekers als ze elkaar tegenkomen op de gang. „In het begin nam iedereen wat lekkers en cadeautjes voor ze mee, maar we hebben gezegd dat mensen daarmee moesten stoppen. Het was gewoon te veel.”
Gewortelde kinderen
Jager was ook betrokken bij het vorige kerkasiel, van het Armeense gezin Tamrazyan in Den Haag. Zo kwam de familie Babayants bij hem terecht. „Ik wist niet hoe het er echt aan toe ging in de asielketen in ons land. Daar ben ik wel van geschrokken”, zegt hij.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft vorig jaar becijferd dat er zo’n 420 kinderen in Nederland 5 jaar of langer wachten op een verblijfsvergunning. Dat zijn zogeheten gewortelde kinderen. Asielprocedures duren vaak zo lang, dat kinderen al gewend zijn geraakt aan het leven in Nederland voordat er een besluit is genomen. Van 2013 tot 2019 was er voor deze groep het Kinderpardon, waarmee ze vaak toch konden blijven. De familie Babayants voldeed destijds niet aan de voorwaarden. Nu bestaat er niet meer zoiets als het Kinderpardon.
De Babayants zijn dit jaar niet de enige familie uit Emmen die al lang in Nederland verblijven, maar toch weg moeten. De Nigeriaanse Lydia Imuse en haar drie kinderen Rejoice (7), Sarah (11), Isaac (16) woonden 9 jaar lang in het azc in Emmen, tot ze afgelopen mei definitief terug op het vliegtuig naar Nigeria werden gezet.
‘Nog een jaar kunnen wij wel aan’
Ondertussen weet niemand hoelang het kerkasiel van de Babayants nog gaat duren. „Voor zover ik weet, is er het afgelopen jaar geen politie aan de deur geweest. Maar we zullen vast wel van ergens vandaan in de gaten worden gehouden”, zegt Jager.
„Er wordt wel eens voorgesteld om ’s nachts geen viering te houden, maar te gaan slapen in de kerk. Dan houdt één iemand de wacht, en beginnen we een viering zodra er politie voor de deur staat. Maar dat gaan we niet doen. Het is juist de doorlopende viering die ons gaande houdt, ook ‘s nachts."
En dus gaan ze door, besluit Jager. „Het duurt nu voor de familie natuurlijk al te lang. Maar als het nóg een jaar zou moeten, dan denk ik nu dat ons dat wel gaat lukken.” Sterker: „Als het straks stopt, vallen we in een zwart gat.”