Hero Hokwerda in zijn werkkamer. Foto: Nienke Maat
Hero Hokwerda uit Groningen heeft iets gedaan wat niemand in Nederland hem nadoet. Hij wekte op papier de dode dichter Kavafis opnieuw tot leven.
Een kleine groep mensen is geïnteresseerd in poëzie. Een kleinere groep is geïnteresseerd in Nieuwgriekse poëzie. En een nog kleinere groep in de vertaling van Nieuwgriekse poëzie.
Voor die mensen, en uiteraard alle anderen, waagde Hero Hokwerda uit Groningen zich aan het werk van de Grieks-Alexandrijnse dichter Konstantinos Kavafis (1863–1933). En dan niet alleen diens poëzie, maar ook het proza. Een uitzonderlijke prestatie.
Want daarmee onderscheidt hij zich van toch al schaarse voorgangers. Professor Gerard Blanken (1902–1986) verzorgde eind jaren zeventig de eerste volledige vertaling van de door Kavafis erkende gedichten. Kort daarna, begin jaren tachtig, volgde een eigenzinnige vertaling door dichter Hans Warren (1921–2002) en diens partner Mario Molegraaf.
Woordenboekenvertaling
Volgens Hokwerda (Noordhorn, 1949) kon het beter. „Ik wil niet al te veel afgeven op mijn voorgangers”, zegt hij. „Blanken kende de Griekse taalgeschiedenis heel goed. Maar in hoeverre hij de Griekse spreektaal kende die Kavafis ook gebruikte, vraag ik me af. Zijn vertaling is een academische vertaling, te veel een woordenboekenvertaling naar mijn smaak.”
Een getekend portret van Konstantinos Kavafis (1863–1933) in de woonkamer van Hero Hokwerda. Foto: Nienke Maat
Die van Hans Warren en Mario Molegraaf is hem te veel ‘Warren’. „Ik ben zelf geen dichter. Ik heb ooit een gedicht gepubliceerd. Ik kan het me niet toe-eigenen in de zin van er mijn eigen poëzie van te maken; Warren deed dat wel. Dat hoeft op zichzelf niet erg te zijn. Warren was een dichter en had daar een goed gevoel voor. Molegraaf overigens ook.”
Hokwerda wilde als vertaler iets anders: laten zien hoe dichtkunst, proza, ideeën en levensloop samenhangen. En aldus duidelijk maken waaraan Kavafis, die een deel van zijn eigen gedichten verwierp, zijn wereldberoemde status te danken heeft.
Gaydichter
Daar ging geen openbaring of plotseling inzicht aan vooraf, vertelt Hokwerda over zijn ontdekking van de dode dichter. „Ik studeerde tussen 1968 en 1977 klassieke talen, met Nieuwgrieks als hoofdvak. In die jaren kwam Kavafis vanzelf langs.”
Hokwerda moest ervoor naar Thessaloniki, waar hij postdoctorale studies deed en college kreeg van Giorgos Savvidis, internationaal erkend Kavafis-specialist. „Zijn colleges waren een genot om naar te luisteren.”
De werkkamer van Hero Hokwerda in Groningen getuigt van een grote liefde voor het gedrukte woord. Foto: Nienke Maat
In Nederland had Kavafis toen al een zekere naam. „Er waren eigenlijk twee toegangen. Een via de klassieke wereld, die van oud‑gymnasiasten en classici. En een via de homocultuur, waar hij als dé gaydichter werd gezien.”
Hokwerda voelde zich aangesproken door de eerste route. Hij leerde eerst de zogeheten historische gedichten van Kavafis kennen, die niet zozeer gaan over het roemruchte Griekse verleden. „Hij gebruikte die geschiedenis om menselijke reacties te tonen: hoe iemand omgaat met verlies, macht en vergankelijkheid.”
Bijzonder inkijkje
Het plan voor het grootse vertaalproject kreeg vorm toen Patrick Everhard van de Historische Uitgeverij zich in 2014 bij hem meldde. Door andere verplichtingen – Hokwerda vertaalde toen ook romans van Nikos Kazantzakis – begon het project pas echt in 2017.
Het oorspronkelijke idee omvatte drie delen: het proza, de 154 erkende gedichten en eventueel ook de zogeheten niet-erkende gedichten. Dat laatste plan liet Hokwerda varen. Wel begon hij bewust met het proza, omdat de verhalen, artikelen en notities een bijzonder inkijkje geven in het denken en voelen.
Hokwerda: „Wat tot mij doordrong, is hoe weinig we eigenlijk zeker weten over zijn homoseksualiteit.” In biografieën worden de gedichten nogal eens als directe biografische documenten gelezen. „Maar daar is geen harde basis voor.”
Herinnering en verlangen
De zinnelijke gedichten, die voor iedereen te lezen zijn, ook voor mensen in de hectische leeftijdscategorie dertig tot vijftig jaar, gaan volgens Hokwerda vooral over herinnering en verlangen, niet per se over vervulling. „Het niet-vervulde speelt een enorme rol. Hij schrijft over het oproepen van momenten achteraf.” Dat maakt hem moderner dan veel van zijn tijdgenoten. „Maar het woord ‘gay’ vind ik eerlijk gezegd te modern voor Kavafis.”
Wat Hokwerda aanspreekt, is Kavafis’ afwijkende kijk op de Griekse geschiedenis. „Voor ons houdt de Griekse geschiedenis vaak op na Alexander de Grote. Voor Kavafis begint het dan pas.” De klassieke periode speelt bij hem een relatief kleine rol, het hellenisme des te meer. Dat heeft alles te maken met Alexandrië, de stad waar hij het grootste deel van zijn leven woonde. „Alexandrië is een hellenistische stad.”
Die context maakt Kavafis tot een kosmopolitische figuur, laverend tussen oost en west. „Hij heeft een tijd in Engeland gewoond, voelde die spanning scherp, maar zag zichzelf uiteindelijk als een oosterse Griek. Dat is iets anders dan een Griek uit Griekenland.”
‘Ithaka’ en ‘Ver weg’
Gevraagd met welk gedicht Kafavis goed voorgesteld kan worden aan het publiek, kiest Hokwerda aanvankelijk voor Ithaka, zijn meest bekende. Maar omwille van de lengte valt de keuze uiteindelijk op Ver weg, waarin Kafavis in de eerste drie regels een liefdesherinnering uit zijn jeugd probeert op te halen.
„Dat lijkt niet te lukken, en dat rijmt ook niet”, vertelt Hokwerda. „Maar de tweede strofe van vier regels, die rijmt wel, want daarin opeens herinnert hij zich die blauwe ogen. En dan gaat het lopen. Daar zie je een gedicht geboren worden. En dan valt die herinnering op zijn plaats en wordt het echt het lyrisch moment.”
Het gedicht 'Ver weg' van Konstantinos Kavafis (1863–1933), vertaald door Hero Hokwerda. Foto: Mediahuis
Waarom zou een hedendaags Nederlands publiek Kavafis opnieuw moet lezen? „Omdat zijn gedichten prachtig zijn. En omdat alle grote dichters en prozaschrijvers een heel eigen kijk op de wereld hebben. Ik vind het van belang dat mensen daar op een zo goed mogelijke manier kennis van kunnen nemen.”
Precies daar ziet hij zijn taak als vertaler. Niet toe‑eigenen, niet moderniseren om het moderniseren, maar recht doen aan toon en intentie. „Ik wil laten zien wat er staat, inclusief de lichte ironie die je gemakkelijk mist.”
Het magnum opus van Hero Hokwerda beslaat twee delen: vanuit het Nieuwgrieks vertaalde poëzie en het proza van Kavafis. Foto: Nienke Maat
Dat maakt zijn vertaling misschien niet direct een project voor het grote publiek, erkent hij. „Ik hoop wel dat het verder reikt dan het kleine wereldje van de Griekenlandliefhebbers.” Uiteindelijk, zegt hij, is dit Kavafis‑project zijn magnum opus geworden. Of, zoals Kavafis het met vooruitziende blik zelf ooit schreef: een werk voor toekomstige generaties.
De boeken ‘Verborgen dichterschap. Proza’ (45 euro, 440 blz.) en ‘Als straks de schimmen komen. Poëzie’ (45 euro, 360 blz.) van K.P. Kavafis worden op 29 april in vertaling van Hero Hokwerda gepresenteerd door de Historische Uitgeverij in Groningen.