Fransien (88) bij de gebedsplek in haar slaapkamer. De oplichters namen hier een paar euro kerkgeld mee, plus een grote hoeveelheid dierbare en kostbare sieraden. Foto: Jaspar Moulijn
Fransien Werkhoven-Jansen (88) uit Assen moet de gekste dingen doen van twee nep-elektriciens: handen wassen, vertellen over Indonesië, sieraden afdoen én koffie zetten. Als de tachtiger komt vragen of ze melk en suiker in de koffie willen, is het duo gevlogen met de buit.
Ze vindt het lastig om te praten over de gestolen sieraden. Werkhoven-Jansen probeert haar tranen tegen te houden als ze vertelt over het gouden horloge. Het sieraad kreeg ze van haar vader en moeder, omdat ze volgens Indonesisch gebruik haar hulpbehoevende ouders in huis nam om voor ze te zorgen.
Het horloge is haar afgenomen, evenals twee massieve armbanden van Indonesisch goud, vier gouden ringen, een ketting en Indonesische gouden instekers voor achter haar oorbellen. Stuk voor stuk sieraden met een verhaal. Van de beroving heeft ze aangifte gedaan bij de politie. Ook gristen de twee oplichters de paar euro mee, die op het schaaltje onder een witte doek lagen bij haar gebedsplek.
Iedere dag bidt ze op deze plek, naast haar bed, tot God. Dat zelfs het schaaltje met kerkgeld niet heilig is, doet haar zeer. Het geloof is heel belangrijk voor haar. Werkhoven-Jansen is te vredelievend om het duo iets ergs toe te wensen, maar als onze lieve Heer een rukje aan het stuur van de oplichters zou geven, dan zou ze er vrede mee hebben.
Het verhaal begint met een bezoekje van twee mannen, die zeggen dat ze de ‘gas en elektra’ komen controleren. Goed en wel binnen, gaat de bel. De buurvrouw staat voor de deur. De twee mannen zeggen dat ze later wel terugkomen. Een dag later staan de twee mannen, Werkhoven-Jansen schat ze halverwege de veertig, opnieuw voor de deur. Het is half tien ’s ochtends, de tachtiger ligt nog in bed. In haar pyjama doet ze open.
Fransien Werkhoven-Jansen. Jaspar Moulijn
‘Ik werd bezig gehouden’
Ze herkent de mannen van de dag ervoor en laat ze binnen. Eén man neemt plaats in de woonkamer en doet alsof hij geïnteresseerd is in haar Indonesische roots. „Hij zei nog: u bent 88 en nog behoorlijk bijdehand”, zegt Werkhoven-Jansen. De andere man drentelt door de gang. Werkhoven-Jansen vraagt nog of hij iets zoekt. Nee, zegt de zoekende man.
De nep-elektricien tegenover haar zegt op een gegeven moment dat ze haar sieraden af moet doen. Want, zo is zijn verhaal, door de magnetische straling van hun apparatuur kan er kortsluiting ontstaan door haar sieraden. Werkhoven-Jansen staat perplex. „Ik dacht nog: goud en magnetische straling?” Maar ze is zo overdonderd dat ze haar sieraden afdoet en op tafel legt. De man helpt zelfs met het afdoen van haar ringen.
Die overrompelingstactiek, die zo kenmerkend is voor oplichting door nep-vakmensen, nepagenten en nepbankmedewerkers, gaat daarna door. De deels verlamde Werkhoven-Jansen moet haar handen wassen van de twee oplichters, eerst in de badkamer, daarna in de keuken. „Ik werd beziggehouden door één, zodat de ander rustig aan de gang kon.”
Kopje koffie
Als ze terugkomt in de woonkamer, ziet ze dat haar sieraden weg zijn. Eén van de twee mannen zegt het goud te hebben en belooft alles terug te leggen als het werk klaar. Alsof dat nog niet genoeg is, vragen de twee haar om een kopje koffie te zetten. Werkhoven-Jansen doet wat haar gevraagd wordt. Als ze even later komt vragen of ze melk of suiker in de koffie drinken, zijn de twee mannen vertrokken. Werkhoven-Jansen blijft ontredderd achter.
Inmiddels heeft ze dankzij haar dochters enkele sieraden gekregen, met nieuwe graveringen. Maar de pijn en de angst zullen niet snel wegtrekken. „Ik durf voor niemand meer de deur open te doen", zegt ze. Weer wordt ze overmand door emoties.