Sloop en nieuwbouw in Ten Boer. Foto: Huisman Media
Een systeem dat vooral is ingericht om risico’s en fouten te vermijden, produceert bijna vanzelf vertraging, analyseert Derk Kremer de versterkingsoperatie in Groningen.
Wie de versterkingsoperatie in Groningen van dichtbij bekijkt, ziet iets merkwaardigs. In hetzelfde dorp bestaan twee werkelijkheden naast elkaar. Ze raken elkaar voortdurend, maar lijken elkaar zelden echt te begrijpen.
Aan de ene kant staan de bewoners. Voor hen is de versterkingsoperatie een jarenlange periode van onzekerheid. Scheuren in muren, rapporten, herbeoordelingen, gesprekken met steeds nieuwe contactpersonen. Tussendoor de vraag die maar blijft hangen: wanneer wordt mijn huis veilig?
Aan de andere kant staan de professionals die eraan werken. Ingenieurs, projectleiders, bewonersbegeleiders, beleidsmakers. Mensen die hun werk vaak met oprechte inzet doen. Hun agenda’s zitten vol met afspraken, bezoeken, overleggen en besluiten. Binnen hun wereld gebeurt er veel. Er wordt gewerkt, afgestemd, gepland en besloten.
En toch kijken beide groepen naar dezelfde operatie alsof ze zich in verschillende systemen bevinden.
Tijd is het centrale gegeven
Voor bewoners is tijd het centrale gegeven. Elk jaar dat voorbijgaat zonder versterking voelt als verlies. Onzekerheid stapelt zich op. Beslissingen over verhuizen, verbouwen of verkopen worden uitgesteld. Gezinnen leven jarenlang in een soort tijdelijke toestand.
Binnen de uitvoeringsorganisaties wordt tijd anders beleefd. Daar wordt gewerkt met dossiers, fasen en stappen. Opnames, beoordelingen, planvorming, besluitvorming, uitvoering. Elke stap heeft zijn eigen procedures, verantwoordelijken en controles. Het systeem is ingericht om zorgvuldig te zijn.
Die zorgvuldigheid is begrijpelijk. In een politiek gevoelig dossier, met publieke middelen en veiligheidsrisico’s, wil niemand fouten maken. Controle, toetsing en verantwoording zijn dan logische reflexen. Maar precies daar ontstaat het probleem.
Wanneer veiligheid wordt georganiseerd via een opeenvolging van procedures, verschuift de aandacht ongemerkt van het doel naar het proces. De vraag wordt niet langer primair: hoe maken we deze woning zo snel mogelijk veilig? De vraag wordt: hebben we elke stap correct doorlopen?
Het systeem functioneert dan volgens zijn eigen logica. Dossiers worden behandeld, rapporten opgesteld, besluiten genomen. Voor de mensen binnen dat systeem voelt het alsof er voortdurend beweging is.
Maar voor bewoners blijft de uitkomst hetzelfde: wachten.
Beide werelden passen moeilijk op elkaar
Zo ontstaan twee werelden die elkaar nauwelijks nog herkennen. In de ene wereld wordt hard gewerkt en zorgvuldig gehandeld. In de andere wereld stapelen de jaren van onzekerheid zich op. Beide beelden zijn op zichzelf waar, maar ze passen moeilijk op elkaar.
Dat maakt het debat over de versterkingsoperatie vaak zo verwarrend. Wanneer uitvoerders vertellen over hun inzet en de complexiteit van het werk, herkennen bewoners zich daar niet in. Wanneer bewoners hun frustratie uitspreken over de traagheid van het systeem, voelen professionals zich soms miskend.
Toch ligt het probleem niet in de intenties van mensen. De meeste betrokkenen – aan beide kanten – willen uiteindelijk hetzelfde: veilige woningen en duidelijkheid.
Het probleem zit in de manier waarop de operatie is georganiseerd.
Zorgvuldigheid en stilstand
Een systeem dat vooral is ingericht om risico’s en fouten te vermijden, produceert bijna vanzelf vertraging. Elke extra controle verlaagt de kans op een formele fout, maar vergroot de kans dat de uitvoering stagneert. Zorgvuldigheid en stilstand raken dan met elkaar verstrengeld.
De vraag waar de versterkingsoperatie inmiddels voor staat, is daarom niet technisch maar bestuurlijk. Blijven we een systeem verdedigen dat zekerheid ontleent aan procedures? Of durven we een aanpak te kiezen die zekerheid ontleent aan het resultaat: daadwerkelijk veilige woningen binnen een redelijke termijn?
Zolang die vraag niet expliciet wordt gesteld, blijven de twee werelden naast elkaar bestaan. Professionals die zich inzetten binnen een complex systeem. Bewoners die wachten op de uitkomst daarvan.
En in dezelfde dorpen zullen mensen elkaar blijven tegenkomen, terwijl ze het gevoel hebben dat ze over twee verschillende werkelijkheden spreken.
Derk Kremer woont in het kerngebied van de aardbevingen in Groningen. Vanuit zijn rol als voorzitter van de VGME heeft hij intensief te maken gehad met de processen rond versterking en schadeherstel. Hij schreef hierover het boek ‘Zorgvuldig onveilig’.