Chiel van der Klink gebruikt zijn natuurkundeles over elektromagnetische straling om ook AI onder de aandacht te brengen. Foto: Boudewijn Benting
Creativiteit en doorzettingsvermogen waren ooit nodig voor een goed Nederlands-betoog. Nu ChatGPT in luttele seconden een nette tekst uitspuugt, rijst de vraag: ontwikkelen kinderen nog wel genoeg vaardigheden?
In het natuurkundelokaal van docent Chiel van der Klink (33) op het Esdal College in Emmen hangt een rare klok. Op het eerste gezicht loopt hij niet goed. Tot je ontdekt: deze klok draait linksom. De 3 en de 9 zijn van plaats verwisseld. Met deze gekke klok prikkelt de natuurkundedocent zijn leerlingen: ze moeten even de tijd nemen om het achterliggende patroon te zien.
En juist dat proces – tijd nemen voor je eindproduct – ligt vanwege de komst van artificiële intelligentie (AI) onder druk. Of het nou gaat om een boekverslag voor Nederlands, een vertaling van een Franse brief, of een werkstuk over de Gouden Eeuw… Alles is in een paar muisklikken gepiept.
Niet gek dus, dat menig docent in het voortgezet onderwijs de komst van generatieve taalmodellen zoals Copilot en ChatGPT met argusogen bekijkt. Kan het nog onvolgroeide puberbrein genoeg weerstand bieden tegen alle gemakken van de kant-en-klare-oplossing-machine, zonder dat ze er iets van leren?
Op veel scholen zijn grofweg twee kampen bij de leraren. De ene club vreest dat AI een bedreiging is voor leerlingen, omdat ze de benodigde vaardigheden niet goed ontwikkelen. De andere ziet AI als verrijking, míts goed gebruikt.
‘Je kunt het niet negeren’
En bij die laatste groep hoort natuurkundedocent Van der Klink. Hij is kartrekker van de AI-werkgroep binnen de koepel Aurelia onderwijs, waar het Esdal College onderdeel van is.
Vorig jaar hield zijn werkgroep een enquête. Het personeel kreeg vragen als: ‘Hoeveel maak je gebruik van AI’? Of: ‘Vind je dat leerlingen AI ongelimiteerd voor je vak mogen gebruiken?’ De uitkomst is dat iedereen er anders mee omgaat. De één laat leerlingen zoveel mogelijk met de hand opschrijven, de ander geeft huiswerkopdrachten die juist met AI gemaakt mogen worden.
„Maar op één punt staan alle neuzen dezelfde kant op: we moeten íéts met AI”, zegt Van der Klink. „We kunnen het niet negeren. We willen leerlingen voorbereiden op de toekomst en AI is hier onderdeel van.”
AI in de les
Zo zit ook Betsie Verberk (56) in de wedstrijd. Terwijl Van der Klink in zijn lokaal alvast zijn les voorbereidt, luncht de docente Nederlands met een bakje erwtensoep in de lerarenkamer beneden. Zij is trajectleider digitale geletterdheid en zet AI bewust in tijdens haar lessen. Zo mogen leerlingen juist AI gebruiken tijdens een opdracht met infographics. „De kwaliteit van hun werk hangt samen met de kwaliteit van hun prompt.”
Of ze maken AI-sinterklaasgedichten. „Maar mevrouw”, hoort Verberk dan, „dit gedicht slaat nergens op.” Dan is haar doel geslaagd: de leerlingen ontdekken dat AI een prima hulpmiddel kan zijn, máár dat je alsnog met het resultaat aan de slag moet.
Geen verslagen meer
Het werk van de docent Nederlands is in twee jaar tijd enorm veranderd. Eerder werden boekverslagen nog weleens beloond met een cijfer. Dat kan nu echt niet meer. „Wat becijfer je nu nog? Alleen of een leerling een goede prompt kan geven, maar niet of hij een goede tekst kan schrijven of het boek heeft gelezen.” Ze kiest nog explicieter voor mondelinge toetsing.
Nog zo’n voorbeeld van hoe de praktijk is veranderd: in vwo-4-klassen behandelt ze elk jaar Karel ende Elegast en dan moeten leerlingen ook zelf een sprookje schrijven. „Vorig jaar mochten ze dat nog thuis doen, maar ik zag zoveel teksten die niet zelf waren geschreven. Eén meisje had zelfs alle emoticons van ChatGPT laten staan.”
Het gevolg: Verberk geeft de opdracht niet langer als huiswerk. Ze laat haar leerlingen tijdens de les een sprookje schrijven op hun chromebooks. Ze werken in een beveiligd systeem waar ze geen gebruik kunnen maken van AI-taalmodellen.
Het sluit aan bij het advies dat natuurkundedocent en AI-kartrekker Chiel van der Klink geeft aan zijn collega’s op het Esdal College. „School is dé plek waar je als docent inzage krijgt in het leerproces. Híér moet het gebeuren.”
Minder enthousiast
Al zijn er zelfs tijdens de les leerlingen die niet kunnen omgaan met de geneugten van een chatbot. Zojuist nog, in de les voor de pauze, had Verberk nog zo’n ervaring. Leerlingen moesten een tekst samenvatten onder de waarschuwing: „Dit moet je echt even zelf doen.” Verberk zucht diep. „En dan is er tóch die ene leerling die altijd maar weer naar AI grijpt. Ik word daar echt niet goed van. ‘Jij gaat je gewoon níét ontwikkelen op deze manier’, heb ik tegen hem gezegd. ‘Zo heeft het geen zin om hier nu te zitten.’”
Even verderop in de lerarenkamer zit biologiedocent Ben Lachmann (54) met een stapel toetsblaadjes voor de neus. Hij is iets minder enthousiast over AI in het onderwijs dan Verberk en Van der Klink. „Er zijn docenten die zelfs hun toetsopdrachten ermee maken. Volgens mij geef je dan een verkeerde boodschap: ik wil toch ook niet dat mijn leerlingen mijn vragen met AI gaan beantwoorden?”
Lachmann vreest dat AI in de toekomst vaker gedoe kan geven tussen docent en ouders. „Ouders trekken steeds vaker aan de bel omdat ze vinden dat hun kinderen een hoger cijfer verdienen. Wat als je leerlingen een onvoldoende geeft omdat ze AI hebben gebruikt en de ouders claimen van niet?”, zegt Lachmann. Hij merkt AI-misbruik doorgaans vooral aan een veel hogere kwaliteit van een werkstuk dan gebruikelijk. Maar ja, bewijs dat maar eens.
Lachmann vraagt zich ook hardop af of het profielwerkstuk nog toekomst heeft. Dat maken leerlingen aan het eind van hun schoolcarrière en is een verplicht onderdeel voorafgaand aan de examens. Maar het werkstuk is enorm fraudegevoelig. „Ik zou het jammer vinden, maar kan me goed voorstellen dat het profielwerkstuk over vijf jaar is afgeschaft.”
Het gaat meer om het proces
Natuurkundedocent Chiel van der Klink is ook in de lerarenkamer aangekomen. Zijn les staat klaar. Over het afschaffen van het profielwerkstuk maakt hij zich niet zo’n zorgen.
„Het profielwerkstuk is een voorproefje voor het schrijven van scripties tijdens je studie. Ik denk dat het wel blijft. Maar er verandert wel iets in onze beoordeling. Als docenten moeten wij meer de inzichten van de leerlingen beoordelen en minder het eindproduct.”
Het gaat dus meer om het proces, zegt Van der Klink. „Het voortgezet onderwijs gaat steeds meer over ‘leren leren’: hoe los je een vraagstuk op. In dat proces hoeft AI geen belemmering te zijn. Het kan helpen om kritisch te denken.”
Natuurkundedocent Chiel van der Klink: „Het voortgezet onderwijs gaat steeds meer over ‘leren leren’." Foto: Boudewijn Benting
Om zo’n proces te beoordelen zijn allemaal mogelijkheden. Op het Esdal College werken leerlingen bijvoorbeeld in Google Docs. Daar kunnen docenten vorige versies van het document bekijken. „Als er op het ene moment nog niks is en op volgende dag opeens twintig pagina’s, dan moet je daarover met de leerling in gesprek gaan.”
Bovendien moet je als docent nog beter nadenken bij een opdracht: wát is mijn lesdoel met deze opdracht. Als het schrijven van een verslag an sich geen doel is, dan is het ook niet erg dat de tekst deels is geschreven en verbeterd met een taalmodel. „Maar als het wel gaat om het schrijven zelf, dan moet de docent het in de les doen.”
Lesje kritisch denken
De bel gaat. Van der Klink loopt naar zijn natuurkundelokaal met de omgekeerde klok. De leerlingen stromen binnen. De klas 3-gymnasium-leerlingen krijgen les over elektromagnetische straling in de radiologie.
Maar eerst laat hij de tieners praten over een duivels dilemma rond zorg en AI. Moet de zorg meer investeren in mensen, waardoor het duurder wordt? Of moet men investeren in AI, waardoor de zorg sneller, maar onpersoonlijker wordt?
Veline (13) en Meike (14) zijn het er niet over eens. „Zou jij het fijn vinden als je straks alleen nog wordt beoordeeld door een machine?”, vraagt Veline. Meike pareert de vraag: „Stel jij moet geopereerd worden, zou je dan langer willen wachten omdat je per se door een mens geholpen wilt worden?”
Docent Van der Klink is tevreden over het niveau van de argumenten. Deze leerlingen kunnen straks een onderbouwde mening geven over AI in de zorg.
Black box
Hoewel de les over elektromagnetische straling gaat, wil hij zijn klas ook iets meegeven over AI in het algemeen. „Vertrouw er niet blindelings op. Het is nogal een black box.”
Natuurkundedocent Chiel van der Klink op Esdal College Emmen leert leerlingen hoe ze moeten omgaan met AI. Foto: Boudewijn Benting
Hij geeft twee voorbeelden. Als je een willekeurig getal tussen de 1 en 10.000 vraagt, zal ChatGPT de eerste keer altijd een getal tussen 7200 en 7700 genereren. Als je in dezelfde chatbox vraagt om een willekeurig feitje, komt hij altijd met de reactie: ‘Octopussen hebben drie harten 🐙💙💙💙’
Blijkbaar zitten er bepaalde patronen in de taalmachine. Antwoorden zijn vooraf te voorspellen, zonder dat de vraag daar aanleiding toe geeft. Daar heb je geen inzicht in als buitenstaander. Het is iets om je bewust van te zijn.
Twee leerlingen beginnen giechelend allemaal feitjes te genereren. ChatGPT onthult hen dat bananen ‘technisch gezien’ bessen zijn en dat haaien al bestonden voordat er bomen waren.
Op de vraag of deze leerlingen stiekem weleens AI-taalmodellen gebruiken om snel klaar te zijn, zegt Elise (15): „Iedereen heeft hier wel door dat het veel slimmer is om het zelf te doen. Wij snappen het risico van AI, we moeten uiteindelijk toch zelf de toets maken.”
Maar AI kan wel een handig hulpmiddel zijn, zegt Meike: „Bijvoorbeeld als je vraagt om oefenvragen te maken voor een toets.”
Werkgroepoverleg
Na zijn laatste les heeft Chiel van der Klink een overleg met de AI-werkgroep. Met twaalf collega’s van de Aurelia-scholenkoepel overlegt de natuurkundedocent over welke AI-taalmodellen ze wel en niet gaan gebruiken en over een nieuwe enquête over AI onder het personeel.
Belangrijke thema’s voor deze werkgroep zijn ‘privacy’ en ‘kansengelijkheid’. Van der Klink: „In de toekomst komt er misschien een betaalde versie van AI die veel beter is dan de gratis versie. Hoe eerlijk is het dan als de ene leerling dat van huis uit wel kan betalen en de andere niet?” Het zijn vragen waar een middelbare school goed over na moet denken.
Na anderhalf uur zit de vergadering erop. Het is tijd om naar huis te gaan. Welbeschouwd ging de hele dag van Van der Klink veel meer over kunstmatige intelligentie en computers dan over het vak waarvoor hij in dienst is: natuurkunde. Maar daar zit hij niet mee. „Dit heeft me vanaf het allereerste begin al enorm geïnteresseerd.”