Liset Rouweler, onderzoeker Centrum voor Dyslexie en Dyscalculie aan de RUG in Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Als er één groep is die baat heeft bij podcast en taalmodellen als ChatGPT, dan zijn het dyslectici.
De tweedejaars bedrijfskundestudent Mathijs Lodiers (19) werd rond zijn twaalfde gediagnosticeerd met dyslexie. Daar heeft hij veel last van gehad. „Vooral met lezen, de snelheid ervan en de accuraatheid. Niet alleen met Nederlands, ook met de Engelse taal. Ik moet teksten wel vier keer lezen voordat ik die begrijp.”
Hij heeft veel profijt van Passend Lezen: een app met boeken, kranten- en tijdschriftartikelen die worden voorgelezen voor mensen met een leesbeperking. Naar podcasts luistert hij af en toe. Ook maakt hij gebruik van ChatGPT. „Dat is vooral in grammaticaal opzicht een hulpmiddel voor mij.”
Het leven van dyslectici en laaggeletterden is de afgelopen jaren een stuk makkelijker geworden. De samenleving tendeert in rap tempo van tekst- naar spraakgeoriënteerd. Dat zie je onder meer aan de opkomst van luisterboeken, podcasts, spraak-naar-tekst apps en spraakbediening op smartphones. Ook maken taalmodellen als ChatGPT het dyslectici eenvoudiger om teksten te produceren.
‘Ze kregen lang een laag schooladvies’
Heel lang werd dyslexie niet onderkend, weet Liset Rouweler (34), onderzoeker bij het Centrum voor Dyslexie en Dyscalculie (CDD) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als kinderen op school moeite hadden met lezen, dan werden ze simpelweg bestempeld als ‘dom’ of konden ze ‘niet leren’. Daarmee was de kous af. Ze kregen een laag schooladvies of moesten al op jonge leeftijd aan het werk.
Vanaf de jaren negentig werd dyslexie bij steeds meer kinderen gediagnosticeerd. Tegelijk werden behandelmethoden ontwikkeld. Rouweler kan erover meepraten. In haar familie komt dyslexie veel voor. „Van de dertien neven en nichten zijn er vijf dyslectisch, onder wie mijn zus. Is een van de ouders dyslectisch, dan is de kans tussen de 30 en 60 procent dat het kind dat ook is. De erfelijke component van dyslexie is dus best wel groot.”
Voor haar was het mede aanleiding om zich als taalkundige in dyslexie te specialiseren. „Mensen met dyslexie hebben moeite met spellen en lezen. Het is nog altijd onduidelijk waar het is gelokaliseerd in het brein en welke genen daarbij een rol spelen. Dyslexie moet je in een spectrum plaatsen. Het verschilt van persoon tot persoon hoe ernstig de problemen zijn.”
‘Het is heel frustrerend dat je zo lang moet studeren op teksten’
Er is nog steeds geen overeenstemming tussen wetenschappers over wat de beste methode is om mensen met dyslexie sneller en beter te leren lezen. Ook de RUG biedt een cursus leesvaardigheid aan voor studenten met dyslexie. Dat is een specifieke groep van hoger opgeleiden. „Er is wel verbetering bij hen zichtbaar. Maar een zwakke lezer zal veel sneller bijhalen dan iemand met dyslexie.”
Ook Lodiers heeft de cursus gevolgd. Dat was ook wel nodig, want als student heeft hij nog meer last van dyslexie dan als middelbare scholier. „Op de universiteit moet ik veel moeilijke artikelen en dikke boeken in het Engels lezen. Daarin loop ik soms vast. Het is frustrerend dat je zo lang moet studeren op teksten, terwijl de mensen om je heen er veel minder moeite mee hebben.”
Dat dyslexie zoveel problemen geeft komt omdat onze hele samenleving is ingericht op het produceren en lezen van taal. Zo wordt kennis en informatie overgebracht. Mensen bij wie dat niet goed lukt, lopen een leerachterstand op.
Maar technologische ontwikkelingen schieten hen onverwacht te hulp. Door de opkomst van luisterboeken, podcasts en voorgelezen krantenartikelen hebben dyslectici toegang tot bronnen die vroeger alleen schriftelijk voorhanden waren. En sinds een paar jaar kunnen ze door taalmodellen als ChatGPT ook teksten laten opstellen.
‘Ze hoeven niet meer al hun denkkracht in te zetten’
Rouweler: „Ze zijn nog wel steeds dyslectisch, maar hebben er in het dagelijks leven veel minder last van. Ze hoeven nu niet meer al hun denkkracht in te zetten voor het ontcijferen van teksten.”
„Daar kan ik het niet mee oneens zijn”, reageert dyslexie-expert en -coach Karin Jahromi. Maar het geldt vooral voor volwassenen en niet voor kinderen en jongeren met dyslexie. Die kunnen niet uitsluitend naar gesproken teksten luisteren, want zo leren ze nooit lezen. „Ze moeten voldoende leeskilometers maken en ook zelf schrijven. Lezen en schrijven is een actieve bezigheid. Die zorgen ervoor dat de inhoud beter beklijft.”
Ook het gebruik van taalmodellen als ChatGPT is in de ogen van Rouweler niet per se zaligmakend. „Mensen moeten de juiste ‘prompts’ invoeren. Ook moeten ze de geproduceerde teksten op juistheid controleren, zodat ze alsnog moeten lezen. Dus ik waag te betwijfelen of ChatGPT voor alle dyslectici een zegen is.”
‘Vroeger waren mensen met een visuele beperking enorm gehandicapt’
Het is verleidelijk om een vergelijking te maken met brillen. Vroeger waren mensen met een visuele beperking enorm gehandicapt. Sinds de ruime beschikbaarheid van brillen en contactlenzen kunnen de meesten daar prima mee leven.
Evenzo hebben dyslectici veel baat bij audiovisuele hulpmiddelen, al kunnen ze daar volgens Rouweler ook weer niet blind op varen. „In het hoger onderwijs zullen studenten toch moeten lezen om de stof eigen te maken. En ze kunnen ook niet alles door ChatGPT laten schrijven. Dan is het plagiaat. ChatGPT is een super hulpmiddel als je maar kritisch blijft.”
Lodiers heeft er ook baat bij. „Veel digitale hulpmiddelen geven me een zetje in de rug, maar ze verhelpen niet mijn handicap.”