Het Centraal Planbureau had onderzoek gedaan naar hoe ons fiscale stelsel economische ongelijkheid vergroot en vlak na een passage over dat dat stelsel in principe progressief werkt (de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten) stond dit: ‘In de praktijk hebben de meest welvarende huishoudens echter mogelijkheden om de belastingdruk op hun inkomen en vermogen te verlagen die andere huishoudens niet hebben.’ Je zou het niet zeggen, maar er wonen een heleboel mensen in deze zin.
In deze zin woont een jongen die het goed doet op de middelbare school, louter negens haalt, maar toch niet verder gaat studeren. Zijn vader werkt in de bouw maar zijn knieën beginnen te slijten, zijn moeder werkt als schoonmaakster, maar haar handen zijn op. Dus werkt de jongen nu in de ochtenden net als pa aan, en in de avonden net als ma in, gloednieuwe kantoorgebouwen. Hij kijkt in de spiegelende ramen en denkt na over wat hij op school leerde. Net zolang totdat hij dat niet meer doet.
Dat fortuin is deels geërfd van opa
In deze zin woont een jongen van dezelfde leeftijd als de eerste jongen die zijn vwo met de hakken over de sloot haalde, nu wel gaat studeren want zijn vader heeft een klein fortuin op de bank. Dat fortuin is deels geërfd van opa, deels afkomstig uit het familiebedrijf waarvan vader nu directeur is. Een fortuin waar goed op wordt gelet, studeren is niet eindeloos feesten, maar de jongen hoeft zich ook niet veel zorgen te maken als het onverhoopt niets wordt. Dus hup een jaartje Frans en hup nog een semester natuurkunde, waarna er toch maar voor rechten wordt gekozen, daar heb je in het familiebedrijf altijd iets aan.
Een oudere meneer twijfelt over zijn pensionering
In deze zin woont een dochter die op haar donder krijgt omdat ze tegen de wens van de huurbaas in glow-in-the-darksterren op haar slaapkamermuur heeft geplakt. In deze zin woont eenzelfde dochter die tot grote hilariteit van haar ouders de keukenmuur van de koopwoning onderkladt. In deze zin woont een oudere meneer die vanwege de terugval in inkomsten over zijn pensionering twijfelt. En precies zo’n zelfde meneer die al tijden met pensioen is, iets met overwaarde, iets met ‘nu vrijwilligerswerk’ en ‘maatschappelijk betrokken blijven’. Iets met ‘iedereen zou moeten doen wat hij leuk vindt om te doen, geen idee waarom niet iedereen dat doet.’
Indirect merken ze er wel degelijk iets van
De meeste mensen in Nederland merken in directe zin weinig van deze economische ongelijkheid. Ze zijn niet de rijksten, maar ook niet de armsten, ze hebben een gerieflijke baan bij een gemeente of planbureau. Maar indirect merken ze er wel degelijk iets van, want van financiële zekerheid komt zelfvertrouwen, en van zelfvertrouwen komt, soms, maatschappelijk succes. Terwijl je van financiële onzekerheid je je kop laag gaat houden, risico’s gaat vermijden. Risico’s die nodig zijn om met je talenten de maatschappelijke ladder te beklimmen. Zo gaat er talent verloren. Dat betekent niet dat iemand die zijn talenten niet ontplooit voor altijd ongelukkig is (het tegenovergestelde geldt immers ook: als je rijk bent, word je ook nog gewoon verkouden) maar het te grabbel gooien van talent is wel een probleem voor Nederland als geheel. Een probleem waar iets aan gedaan kan worden.
Want al die mensen wonen niet letterlijk in deze zin, maar iedereen met hersens kan ze wel degelijk zien zitten. En iedereen met een hart wil ze eruit.